Gegevens:

Categorie:
Drama
Geplaatst:
2 mei 2019, om 22:08 uur
Bekeken:
273 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
130 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Corpsstudent * 5"


`Je kunt als jood wel afgeven op het christendom,’ protesteerde Robert-Jan, `maar hoe zit dat dan met het jodendom? Is dat niet even goed een waanzin-geloof?’

   `Tuurlijk. Ik ben dan ook geen gelovige jood.’

   `Waarom noem je jezelf dan nog joods? Ik noem mezelf geen christen meer.’

   `Voornamelijk omdat juist anderen me steeds jood noemen,’ zei Jonathan heftig. `Maar ook omdat, als de klok ineens tientallen jaren teruggedraaid werd, mijn broertje en ik, en ook de rest van de familie, direct opgepakt en weggevoerd zouden worden.’

   `Met behulp van de Nederlandse politie en honderdduizenden meehelpers, meeheulers, meelopers...’ vulde Daniël aan.

   `Precies. En ze zouden me niet vragen naar m’n joodse religie - die ik niet heb - maar alleen maar kijken naar m’n kromme neus, m’n platvoeten - die ik ook niet heb - en naar m’n besneden eikel.’

   `Of is jullie jood-zijn meer een gevoel van verbondenheid met zoiets als de staat Israël?’ wilde Robert-Jan weten.

   `Dat ook wel,’ zei Jonathan nadenkend. `Hoewel ik me soms doodschaam voor wat het Israëlische leger doet of wat de joodse fundamentalisten uitvreten. Joodse religieuze fascisten zijn net zo afschuwelijk als islamitische terroristen.’

   Daniël vertelde dat hij een jaar geleden een paar weken in Israël had doorgebracht. Bij de Klaagmuur was hij bijna in lachen uitgebarsten bij het zien van al die vrome jidden die met hun hoofd en bovenlijf heftig stonden te schokken en te wiebelen. `Het was zo’n bespottelijk gezicht. Of ze zich daar met z’n allen hevig stonden af te rukken - toch al zo’n typisch joodse bezigheid, volgens Philip Roth en onze eigen Leon de Winter. Ik vond het gênant om te zien.’

   Robert-Jan lachte. `Nou ja, je bent de enige niet die zich af en toe plaatsvervangend geneert. Denk eens aan al die arme katholieken die de boeken van Reve lezen, of alleen maar zijn kop zien op televisie. Wat zegt-ie ook weer over het katholieke geloof? Dat het een typisch nichtengeloof is, dat priesters allemaal flikkers zijn die elkaar in het donker in de kont neuken. Daar zou je als katholiek toch ook niet vrolijker van worden als je dat leest of hoort.’

   Jonathan stond op en liep naar zijn werktafel. `Ja, die malloot van een Reve, die is het toch maar eventjes gelukt om dat rare roomse geloof voor eeuwig bespottelijk te maken, het van binnenuit uit te hollen als het ware. Iemand die het boek leest over z’n bekering tot het katholicisme zal vast zelf nooit R-K willen worden of blijven, daar heeft-ie wel voor gezorgd. Getverdemme, weg ermee, al die onzin! Alle geloof de wereld uit, te beginnen bij Nederland!’ Hij wendde zich tot Robert-Jan. `En nou ter zake. Wat was dat over een brief die ik voor je moest schrijven?’

 

Op een zaterdag tegen het middaguur vond hij Maria, haar ogen betraand, in bed met alleen haar hoofd en naakte borsten boven de rand van de deken. Ze sliep altijd bloot, net als Marilyn Monroe, anders kreeg ze het ‘s nachts te warm, had ze eens verteld. De tv stond naar haar toegedraaid op het verplaatsbare tafeltje op wielen. Robert-Jan kwam bij haar zitten. Van Daniël Polak had hij de modelbrief gekregen die Jonathan op kantoor had geschreven. Op de dag van het grote pausgebeuren was het er niet meer van gekomen en ook in de weken erna had de aankomende advocaat er niet meer aan gedacht. Maar nu had Robert-Jan eindelijk het stuk, dat als voorbeeld kon dienen voor een ambtelijke brief die hij voor Maria zou opstellen. Weledelgestrenge heer, was de aanhef. Het was heel belangrijk rekening te houden met de titulatuur, had Daniël hem verzekerd. De voorbeeldbrief stond verder bol van nederig, kontlikkerig proza, bedoeld om de ijdelheid van de weledelgestrenge hooggeplaatste heer te strelen en hem zo te bewegen een eenvoudig verzoek in te willigen. Hij liet haar de brief zien, maar Maria had er op dit moment geen belangstelling voor. Ze lag al uren te kijken naar de staatsbegrafenis van de Engelse prinses en huilde zachtjes mee met de scharen rouwende mensen langs de route van de begrafenisstoet. Ze vond het zo vreselijk. Zo’n mooie jonge vrouw, zesendertig - net als zijzelf.

