Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 juni 2017, om 17:12 uur
Bekeken:
299 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
188 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Blow Up herschreven (deel 2)"


Hij werd zo als zoveel randfiguren kunstschilder en vroeg contra-prestatie aan bij de gemeente Amsterdam. Henk had verraderlijke slangen ogen, een hangsnor en een kaal geschoren kop. Anonieme bronnen beweerden dat hij zijn vrouw mishandelde.

Sommige vrouwen hielden nu eenmaal van een pak klappes op de popo. Niks mis mee. SM was nog niet gepopulariseerd door de media.

Een huis in de Watergraafsmeer kreeg hij kado van zijn moeder. Kostje gekocht. Hij hield er slangen in terraria.

Vaak hoorde hij Henk op zijn baritonsax oefenen in het pand naast Nieuwe Spiegelstraat 48 op dinsdagavonden. Hij had geen hekel aan Henk.

 

Hij herinnerde zich jaren later vooral de kwikzilveren, lichtvoetige, luchtige conversatie met de slanke Cat, maar nog beter haar gitzwarte, geparfumeerde haar, haar olijfkleurige huid.

Aan haar vinger de zilveren design ring, ontworpen door Clara Schiavetto uit de Kerkstraat, vlak om de hoek van zijn woning aan de Nieuwe Spiegelstraat.

Haar aantrekkelijke, smartelijk gekrulde zinnelijke lippen.

Een kusbare dame.

Als iets naar meer smaakte…

Een paar maanden later. Hij ging overeind zitten. De relatie was zo goed als voorbij.

Een brede baan zonlicht viel juichend door de hoge atelier ramen. Een belofte voor de komende dag.

Herfst. Indian Summer. Nog een paar weken en de bittere kou van de winter zou in vallen.

Najaar 1967.

A whiter shade of pale van Procul Harum stond die zomer met stip hoog in de charts.

En paar jaar later werd de hijg en kreun opgeiler Je t’aime-moi non plus van Serge Gainsbourg een wereldhit.

Het meeslepende orgel in die song moet Gainsbourg geïnspireerd hebben door Procul Harum.

 

De compositie A whiter shade of paleneen mengeling van popmuziek met klassieke muziek, met name de muziek van Johann Sebastian Bach.

Het zou hierbij gaan om Wachet auf, ruft uns die Stimme (BWV 140), Orkestsuite no. 3 BWV 1068 en Air on the G String (zelf een Bachbewerking). Maarten t Hart stelt in zijn boek Mozart en de anderen dat het nummer een ‘originele bewerking’  is van de inleidende Sinfonia van cantate 156.[1] Een weinig vermelde inspiratiebron zou te vinden zijn in de prelude O Mensch bewein dein Sünde groß, BWV 622, uit Bachs Orgelbüchlein.

 

Een vriendin van Cat herkende het nummer als een bewerking van Bach die gedraaid werd bij de begrafenis van haar groot moeder.

Elke keer als het op de radio kwam zei ze tegen Cat: Daar gaat mijn opoe weer!

Cat hield van dat soort humor.

Hij ook.

 

Ze was niet bang geweest in het atelier dat prachtig op het Noorden lag aan het eind van een stoffige gang met een houten vloer in het atelier complex Tweede Nassaustraat 8.

En ze was helemaal niet verlegen in de slaapkamer, een afgeschutte ruimte op de entresol die je bereikte via een door de kunstschilder Theo Daamen zelf gemaakte houten, wit geschilderde trap naast de grijze oliekachel die qua capaciteit de ruimte in de winter nooit boven de elf graden verwarmde.

Een ruimte met een groot dubbelbed en langharig bruin tapijt op de grond.

Een grote spiegel tegen over het voeteneinde om alles in spiegel- beeld te kunnen volgen alsof een tweede paar bezig was synchroon de liefdesdaad te voltrekken.

A room with a view.

De hoge ramen keken uit op het atelier van schilderes Mareike. Een een paar jaar later in de seventies zat er een schilder die naar de laatste mode de fundamentele schilderkunst aan hing en menig subsidie verwierf met witte schilderijen waar niets op stond.

De nieuwe door de staat gesubsidieerde salonkunst van de over- heid.

Kassa voor de knoeiers die de laatste internationale mode kopieer-den. De schilderijen waren niet om aan te zien.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.