Gegevens:

Categorie:
Drama
Geplaatst:
2 mei 2019, om 21:54 uur
Bekeken:
258 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
113 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Corpsstudent * 8"


Hiermee was Maria tevredengesteld. Ze gebood de jongens zich uit te kleden, trok ook zelf haar wijde jurk en het nauwsluitende stuk onderkleding over haar hoofd en stond op. Met z’n drieën stonden ze naakt in de kamer en keken naar elkaar. Ze wees met uitgestrekte armen naar het zich verheffende geslacht van beide jongens en riep met blijde verbazing: `Pfui Teufel! Das ist deutliche Körpersprache. Ihr seid affengeil.’ Ze nam hen bij de hand mee naar het bed achter in de kamer.

   Ze wist wat ze wilde, ze had duidelijk eerder met dit bijltje gehakt. Robert-Jan moest op de rand van het bed zitten, de knieën tegen elkaar. Met haar benen in de spreidstand schuifelde ze op hem toe en half over hem heen tot ze met haar volle gewicht op hem kwam te liggen, haar blote billen uitnodigend naar Jürgen gekeerd. Robert-Jan kon zijn makker achter Maria’s brede rug niet zien. Hoefde ook niet. Jürgen was dus een echte Po-neuker, hij had het kunnen weten - dat gedoe met die Egyptenaar. Hij lag met zijn gezicht tussen haar uiers van borsten. Hij kon de enorme druk van haar lichaam bijna niet meer dragen. `Mir geht die Puste aus,’ bracht hij met gesmoorde stem uit. Toen ze na enig gezwoeg en geploeter van hen gedaan kreeg wat ze wilde en beide jongemannen stevig in zich voelde - een via de voorbips en een via de achterbips - kwam ze half overeind en steunde zichzelf op haar gestrekte handen. `Es ist gelungen!’ zuchtte ze. Ze keek neer op het gezicht van Robert-Jan met een extatische uitdrukking op haar gelaat, vond hij, als van de Heilige Maagd, zoals die wordt afgebeeld in vele kunstwerken uit de Renaissance. `Ich tue es aus Liebe zu dir,’ zei ze met een zachte stem waarin diepe ontroering doorklonk. `Mein lieber Junge, ich bin doch nur auf dein Wohl bedacht.’ Hij zag dat haar ogen vol tranen waren. Hij bleef naar haar kijken en dacht aan de Piëta van Michelangelo en aan De extase van de heilige Theresia van Bernini. Maria’s ogen werden lichter van kleur, het was alsof ze in het niets zouden oplossen. Hij was getuige van een Maria-Tenhemelopneming. Hotsend en botsend voltooiden ze gedrieën den Akt.

   `Wie war’s?’ vroeg Maria toen ze uitgeteld op bed lagen. Een verpletterende ervaring - Wie eine Walze, was wat Robert-Jan wilde antwoorden, maar hij zei: `Einfach Zucker! Und für dich?’

   `Wunderbar. Ich fühle mich sauwohl.’ Ze slaakte een kreet van ontzetting toen ze opzij keek en Jürgens poepstamper zag. `Igitt!’ Alsof hij die in een pot pindakaas had gestoken, zei ze. Ze duwde hem van het bed, hij moest direct onder de douche.

   Robert-Jan viel in slaap, zijn wang tegen haar borst. Even later, Jürgen stond op het punt om weg te gaan, hoorde hij vaag dat ze iets afspraken, iets groots, nur corpsstudenten, nein... keine Studentinnen. Een grootse gebeurtenis moest het worden - für eine geschlossene Gesellschaft. Hij dommelde weer in, terwijl Maria zachtjes Eiapopeia zong. 

 De volgende morgen vroeg hij wat ze met Jürgen beklonken had, maar ze liet niets los. Het moest een verrassing blijven -- speciaal voor hem. `Wir haben uns einen Plan ausgetüftelt.’

   En zo gebeurde het dat er die avond een groep eerstejaars voor Maria’s deur verscheen onder leiding van Jürgen. Hij werd geflankeerd door een stevige knaap, die het corpsvaandel droeg. Allen waren getooid in de muts en blazer van het studentencorps.

   `Das ist ja irre!’ kirde Maria blij verrast toen ze met z’n allen in haar kleine, knusse woning stonden. Twaalf jongens, met Robert-Jan erbij dertien. Jürgen begon de leden aan haar voor te stellen. Die stoere, stevige daar was Kees de Jongen. Verder Wouter Pieterse, Werther Nieland, en ons troeteljoodje Fransje Kafka...

