Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 juli 2019, om 13:30 uur
Bekeken:
199 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
77 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Onze straat"


Onze straat is een rustige straat, een honderd jaar oude straat met aan weerskanten vele bomen en perkjes met dichte struiken. Er gebeurt nooit iets in onze straat; noch brandweer- noch politieauto of ambulancewagen heb ik ooit met sirenes door de straat zien komen. Geen dronkenmansgebrul of studentengebral. Een stille lange straat tussen aaneengesloten rijen huizen van drie verdiepingen.

   En toch… Het pand op de hoek, twee gevels van mijn woning verwijderd, werd vroeger bewoond door een bejaarde man die als jonge kerel melkboer was geweest die nog op de ouderwetse manier met paard en wagen de wijken in trok. Als oude man kreeg hij van zijn dokter te horen dat er iets aan zijn hartkleppen mankeerde en dat hij waarschijnlijk een operatie moest ondergaan. Daar zag hij zo tegen op dat hij zichzelf heeft opgehangen in zijn kelder. Spelende kleuters op straat keken door het kelderraampje en zagen hem hangen en renden naar hun moeders.

   Ook mijn buurman heeft zich van kant gemaakt. Daar heb ik een verhaal over geschreven, getiteld Buurman, op een cursus prozaschrijven voor amateurschrijvers. De cursusleider Peter Middendorp publiceerde een artikel in de Haagse Post over zijn belevenissen als schrijfdocent. Later verscheen datzelfde verslag in zijn boek Eerst had ik een leuke vriendin. Mijn verhaal Buurman is te vinden op de website voor amateurschrijvers hier:  

https://www.basicpublishing.nl/index.php?page=show&id=96589

   In het huis van die buurman woonde jaren daarvoor een moordenaar, een verslaafde, een luguber uitziende kerel met wie ik liever geen praatje maakte. Hij was als verslaafde een tijdlang financieel en op ander manieren in de greep geraakt van zijn dealer en de enige en voor de hand liggende oplossing voor zijn probleem was om die drugsdealer te vermoorden. Hoe hij dat heeft gedaan is mij onbekend. Pistoolschot, messteek, verwurging, het met een baksteen de schedel in slaan? Ik weet het niet. Ik zag hem voor ieder van die methoden wel aan.

   In het huis tegenover mij woonden vier of vijf studenten, allemaal jongens. Een van hen heeft zelfmoord gepleegd. Dat hoorde ik pas toen men twee weken later dozen vol spullen langs de straatkant zette, klaar om opgehaald te worden door een bestelwagentje van een kringloopbedrijf.

   Op een dag keek ik vanuit de slaapkamer op de tweede verdieping neer op het perkje en de boom voor mijn woning. Ik zag daar tussen de bosjes iets glinsterends en langwerpigs liggen. Ik besteedde die dag daar verder geen aandacht aan maar de volgende morgen, toen ik op m’n fiets wilde stappen, herinnerde ik me het lange glimmende voorwerp weer en besloot ik toch maar tussen de manshoge dichte struiken te gaan kijken. Na enig geworstel tussen de takken en het gebladerte vond ik dicht bij de boom in het midden een mes, een gekarteld broodmes. Mooi zo, dacht ik, dat komt goed uit, want een broodmes had ik niet. Nu kon ik ook een echt ongesneden vers brood bij de warme bakker kopen, hoefde ik niet die machinaal in plakken voorgesneden en in plastic verpakte broden van de supermarkt. Ik nam het mes mee naar binnen, waste het goed af onder de keukenkraan, goot er voor de zekerheid nog kokend water uit de fluitketel overheen want in het perkje voor mijn huis piesten en poepten altijd honden en katten.

   Ongeveer een week later zag ik mannen in speciale stevige kleding in het perkje een weg banen tussen het overwoekerende stuikgewas. Gemeenteambtenaren van de plantsoenendienst, veronderstelde ik, gekleed in heavy-duty pakken, die bezig waren de bosschages uit te dunnen en te fatsoeneren. Maar niks daarvan, het perkje zag er later op die dag even verwilderd uit. Toen ik de volgende dag daarover een opmerking maakte tegen een straatbewoner die ik toevallig tegenkwam vertelde hij me dat die mannen er niet voor het onderhoud van bomen en struiken waren geweest maar rechercheurs van de politie die naar een moordwapen hadden gezocht. Er was immers een moord gepleegd helemaal aan het andere einde van de straat. Daar woonden een heel ander soort mensen, waaronder een beruchte kroegbaas bij wie je in de zaak in de binnenstad voor veel geld illegale vuurwapens kon kopen. De dader was gepakt en die had tijdens het verhoor bekend dat hij na zijn daad was weggefietst en het moordwapen ergens in wat bosjes had gegooid.

   Een pistool, vroeg ik – hebben ze die gevonden?

   Nee een mes waarmee de misdaadpleger enige malen tussen de ribben in het hart van het slachtoffer had gestoken, vertelde de buurtbewoner.

   Zo…, zei ik beduusd. Niet te geloven dat zoiets gebeurt in onze saaie, anders zo rustige straat. Ik ging naar binnen en haalde het gevonden broodmes uit de keukenla. Ik bekeek het eens goed. Het uiterste puntje ervan was kromgebogen, alsof iemand ermee met grote kracht tegen iets hards had gestoten, een muur bijvoorbeeld. Of iemands ribben.

 

 

*****

 

 

“ TE ”

 

Het burgerlijke aforisme, dat ‘alles waar te voor staat niet goed is’, is vatbaar voor omkering; datgene waar te voor staat is het enige wat de moeite waard is.  (Rudy Kousbroek in Anathema’s 1, blz. 19)

Literatuur zorgt niet alleen voor vertier, maar menigmaal ook voor ophef en gegier. Vanaf de romantiek is het zelfs een eis die schrijvers en dichters, en in hun voetspoor critici, hebben gesteld: wat geschreven is dient op te schrikken, te schokken zelfs. In het jargon van de literatuurwetenschap, de Russische Formalisten voorop, is dat ‘normdoorbreking’ gaan heten.  (Jaap Goedegebuure in Spraakmakende boeken – Roependen in het riool, blz. 15)

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.