Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
17 februari 2020, om 14:58 uur
Bekeken:
148 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
66 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Nieuwe stromingen trekken voorbij"


Riki Simons zegt in haar boekje ….

 

Zo worden Nederlandse kunstenaars soms al tijdens hun eindexamen geboekt voor een museum tentoonstelling.

 

Fred van der Wal:  Een eerste jaars leerling van Ateliers ’63 werd in 1968 via een van zijn relaties uitgekozen voor de jeugdbiennale te Parijs. Hij zou worden weg getsuurd van de academie vanwege gebrek aan talent. Daarna probeerde hij het op de Rietveld academie waar hij na een jaar het voor gezien hield.

Conservators van het Stedelijk Museum liepen rond in de gangen van Ateliers ’63 en kozen kunstenaars uit die met onzinnige projecten bezig waren zoals Sjoerd Buisman (bloemetjes in een vaas zonder water op eeen stuk formica geplakt, Axel van der Kraan die een aquarium in een TV toestel had neer gezet, een jongeman die de plestik objecten van Pieter Engels epigoneerde.

 

Riki Simons: Opportunisme en vluchtigheid gaan hierbij hand in hand. Sinds een aaantal directiewisselingen bij Nedrelandse musea en insellingen wordt daar van de Jonge Italianen, Jonge Amerikanen en Jonge Duitsers uit de jaren tachtig weinig meeer vernomen. Het enige dat we zeker weten is dat ze niet meer jong zijn.

 

Fred van der Wal:  In mijn 47 jarige loopbaan als kunstenaar heb ik wat modestromingen voorbij zien trekken.

In de jaren zestig tierde in Haarlem het post abstract expressionisme welig. De gesubsidi eerde dames en heren kunstenaars liepen in met verf besmeurde overalls rond te paraderen door de Grote Houtstraat om gezien te worden. Het Haarlemse publiekje haad er diep respect voor.

Zelf behoorde ik tot de Nieuwe Figuratie en kreeg in Haarlem geen ingang in het kunstenaars plantsoen. Mijn aanvragen voor een atelier, woonruimte, lidmaatschap van kunstenaars verenigingen, lidmaatschap BBK, een aanvraag voor de BKR werden door  de Haarlemse pvda apparatsjik categorisch afgewezen.

In 1967 vestigde ik mij in Amsterdam en bij gebrek aan relaties in de hoofdstad kende ik enkele jaren van absolute armoede.

Mijn New Fig werken paste slecht in het expositiebeleid van Galerie Mokum dat liever commercieel werk eposeerde van Teun Nijkamp (poppenmoedertjes, akwarellen op paiertjes ter grootte van een afgescheurd stuk plee rol), Chris van Geest (Magritte epigoon), Cornelis Doolaard (Melle imitator), Wout Muller (Melle epigoon), Clary Matsenbroek (Leonor Fini epigoon)  en begin jaren zeventig Henk Helmantel ( epigoon 17- e eeuwse stillevens en kerkinterieurs in de stijl van Saenredam).

Ik zag zognaamde Nieuwe stromingen voorbij trekken als Land Art waarbij kunstenaars stukken land omploegden op “artistieke wijze” , hopen zand, briketten en aarde in het Stedelijk Museum op  de grond kwakten, zalen met glas scherven geëxpoeerd en afgebeeld in dure catalogi, de flauwe kul van de conceptuele foto- en videokunst, het “Nieuwe expressssionisme”,  de “installatiekunst, de environment kunst waarbij interieurs van burgermans woningen het museum werden binnen gesleept compleet met canapés en schemerlampen, Popart, Hyperrealisme, Happening, Fluxus, Performance, Fotorealisme.

Het kunstenaarsplantsoen lijkt de modebeurs van Parijs wel met elk jaar nieuwe kleurtjes en leuke dessins, elkaar steeds sneller opvolgend.

De Londense kunsthandelaar  Jimmy McMullan zei in 1969 tegen mij: jullie jonge kunstenaars, ik kan er niet van op aan, het ene jaar maken jullie figuratief werk, het volgende weer abstract.

Ik verzekerde hem dat ik mijn leven lang de figuratie trouw zou blijven.

Ja, ja, dat zeggen jullie allemaal, zei hij pessimistisch.

Het gesprek begon mij snel te vervelen en ik verbrak verder contact met de in de alcohol doordrenkte galerie houder.

 

Riki Simons: De generatie Amerikaanse kunstenaars van Gober en Kelley, nog niet zo lang geleden de jonge sterren van het Museum Boijmans en beiden veertig jaar oud “hebben hun beste tijd gehad”. Dat zei de nieuwe directeur (…) van Boijmans in zijn eerste interview in een (…) dagblad.

 

Fred van der Wal: Niemand in Nederland weet wie Gobert en Kelley zijn, maar dat schijnt bij voorbaat al niet nodig te zijn. Het dictaat van de museum directeur is het enige dat telt. Niemand vraagt om verantwoording of argumentatie, zo stelt Riki Simons.

In 1971 sprak ik de jonge conservator drs. J. van Geest tijdens de opening van een tentoonstelling realistsiche schilders waar ik mijn werk exposeerde in Aemstelle. Hij zei: Jullie komen er in museaal opzicht niet meer aan te pas. Er is kort geleden een vergadering van museum directeren en conservatoren geweest waarbij is vast gesteld voor de komende derig jaar waar we ons op gaan richten. We kiezen voor abstract expressionisme, conceptuele kunst en op Mondriaan gerichte abstractie. Realisme ligt politiek slecht. Jullie zullen het voortaan met galerietjes moeten doen waar je jullie schilderijen aan het publiek kunnen laten zien.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.