   `Houd maar op,’ riep Robert-Jan, `wat kan het schelen hoe iedereen heet.’

   Jürgen legde uit dat hij als ouderejaars belast was met de taak de jongerejaars corporale normen en waarden bij te brengen, ze in te wijden. Daarvoor waren ze gekomen.

   Maria keek vertederd naar Daniël, alias Fransje Kafka. `Ein putziges Bübchen,’ merkte ze op. Ze vroeg of hij er niet te jong voor was. Jürgen legde haar uit dat het slimme joodje, hoewel hij er uitzag alsof hij net zijn barmitswa had gevierd, als zestienjarige sehr begabter Student, sich an der Universität immatrikuliert hat.

   De ceremonie kon beginnen. Maria trok haar gewaad uit. De aanwezigen keken met ontzag naar haar enorme naakte lijf.

   `Warum glotzt ihr? Schaut doch nicht mit solchen gierigen Blicken!’ plaagde ze.

   `Iedereen ter plekke uit de kleren!’ gebood Jürgen. Hij gaf zelf het goede voorbeeld. De anderen volgden.

   `Alsof we met z’n allen de gaskamer in moeten,’ morde Daniël.

   `Niets daarvan. Dit is iets heel anders.’ Jürgen gebaarde dat ze moesten zitten, allemaal met het gezicht naar het grote bed achter in de kamer. `We spelen het spel zo...’

   `Der Führer führt das grosse Wort,’ bromde het lastige joodje. `Alleen dat snorretje nog...’

   Jürgens secondant, de forsgebouwde jongen die aan rugby en boxen deed, keek dreigend zijn kant op. Daniël hield verder zijn mond.

   Maria waggelde koddig in haar blote kont naar het bed en ging er breeduit op liggen. Ze wachtte met een geamuseerde glimlach op haar eerste klant.

   Jürgen gaf zijn instructies. `Terwijl de anderen rustig hun beurt afwachten en ondertussen het Io Vivat ten gehore brengen - de buren moeten begrijpen dat het om een studentenkoortje gaat dat hier even is komen oefenen -, komen jullie op een teken van mij een voor een op deze grote vrouw liggen om met haar iets groots te ervaren. Ik had haar jullie al aangekondigd als De Zondares Zonder Naam. Welnu, ik zal jullie een groot geheim verklappen. Deze vrouw is in werkelijkheid mijn bloedeigen moeder, die op mijn verzoek speciaal voor deze gelegenheid uit Düsseldorf is overgekomen, waar zij als gerontosekstherapeute werkzaam is. Oude mannen die ‘m niet meer omhoog kunnen krijgen, heeft zij in behandeling en die krijgen het na en aantal sessies bij haar gewoonlijk wel weer voor elkaar. Zo zijn prins Philip en prins Bernhard al eens bij haar geweest, alsook enkele groten uit de Nederlandse literatuur: Mulisch, Claus en Wolkers.

   `Niet alles is waar wat hij zegt,’ merkte Daniël fluisterend op.

   `Wat dan niet?’ wilde een bankierszoon weten.

   `Nou, dat van Wolkers, dat is vast niet waar. En die Claus zal wel prins Claus moeten zijn. De rest zal wel kloppen.’

   `Als ons joodje uitgesmoesd is...’ Jürgen keek met een schoolmeestersblik de kring rond en vervolgde: `Jullie pompen je dus een voor een leeg in meine Mutti, terwijl ik gezeten op die stoel naast het bed erop toezie dat dat alles precies volgens de regels van ons corps gebeurt. De andere pompgasten blijven dus het corpslied zingen totdat ik op het moment suprème de plechtige Latijnse corpsspreuk intoneer. Over zingen gesproken: niemand hoeft zich over dat andere soort zingen te bekommeren, niemand hoeft voor het zingen van het Wilhelmus de poort uit... keine Torschlusspanik! Geen knellende condooms. Alle voorzorgsmaatregelen zijn reeds genomen.’

   `Welke dan?’ vroeg het lastige joodje.

   `Mutti neemt na afloop de morning-after Anti-Baby-Pille.’

Jürgen stond wijdbeens voor hen, zijn bundeltje kleren tussen zijn voeten, met alleen zijn muts op het hoofd. Hij monsterde zijn manschappen. `Zijn er nog vragen?’ Er heerste een drukkende stilte. `Zijn jullie er klaar voor?’ Iedereen knikte. De ceremonie kon beginnen.         

