Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
10 maart 2017, om 14:10 uur
Bekeken:
268 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
143 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De rijksakademie was het monument van artistieke middelmaat "


Woensdag 11 juni 1986.

 

Naar bibliotheek Bergum gefietst.Artikel in V.N. over de Rijksakade-mie,waarin de studenten uiterst krities zijn over het docentencorps. Zo’n talentloze onderkruiper als “professor”Jacob Kuiper,die me in 1967 de artistieke streek flikte om me eerst voor het lidmaatschap van Arti et Ami-citiae voor te dragen en één dag voor de ballotage zijn handtekening in trok omdat Dirk van Gulik ruzie met hem maakte over mijn hoofd heen.

”Je hebt nog één dag om een andere handtekening te vinden” beet de gebochelde krompoterige befsnor annex pvda miesjmacher Jacob Kuiper me toe en vervolgde met: ”En als je er in slaagt om die handtekening te vinden, stem ik tegen en dan word je nog geen lid, daar zal ik persoonlijk voor zorgen!”

Ik wierp tegen dat de ruzie tussen hem en van Gulik ging en dat ik me daar niet in had gemengd.

Dirk van Gulik zei me de benodigde handtekening de volgende ochtend te geven als ik langs zijn atelier aan de Prinsengracht kwam.

Op de afgesproken tijd liet hij echter verstek gaan.

Artiesten manieren!

Zes jaar later werd ik toch nog lid.

De rijksakademie was het monument van artistieke middelmaat dat mid-delmaat opleverde.

In 1968 had ik een paar maanden een atelier in Haarlem aan Ateliers ’63, het elite instituut voor beeldende kunstenaars, door Jan Dibbets al vaker het nieuwe Bauhaus genoemd. Ik zat toen net een half jaar in de BKR en de staf was danig in zijn nopjes met een BKR kunstenaar in het leerling-enbestand.

Mijn overbuurman was Jan Hendrix,die later naar Mexico zou gaan. Ik leende platen van The Velvet Underground, van Bob Dylan en The Grate-full Dead van hem.

Zo nu en dan rookte ik een stick in zijn atelier.

Meisjes van zeventien, achttien jaar hingen als groupies rond de ateliers en ik ging met ze naar het strand of naar het plaatstelijke underground centrum Electric Centre.

De zeventienjarige Joke was mijn toenmalige vriendin. Het was de meest vrolijke en zorgeloze tijd die ik ooit gekend heb.

Ik had een huis in Amsterdam dat bijna niets kostte, een gegarandeerd inkomen uit de BKR, een vaste galerie die mijn werk tentoonstelde, een atelier in Haarlem en bewonderende meiden om me heen bij de vleet. Aan het artistieke werk kwam ik bijna niet meer toe. Dronk dagelijks thee op zijn Japans in het atelier bij de Japanner Kouji Ogoura en converseer-de met hem moeizaam maar geduldig in zijn nauwelijks verstaanbare steenkolen Engels.

De mooiste meid van de akademie,het schildersmodel Madeleine, een onvervalste,zwartharige Balkanstoot met grote, amandelvormige veel belovende zaadvragende slaapkamer ogen en volle sensuele lippen, kwam op een avond mijn atelier binnen,slechts gehuld in een laken. Ik vond het een grove daad en stuurde haar beledigd weg. Zo wilde ik niet benaderd worden. Ik was geen artistieke hoerenloper, maar een sjieke artiest! Vanaf dat moment verspreidde ze het gerucht dat ik van de flik-keradatsj was, maar het kon me niks verdommen.

De kunst ging nog altijd voor alles!

Ik moest die los geslagen akademiewijven met hun bemorste verfvoorschoten toch al niet.

Ik haatte ze of minachtte ze met die muizebekkies waarin ze hun pen-selen klemden, zodat de tanden nog schever in hun laadklep gingen staan.

Een paar ateliers verder op zaten de beide mafketels Axel en Helen van der Kraan, het hele atelier vol gestouwd met takkenbossen.

Ze werden er bijna voor van de akademie afgetrapt totdat de direkteur Paul Schotel in Art International las in 1968 dat het De Grote Mode In New York was om takkebossen en graszoden tentoon te stellen in galeries en musea.

De nieuwe kleren van de keizer!

Ik kreeg al gauw een meningsverschil met begeleider Edgar Fernhout,de zoon van de beroemde schilderes Charley Toorop,een verwend moederszoontje dat uiteindelijk toch nog leraar schilderen was geworden aan ateliers ’63. Een droogkloot in een driedelig, grijs pak. Uit modieuze overwegingen was hij abstract gaan schilderen, dat lag beter in de markt en zo  werd hij populair bij de gesubsideerde salon communistjes van de BBK.

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.