Gegevens:

Categorie:
Drama
Geplaatst:
2 mei 2019, om 22:05 uur
Bekeken:
269 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
118 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Corpsstudent * 6"


Maria scheen niks te voelen, zo ging ze op in het begrafenisgebeuren. Al dat verhevens en droevigs op de televisie - daar waren haar ogen van volgeschoten. Hij keek naar haar mooie, bedroefde gezicht. Waar het hart vol van is, daar stroomt de vulva van over, bedacht hij. Althans, bij haar. Hij liet zijn hand rusten op zijn geliefde plekje. Ze was ruim - ruim van opvatting, ruimhartig, ruim van schoot: ruimschoots. Zijn hand, gekromd als een bootje, zocht haar ruime sop. Terwijl haar ogen helle Tränen weinten om de gestorven prinses, scheidde ze van onderen eenzelfde hoeveelheid schaamvocht af. Van verdriet? Alles vloeide. Pantha Rei. Hilfe! Wir werden überflutet! Februari 1953. Hij stak zijn hand in haar vuistgrote holte. Het was alsof hij zijn hand in de kwijlende, zachte muil deed van een of ander zeedier. Zo’n traagbewegend, zachtroze weekdier dat zich met langzaam-flappende bewegingen nauwelijks voortbeweegt in een zeeaquarium. Hij hoorde klokkende geluiden die nieuw voor hem waren. Hij zou eigenlijk een microfoontje moeten plaatsen in de buurt van zijn hand, zodat hij ook deze geluiden op de band kon opnemen. Zoals hij toen gedaan had met haar lage lang aangehouden genotskreunen - haar walvisgeluiden - die altijd voorafgingen aan het gejubeljodel dat gepaard ging met haar hevige Orgasmus. Die keelgeluiden stonden al op het bandje dat hij zou opsturen naar het dolfinarium met het verzoek om het onder water ten gehore te brengen aan orka’s en dofijnen om te kijken hoe de dieren erop zouden reageren.

   Maria bleef zachtjes jammerend, met van verdriet verdwaasde, vochtige ogen, naar de beelden op de buis staren. Loodzware, stemmige kerkorgelmuziek klonk op en zwol aan. Hij bleef haar maar met zijn hand verlekkeren, zonder dat ze er maar iets van scheen te merken. Met een natte vinger peilde hij haar diepte. Ze gaf geen kik. 

   Hij sloeg het beddegoed terzijde, opdat hij duidelijk kon zien waar hij mee bezig was, en hij bracht zijn gezicht dichtbij haar opening. Brondevotie, een lust voor het oog. In zijn gedachten zag hij hoe hij daar met huid en haar door Maria’s verslindende vulva naar binnen werd gezogen terwijl ze er zelf niets van merkte. Zij zou even later opstaan en zich afvragen: Wo ist der Robert-Jan? Ze zou hem overal in het huis zoeken en niet weten dat ze hem zelf van onderen had opgeslokt.

   Hij veegde zijn vingers af aan haar schaamvacht en probeerde er een mooie spuugkrul in te maken - een Schnörkel. Met haar geilvocht als gel kamde hij vervolgens met zijn vingers het schaamhaar op zodat het recht omhoog stond in een lange hanekam. Niets scheen ze ervan te merken, ze gaf althans geen asem. Om haar het zicht op de begrafenisceremonie niet te ontnemen, ging hij zo liggen dat zijn lichaam een hoek van negentig graden maakte met het hare. Op zijn zij liggend kon hij, met zijn benen onder haar opgeheven knieën door, zijn lange zaligmaker bij haar inbrengen zonder dat ze maar iets van het televisieprogramma hoefde te missen. Ook nu reageerde ze nauwelijks. Ze schikte zich automatisch naar zijn wensen en gaf hem ruim baan. Haar ogen bleven gefixeerd op het scherm. Misschien wist ze werkelijk niet wat er met haar gebeurde, dacht hij. Misschien voelde ze helemaal niks, was haar riesige, nasse Muschi door al dat prinsessenverdriet daarvoor te ruim geworden. Ook hijzelf voelde weinig, alsof hij met zijn lange aal in een vat vruchtensap glibberde. Hij voelde de wanden van haar holte niet, hij neukte maar wat ins Blaue hinein. De genotsgeluidjes waar hij zo verzot op was, die hem altijd weer als muziek in de oren klonken, bleven deze keer achterwege, hoe hij ook zijn best deed om haar zover te krijgen. Zelf moest hij zich in toom houden, zichzelf bedwingen, om niet vroegtijdig... Hij dacht met opzet aan onplezierige dingen. Aan Rietje Spakman. Haar magere geraamte. Hij probeerde haar ribben te tellen. Rietje die een lijf had van iemand net uit Auschwitz, was bezig jodin te worden, had hij van Daniël Polak gehoord. Maar jood, dat werd je zomaar niet. In ieder geval at ze nu geen varkensvlees meer, en hield ze zich strikt aan de orthodoxe spijswetten.