   Jürgen nam het corpsvaandel over van zijn secondant en schreed ermee naar het bed waar Maria open en bloot lag te wachten. Hij stelde het vaandel op bij het hoofdeinde ─daar moesten de ogen van de copulerende corpsleden zich straks op fixeren─ en zette de vrouw zijn muts op. Hij trok het hoofddeksel tot diep over haar ogen. `Zodat ze niet weet wiens vlees ze in de kuip heeft,’ legde hij hun uit. `Dat moet ze namelijk raden en achteraf, als alles voorbij is, aan ons vertellen. Ik ben benieuwd of ze die van haar eigen zoon er tussenuit pikt. Want ik doe natuurlijk gewoon met jullie mee.’ Hij wees de eerste aan, de magere bankierszoon met het strakke gezicht van een pilaarheilige. `Toe maar. Ze wacht op je met open... vulva. Met haar vagina wagenwijd. Ze is bijzonder goed gemutst... van onder en van boven.’ Na nog enig verder aandringen kwam de jongen overeind en ging stilletjes naar Mutti. De overige corpsleden keken toe, zongen het Io Vivat, en dreunden samen met Jürgen op het juiste moment de corpsspreuk op. Toen de jongen bewezen had wat hij waard was en het eerste schaap dus over de dam was, volgden de anderen. De een na de ander belandde in de mollige armen van Maria, die geduldig als een lastdier het allemaal over zich heen liet komen. Alleen Daniël stribbelde tegen, hij liet zich niet zomaar naar haar goddelijke walhalla lokken. De forse rugby-speler moest eraan te pas komen om Daniël, die alvast wel zijn keppeltje had opgezet, overeind te sleuren en naar het bed te duwen. Robert-Jan was de twee na laatste, gevolgd door de krachtpatser met Jürgen als hekkensluiter, die haar nu op de gewone manier nam en niet van achteren.

   ‘Jetzt schlägt’s dreizehn!’ riep Maria. Ze kwam half overeind, duwde de muts van haar gezicht en keek tussen haar benen. Eén kliederige troep van sperma en vulvavocht gutste uit haar genotsopening. Robert-Jan haalde een schaal uit de keuken en lepelde hun genitaliënvocht op. Allen kwamen er omheen staan.

   `Nog één kleine ceremonie,’ improviseerde Jürgen. Hij doopte zijn voorvinger in het sap en bracht bij ieder een kruisje op het voorhoofd aan onder het uitspreken van de corpsspreuk. Alleen Daniël wilde niet, géén kruisje. `Toe nou, stel je niet aan. Dit is niet de plaats en de tijd voor Prinzipienreiterei. De meesten van ons zijn van christelijken huize...’

   Maar Daniël hield hardnekkig vol. `Je schijnt vergeten te zijn dat ik van joodschen huize ben...’ Hij wilde dat verfoeide christenkruisje niet op zijn joodse voorhoofd, beslist niet.

   `We kunnen niet altijd rekening blijven houden met je tere joodse gevoelens, zei Jürgen, maar hij bond toch in. `Nou ja, dan maar een davidster.’ Hij bracht de twee driehoeken aan, waarvoor hij zijn vinger tweemaal extra in de schaal met kruisvocht moest dopen. Toen dat dus naar ieders tevredenheid voor elkaar was, sprak Jürgen zijn mannenbroeders voor de laatste maal toe. `Alle banden van vroeger,’ zei hij, `van huis... kerk... ouders... zijn hierbij verbroken en ontbonden. Wij leven nu in een nieuw verbond. Ons leven lang zullen wij elkaar steunen, door dik en dun, niet alleen tijdens onze studiejaren, maar ook daarna, wanneer wij carrière maken als arts, advocaat, noem maar op. Als wij allang hoge maatschappelijke posities bekleden, zullen wij nog steeds een broederschap vormen en op onze bijeenkomsten terugkijken op deze avond.’

   `Daar moeten we op drinken,’ riep iemand.

   Robert-Jan goot de inhoud van de schaal, die hij nog steeds in de hand hield, door de brede hals van een leeg weckflesje waarin kersen op siroop had gezeten, lengde Maria’s heilbrengende geilvocht, vermengd met hun aller sperma, aan met een scheut berenburg, een slok jenever en een bodempje advocaat, schudde het brouwsel en topte het op met Spa-rood. Er werden glazen uit de keuken gehaald, en omdat er niet genoeg waren, wat kopjes. Robert-Jan ging de kring rond en schonk in.

   `Proost!’

   `Prosit!’

