Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
10 juni 2017, om 23:16 uur
Bekeken:
321 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
168 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En kwam er een paar kilo weed aan met een schip uit Verweggistan"


En kwam er een paar kilo weed aan met een schip uit Verweggistan. Het ging dan in een Telegraafkrant verpakt recht door naar de Cotton Club op de Nieuwmarkt.

Een paar vrienden uit het Leidseplein milieu en ik maakten dat schoon en verdeelden het in kleine porties, samen met Martin Primadonna, de eerste beroepsneger van Amsterdam, die toen nog op een woonboot woonde waar half hip Amsterdam rond hing. Op een gegeven ogenblik brak er wel luis uit, dus kwam de GGD langs. Het was een hip zootje ongeregeld.

We  stopten het spul in lucifersdoosjes en verkochten dat aan een kleine, selecte kring van liefhebbers voor een paar joetjes per stuk, daar verdien- den we flink op, want voor niets gaat de zon op en trad in die jaren een bijstandsuitkering moeiteloos in werking.

Een vriend van Teun Steun Nijeboer, een contrapestatie kunstenaar, was de agressieve JanJoris Laminaat, een beroepswerkeloze acteur van de actie Tomaat, die politie agenten uitdaagde door een vuurtje te vragen voor zijn stick ter grootte van een kleine conifeer. Een lefgozertje met een grote bek zoals al die subsidie vretende acteurs.

Een uur later stond hij weer met tomaten en rotte eieren te gooien en te schreeuwen naar gevestigde acteurs als Ko van Dijk, Willem Nijholt en actrices als  Ellen Vogel dat ze fascisten, kapitalisten en nazis waren. De gangbare etiketten die extreem linkse beroepswerkelozen plakten op alles en iede- reen die ze niet welgevallig waren.

De broer van JanJoris Laminaat was initiatiefnemer bij de Satanskerk. Duivels lekker. Een lekker fris stelletje.

Er waaide een nieuwe wind door Nederland. Toneelvoorstellingen wer- den gesaboteerd door radencommunisten. De goed gesalarieerde ambtena- ren van CRM kozen de kant van de linkse extremisten. Dat hadden ze geleerd op de asoosiejale academie. Wat stelden die linkse ambtenaren van het ministerie voor als salon socialisten? Links lullen, rechts zakken vullen.

 

Simon Vinkenoog was een van onze vaste klanten en een Kennemerland- se graficus, een halve zool uit Haarlem, die zijn burgermansbaan had op- gezegd om voor kunstenaar te gaan spelen, en dankzij diefstal, fraude en kunstvervalsingen twee keer in de bajes terecht kwam.

Niet iedereen was zo slim als GeertJan Jansen die met zijn oplichten over- al mee weg kwam.

Haarlemse contraprestatiekunstenaars waren de hele dag zo stoned als een garnaal, zaten zomers op het strand en in het kielzog daar van heel wat leerlingen van de kunstnijverheidsschool, met meestal een rijke pappie en mammie en een flinke toelage, dus die kochten zich ongans aan weed, pep en LSD trips om ook mee te doen. Ze hadden in hippe blaadjes als The Los Angeles Free Press gelezen dat het hip was om aan de drugs en de booze te zitten. Ik kocht wel eens een exemplaar bij de Atheneum boekhandel omdat Charles Bukowski er in schreef, die was toen in Nederland nog onbekend

Heel veel Haarlemse nep- en namaak kunstenaars waren vaste klant bij ons, die hadden toch niets anders omhanden dan de hele dag op het strand te zitten roken, want kunst maken, nee, dat deden ze niet, dat was niet hip, dat vonden ze commercieel, dat was rechts, daar trokken ze hun verneukte neus voor op.

Handje ophouden bij de contraprestatie was het hoogt bereikbare voor ze.

Ze leefden van de riante kunstenaarsteun, zoals dat weke chirurgenzoon- tje Remmie Rammelzee met zijn van oud roest in elkaar geknutselde vul- lisbelt plastiekjes exposeerde in Gallerie Gammelstrand of die halve zool Hannes Klomperman met zijn debiele kinderen en een hele stoet beroeps- werkeloze parasieten die daar omheen hingen.

Hannes noemde zich in navolging van Johnny van Doorn Electric Jesus. Bij tentoonstellingsopeningen sloeg en trapte hij van de straat geplukte fietsen in elkaar. Lekker hip. Het zal je fiets maar wezen.

 

Alles in Haarlem in de artistieke sien van de zestiger jaren was imitatie. Veel moderne jazz liefhebbers uit Ekestos, een Jazz sociëteit in Haarlem vlak bij het station, waren vaste klant bij mij.

Die rechercheurs in Kennemerland, dat zootje stelde niks voor, die leef- den nog in de tijd van Swiebertje en Bromsnor, die deelden bekeuringen uit aan kleine jongetjes die op straat voetbalden of op het gras liepen.

Die juten waren gevormd door vijf jaar nazi bezetting, net als mijn ou- ders, die slechts zes jaar lagere school hadden genoten, waar ze elf jaar over deden en na de oorlog sterke verzetsverhalen ophingen, maar in wer- kelijkheid naar de geest stiekeme, achterbakse collaborateurs waren.

Die politie agenten werden pas wakker toen ze die cult film “ The Man With The Golden Arm” hadden gezien, dat sprak tot de verbeelding van die sufkutten en mafklappers.

Een rolprent over een heroïne verslaafde. Daarna hebben ze op het buro met veel moeite en een woordenboek een Amerikaans boek van Bur- roughs gelezen over verdovende middelen, die schrokken zich een hoedje en dachten: Hé, dat zou hier gotdomme in Haarlem en Amsterdam ook best eens kunnen gebeuren onder al die artistiek lui van het Plein met hun aan- en inhang die de hele dag niks uitvoeren op kosten van de belasting- betaler, die gaan we eens flink te pakken nemen, die gaan voor schut als het aan ons ligt.

Als wij als gezagsdragers daar achter aan gaan maken we in no time pro- motie bij meneer de commissaris en zitten we een loonschaal hoger als brigadier! Kan het lieve vrouwtje weer een nieuw bankstel kopen en anders wordt het een maand niet neuken !

Ik geloof dat die agenten Houwsma en  Slaman heette, Groningse of Frie- se boeren lullen, die voor ze overgeplaatst werden nog nooit verder waren gekomen dan Roodeschool, Tietjerksteradeel  of Westeremden. Uit Gro- ningen kan natuurlijk ook niets goeds komen.

Je hebt van die kunstenaars die emigreren van uit Schubbekuttennijeveen naar het Westen, dat komt in de de dorpskrant, mislukken daar en gaan dan weer met hangende pootjes terug naar het Groningse platteland.

Een zwaktebod.

Dat kan nooit echte kunst op leveren. In het Noorden des lands heerst een laf  kunstenaarsklimaat. Dat komt door die eeuwige wind die daar waait, daarom hebben ze van die griffermeerde, gemene, vertrokken, doorgroef- de, ouwe rukkerskoppen met befbaarden. Sukkels zonder sokkels zijn het.

 

Rechercheur Houwsma vermoedde dat wij iets mee te maken hadden met de hasjhandel, omdat we vaak in de poffertjestent kwamen. Poffertjes en hasj; dat moest in hun optiek wel samen gaan.

Een bekend tref centrum voor ontspoorde, van huis weg gelopen jongeren met artistieke aspiraties en vaak een strafblad.

De meiden die daar zaten kwamen meestal uit Zetten of een andere inrich- ting waar ze vanwege prostitutie waren opgesloten, dus die wisten wel van wanten. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.