   Robert-Jan kleedde zich uit en schoof tegen haar warme naakte lijf. Hij had vrijwel onmiddellijk een ijzersterke erectie, maar hij besloot het moment nog even uit te stellen waarop hij zijn weledellanggerekte heer het plezier zou vergunnen waarop die meende recht te hebben - gewoonterecht, zoals in het Burgerlijk Wetboek gedefinieerd. Hij keek om naar de sombere beelden op de terecht zo genoemde treurbuis. De Engelse kroonprins schreed met een gepijnigde blik voort naast de kist waar de prinses in lag. Zijne Koninklijke Hoogheid, die onder normale omstandigheden altijd al benauwd en vies keek - alsof hij poep rook - keek nu wel héél vies. Alsof hij ergens een lijk rook. Robert-Jan werd er niet vrolijk van, zijn erectie begon al af te zakken. Bij Maria liepen de tranen over de wangen. Vocht liep uit haar neus. Robert-Jan bedacht dat hij wel een kopje van haar neus- en oogvocht kon opvangen, zoals hij bij een vorige gelegenheid op speelse wijze had gedaan met het lustvocht dat bij haar van onderen altijd rijkelijk vloeide als hij haar met zijn vingers verlekkerde. Met zijn lege koffiekop had hij haar vulvavocht verzameld - nou ja, een half kopje dan, of misschien een kwart - zogenaamd om aan een vriend door te spelen, een scheikundestudent, die op een laboratorium werkte en onderzoek deed naar... naar wat eigenlijk? Wat had hij haar ook alweer wijsgemaakt? In ieder geval zou het onderzoek van zijn vriend dankzij haar kopje genotsvocht tot een medische doorbraak leiden, zijn vriend zou de Nobelprijs krijgen... Ze moest erom lachen. Hoe heette die vriend, had ze gevraagd, neem hem eens hierheen. Daniël Polak, had hij gezegd. Ons slimme joodje, het paradepaardje van onze studentenvereniging. Ein Einsteinchen. Hij had de inhoud van het kopje overgegoten in een glas, het eerst nog eens goed tegen het licht bekeken, het toen aangelengd met sinaasappelsap en het vervolgens in één teug opgedronken. Hij kneedde zachtjes haar gigantische puddingborsten. De speentopjes, die eerst nog slaperig weggezonken lagen, kwamen nu als vlezige vingerhoedjes nieuwsgierig omhoog. Net kaboutermutsjes. Maria scheen niets te merken. Ze begon nog meer te huilen. Ze vond het furchtbar zoals de hübsche prinses, constant belaagd en opgejaagd door al die pavarotti’s met camera’s op snelle motoren, plotseling aan haar eind was gekomen in die tunnel. En zelfs bij het autowrak hadden haar achtervolgers nog kans gezien om sexy foto’s te maken van haar verminkte lichaam.

   `Die Knospen schwellen,’ mompelde hij. Hij liet zijn wijs- en middelvinger als een klein mannetje bergafwaarts wandelen terwijl hij een vrolijk deuntje floot. Niemand weet, niemand weet dat ik Repelsteeltje heet. Dass ich Rumpelstilzchen heiss’. Vanaf de bergtop maakte het tweevingerkereltje einen Spaziergang naar beneden, over de grote buikheuvel en toen

plotseling door een woud, eine tiefe Talfahrt naar... een vochtige streek, een monding, een onderaardse spelonk.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.