   `Lechaïm!’

Daarmee was de plechtigheid over. Er werd nog wat nagepraat. Het werd een gezellige boel.

   `Hoe gaat zoiets nou bij de corpsmeiden?’ wilde het nieuwsgierige joodje weten.

   `Die hebben zo hun eigen geheime gebruiken en rituelen, die nog veel verder gaan dan de onze,’ verklaarde Jürgen. `Daarbij komen dildo’s en vibrators aan te pas, en een speciaal afgerichte herdershond.’

   Maria was ondertussen opgestaan, wankelend op haar benen, en kwam naakt bij haar naakte gasten in de voorkamer zitten.

   `Raden! Ze zou nog raden wie wie was,’ riep iemand.

   `Dat is waar ook,’ zei Jürgen. Had ze het verschil kunnen voelen, vroeg hij haar, tussen bijvoorbeeld het besneden snikkeltje van Daniël en de lange fierljepperstok van Robert-Jan?

   Ja natürlich had ze dat! Het joodse jodokusje voelde gewoon heel anders in haar dan de stengel van Robert-Jan die haar met lange halen tot de nok toe vulde.

   `Hoe anders?’ vroeg Daniël.

   `Ein Fremdkörper,’ lachte Maria. Ze kon het niet anders uitleggen. Het was nou eenmaal zo. Maar best fijn. Het jochie - das putzige Bübchen - deed niet voor de anderen onder, hij was echt `nicht aus Pappe’ geweest. Verschillen in stootkracht en omvang, ja die had ze duidelijk gemerkt. Vooral die van de forse jongen, die had haar wel zo tjokvol... ze had gedacht dat ze opeens een maïskolf in zich kreeg, hij was `wie ein Zuchtbulle.’ Anderen waren rappe wippers, die in luttele ogenblikken klaar waren. En Jürgen, die was haar laatste, dat wist ze zeker.

   Robert-Jan glunderde en pochte tegen de rugbyspeler dat hij alles maar dan ook alles had gegeven, dat hij om het in schaatstermen uit te drukken, héél diep was gegaan. Hij keerde zich naar Daniël aan zijn andere zijde en bracht het gesprek op de dames van de studentenvereniging. Daniël vertelde dat het meisje waar ze het de vorige keer over hadden gehad, besloten had toch maar niet joods te worden - het werd haar door de kleine joodse gemeente al met al te moeilijk gemaakt. Het kwam erop neer: ze wilden haar liever niet. Rietje was dus maar overgegaan tot het orthodoxe moslimgeloof. Een gruwelijk terreurgeloof voor fanaten uit het Midden-Oosten, een religie van achterlijke, moorddadige keeldoorsnijders - vooral de kelen van vrouwen, kinderen, oude mensen, en buitenlandse toeristen, vond Daniël. Robert-Jan was het daarmee eens, maar voor die treurige zielepoot van een westerling als Rietje was het waarschijnlijk een laatste uitweg geweest. Diep weggedoken onder een donker hoofddoekje, probeerde ze haar ongezond ogende perkamentwangen, met hier en daar vlekkerige rode plekken, zo min mogelijk te tonen. Liefst had ze er natuurlijk geheel gesluierd bijgelopen als een van die zwarte spookgedaanten in het Midden-Oosten.

   `Jongens,’ sprak Jürgen toen het tijd werd om in de kleren te schieten en op te stappen, `ik hoop dat jullie het gewaardeerd hebben dat ik mijn moeder heb laten overkomen en voor jullie heb neergelegd. Van jullie verwacht ik dat jullie op gelijke wijze je eigen moeder of zuster beschikbaar stelt voor groepsgebruik - alleen binnen onze club natuurlijk.’

   `Mijn moeder is er gek genoeg voor,’ grinnikte iemand.

   `Komt voor elkaar,’ zei de rugbyspeler.

   `Ik heb geen moeder meer,’ zei de bankierszoon droevig. `Die is vorig jaar aan baarmoederkanker overleden. Ik heb ook geen zuster.’

