Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
5 september 2017, om 10:39 uur
Bekeken:
320 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
178 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ook die derde keer zakte hij als een baksteen"


In de schoolpauzes van de Nicolaas Maesschool te Amsterdam organi-seerden we in 1952 oorlogje spelen tussen verschillende klassen –de vij-anden waren de Duitsers, ik en mijn vriendjes de Amerikanen- en altijd was ik de architekt van de oorlog of de tweede man na de leider. Tot het verboden werd door de hoofdonderwijzer.

Het liep uit de hand. Hele stormlopen werden georganiseerd. Vechtpartijen met stokken, houten zwaarden en stenen.

Wiebe Rapmund leerde me een katapult te maken van stukjes rubber van een binnenband en we schoten op een middag de ruiten van huizen bij de lagere school in met knikkers en stalen kogellagers die als kogels door de ramen sloegen.

Levensgevaarlijk. Politie weer op school.

Een paar klasgenoten hadden een meisje van elf te grazen genomen, in een bouwkeet uitgekleed. Koetje keuren noemden ze dat.

Het gevolg was een flinke rel. Politie op school.

Franklins poging om een benzinetank van twintigduizend liter in brand te steken mislukte en hij verdween in de derde klas naar een tuchtschool, zeiden mijn grootouders.

Het was niet waar.

Ze logen alles bij elkaar.

Hij werd door zijn ouders op een duur internaat geplaatst na een aanval van de hoofdonderwijzer op hem in de klas die in de jacht op hem zijn wandelstok op een houten schoolbank in tweeën sloeg. Dat maakte wel indruk, vooral doordat de onderwijzer nog in het (loop)gips liep doordat hij een gebroken been had.

Een privé school dus voor Franklin.

Ik vond het net goed dat hij opgesloten werd, want hij had mij een keer verraden aan de badman toen ik in het verkleedhokje van het AMVJ zwembad stond te plassen en dat was streng verboden. Hij haalde de bad-meeester er bij.

Ik ontkende bij hoog en bij laag het gedaan te hebben.

Uiteraard!

Medeleerling Ben van O., de domste van de klas, verkocht gestolen ach-terlichtjes, fietslampjes en fietsbellen. Ik was een gretig afnemer. Een kwartje per stuk.

Al gauw kwam weer een politieagent op school en als een ware Sherlock Holmes had hij al snel de dader te pakken.

We pulkten ook wel celluloid van handvaten van rijwielen en staken dat in brand met een vergrootglas.

Ik mocht van oma en tante nooit meer met Bennie van O. de achterlicht-jesdief spelen. Zestien jaar later kwam ik hem tegen (1967) bij de moeder van het mooie Joodse meisje Hanneke Elion in Haarlem.

Hij was een eigenwijs zwetsend, mager, in elkaar gedoken, zwaar brillend, schichtig, bekakt, leptosoom Leids corpsballerig studentje geworden van dertien in een dozijn.

Een beroeps oudenhoer.

Voor de derde keer deed hij het eerste jaar elektrotechniek. Je zag op een kilometer afstand dat het met dit suicidale, broodmagere minkukel nooit iets zou worden.

Ook die derde keer zakte hij als een baksteen. Hij vroeg wat ik deed.

Ik zei kort: ‘Kunstschilder!’

Daar kon hij niet over uit. Hij bleef maar doorzaniken.

‘Kunstschilder! Kunstschilder! Kutschilder! Hahahaha! En jij was het knapste jongetje van de klas! Ha! Helemaal mislukt! Kunstschilder! Kut-schilder zal je bedoelen! Wat een afgang! Wie wordt er nou kunstschil-der?’

Ik zag het net iets anders dan dit bij voorbaat al mislukte corpsstudentje en zweeg verder.

Mijn zuster, altijd snel gecharmeerd van meelijwekkende miesjmachers, professionele kroegtijgers, obsedés sexuels, sukkels, minkukels, misfits, losers, havenots, habe nichts, artistieke kletsmajoors en antroposofische halluvve zolen ging nog een keer bij Bennie op bezoek om geneukt te worden. Het studentje had haar aangeraden dan maar een kondoom mee te nemen als ze zo nodig moest. Ze deed het nog ook!

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.