   Nog steeds geen lichamelijke tekenen van Maria, of verbale, waarmee ze hem gewoonlijk liet weten dat ze gelijktijdig met hem, of eerder natuurlijk - dat was ook goed - de eindstreep zou halen. Nog langer uitstellen lukte haast niet. Hij stond op springen. Hij probeerde nog de zaak op te houden, te rekken, door in gedachten Duitse voorzetsels die de derde naamval regeren op te zeggen: mit, nach, bei, seit, von, zu, zuwider, ausser, aus, gegenüber... En toen dit niets hielp voorzetsels van de vierde naamval: durch, für, ohne, um, bis, gegen... Terug naar Rietje. Rietje zonder tietje... die zich maar gauw moest aanmelden bij de platte  landsvrouwen. Beslist een flat character, niet zoals Maria die met haar geweldige diepgang gerust een round character genoemd mocht worden. Arme Rietje, die van gereformeerden huize was, maar na de onthullingen over haar overgrootvader in therapie was gegaan

- regressietherapie deze keer - en tot de ontdekking kwam dat ze in haar vorige leven een orthodoxe jodin was. Die verrassend veel op Anne Frank leek. Hoewel die niet echt orthodox was. En net als Anne Frank was Rietje in Bergen-Belsen omgekomen.

   Nog geen Maria. Behalve de zachte deining in haar grote lijf, veroorzaakt door zijn bewegingen, en korte rillingen als windvlagen over een vijver. Maria, Maria, Maria. Ze moest nu wel komen. Of ze wilde of niet. Laat iets van je horen... It’s not over till the fat lady has sung! Er was geen houden meer aan. Goed, we gaan ervoor - TSJAKKA! AAAHHH! EJACULATIO, ERGO SUM! 

 

Jürgen kwam op de sociëteit met een introducé, een Egyptische foreign exchange student, een jongen die aan de hogere landbouwschool studeerde. Robert-Jan herinnerde Jürgen voor de zoveelste maal aan hun afspraak.

   `Misschien vanavond,’ zei Jürgen, zoals hij wel vaker beloofd had. `Maar eerst een potje dammen. Hij schijnt kampioen van Caïro of zoiets te zijn.’

   Robert-Jan keek in het olijke, ronde gelaat van de Egyptenaar.

   `En dan misschien een potje neuken. Voor we ons op moeilijk interpretatorisch terrein begeven.’ Jürgen keek hierbij grijnzend naar zijn mediterrane vriend, die misschien niet alles begreep van wat er werd gezegd.

   Het drietal begaf zich naar de ruimte waar dam- en schaakspelletjes gespeeld konden worden, in een hoek van de zaal waar andere corpsleden zich uitbundig overgaven aan biljarten.

   `De piramidebouwer tegen de dijkenbouwer,’ stelde Jürgen voor. De jonge Egyptenaar bleek zo goed dat Robert-Jan in een mum van tijd verslagen was. `De dijkenbouwer, een verre nazaat van Grote Pier, verliest het van de piramidebouwer, afstammeling van Ramses de Zoveelste,’ stelde Jürgen met luide stem vast. Andere in corpsblazers gehulde leden kwamen om hen heen staan.  

   `En nu de winnaar van de eerste partij, de piramidebouwer, tegen de... tegen...’

   `Tegen de concentratiekampbouwer,’ stelde Robert-Jan voor. `Een afstammeling van...’ 

   `Nee... Dat zeg je alleen om voor de tribune te spelen, en dan met name ten behoeve van onze besneden vriend hier,’ zei Jürgen op verwijtende toon. `Noem me dan liever een bouwer van die Mauer. Een oudoom van me uit Oost-Berlijn heeft er inderdaad aan meegebouwd.’

   Ook de muurbouwer verloor binnen de kortste keren doordat hij een wel heel stomme zet deed die zijn tegenstander de kans bood in een slag zowat de helft van Jürgens damstenen op te ruimen.

   `Dumm, dumm, dumm,’ zei Jürgen terwijl met zijn vuist tegen z’n voorhoofd sloeg.

   `Ja, jij hebt het buskruit ook niet uitgevonden, hè,’ zei Robert-Jan melig. `Of moeten we zeggen het Zyklon-B?’

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.