   `Oma of tante dan, dat mag ook,’ zei Jürgen vergoelijkend en troostend. `Maar over de dood gesproken, jullie zijn ongetwijfeld allemaal op de hoogte van de tragische dood van onze corpsgenoot. Welnu, ik mag nu eindelijk, na deze avond, de werkelijke toedracht onthullen. Die jongen was uitverkoren om te sterven. Net als bij de Vrijmetselaars of de Odd Fellows het geval is - ik ben even vergeten bij wie - wordt er om de zoveel jaren op een zeer geheime en plechtige vergadering besloten wie er moet sterven. Degene die na rijp beraad wordt aangewezen, is dan verplicht zelfmoord te plegen en krijgt een grootse begrafenis. De corpsrouw wordt afgekondigd, alle clubactiviteiten worden opgeschort, de corpsvlag hangt wekenlang halfstok van het gebouw, afijn... Nu is het de bedoeling dat we overmorgen bij de moeder en de twee zusjes van de jongen langsgaan, elk van ons met een zwart condoom, om hen te condoleren.’

   `Condomeren,’ grinnikte Daniël. 

   Jürgen keek hem aan en schudde langzaam het hoofd alsof hij het betreurde dat de zaak niet ernstig genoeg werd opgevat. `Goed,’ zei hij toen. `Robert-Jan heeft al aangeboden om nog even achter te blijven om de rommel op te ruimen, de rest van ons... inrukken!’

   Hartelijk bedankten ze de gastvrouw voor de genoten gezelligheid en het plezier en vertrokken. Robert-Jan hoorde hen buiten met opgewekte stemmen het Io Vivat zingen. Hij was blij toen iedereen weg was. De lege kopjes en glazen bracht hij naar de keuken. De volgende dag zou Klaas Nieboer weer thuiskomen - voorlopig: zijn echte straf van acht maanden zou hij later nog moeten uitzitten.

Toen hij maanden later, zittend in Klaas Nieboers stoel in de met spaanplaten afgetimmerde zolderkamer, op de gebeurtenissen terugblikte, kon hij het nog steeds niet geloven. Hij kwam altijd door de brandgang en ging door de achterdeur, waarvan hij de sleutel had. Urenlang bleef hij in Klaas Nieboers stoel zitten naast het langzaam ontbindende lijk. Klaas had met Robert-Jan afgesproken dat hij dagelijks de gordijnen in de voorkamer zou komen openen en sluiten en het beddegoed af en toe bij zonnig weer uit het bovenraampje zou hangen, om vooral de schijn op te houden dat Maria nog gewoon in leven was. Verder moesten de planten verzorgd worden. De buren mochten niets in de gaten krijgen. Waarschijnlijk zou men er wel begrip voor hebben dat de vrouw zich liever niet liet zien, dat de schande haar binnenshuis hield. Men had haar trouwens ook zelden op straat gezien, haar man deed de boodschappen omdat ze te veel bekijks kreeg als ze moeizaam met haar enorme lijf naar het winkelcentrum waggelde.

 

   Hij stond op om het water in de wasbak bij te vullen en schrok van zijn eigen uitgestreken lijkenneukersponem in de spiegel. Hij leek sprekend op de zwaar gereformeerde heer Posthumus, een van de ouderlingen van zijn vaders kerk.

   Door het plastic, dat van binnen vochtig was als een met regen beslagen raam en dat hier en daar vol druppels zat als een douchegordijn, zag hij vaag de contouren van de dode vrouw, zijn Maria-Hemelkoningin. Als hij het plastic vlak tegen haar lijf drukte, kon hij duidelijk de wasachtige toestand van haar lichaam voelen en zien. Het ontbindingsproces was begonnen in de vingertoppen. Zijn handen streken het opbollende plastic plat tegen haar onderbuik. Zijn geliefde plek, haar eens zo saprijke, zachtroze vagina, was nu veranderd in een bruinroze, opgedroogde reuzenvijg, constateerde hij, haar vaginale honger was nu wel voorgoed gestild. Wat miste hij haar - vooral daar. Hij keek in haar doffe ogen. Hij wist zeker dat hij nooit meer naar een jodelende vrouw op televisie of radio zou kunnen kijken of luisteren zonder te denken aan zijn klaarkomende Maria met haar ten hemel gerichte, Mariablauwe ogen. Gelukkig had hij eraan gedacht het bijzondere geluid van haar klaarkomen op te nemen op een bandje. Hij zette zijn walkman op en luisterde. Hij wist nu wat hij met het lijk zou doen. Als al het overtolligs aan haar was weggesmolten, als er van de papperige brij niets meer over was, als eenmaal alle drabbige prut uit haar lijf door het afvoerpijpje was weggelopen - het menselijk lichaam bestond immers voor 85% uit water -, zou er alleen nog een droog verschrompeld omhulsel van huid om een skelet van haar over blijven. Dat zou hij, opgevouwen in een grote koffer, achterop de fiets meenemen en ergens in het bos begraven.  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.