Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 februari 2017, om 15:59 uur
Bekeken:
287 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
163 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hank Duvelsjas: Het genie van Westeremden (deel 2)"


“Godverdomme, de deur is open! Kijk uit je doppen, kullootzak, kolerelijer, lul met vingers, zakkenwasser!!!” schreeuwde een gebroken stem.

Ik trok een bars gezicht als een polietsie agent die een verbaal uitschreef, duwde de deur open en stapte onvervaard naar binnen als een investiga-tive journalist van de Los Angeles Free Times met een missie.

Ik voelde met mijn hand het koude staal van de punt 38 snubnose gela-den met hollow point kogels in mijn rechter broekzak.

In het uiterste geval…

Wat een taal sloeg die goosser toch uit! Dat zou je toch niet direkt ver-wachten van een lidmaat van de gereformeerde kerken vrijgemaakt op art. 31 grondslag.

Het was wel bekend dat je de hardste vloeken altijd hoorden knetteren vanaf de schoolpleinen van christelijke scholen.
De tieperende ouwmannenhuisstank van ongewassen kleding, wijn, urine, aangekoekte stront en rottend voedsel sloeg me tegemoet. Ik had niet anders verwacht.

Duvelsjas was niet alleen al flink aan het dementeren, maar vooral aan het fermenteren, dat rook je op een kilometer afstand.
“Meneer Duvelsjas”, zei ik beleefd, ”waarom zou U niet eens voor een keer een raam open zetten? Het is mooi zomerweer!”
“Bemoei je met je eigen zaken! En noem me geen meneer. Ik heet Hank van voren en Duvelsjas van achteren”.
Hij was al enkele jaren invalide en met veel hijs en sjor werk wist hij zich uit zijn bed in een leren crapaud te hijsen.

Ik hield nog meer van leren Chesterfield meubelen om op te rieleksen, dan van stinkende epigonen als Hank Duvelsjas, waar ik al helemaal niet op zou willen liggen rieleksen.
“En nu een goed internationaal Europees gesprek op nivo. Niet dat klein-geestige bekrompen gereformeerde kunstenaarsgelul! Dat hoor ik mijn hele leven al van die ranzige zakkenwasser van een manager van me uit Aduard! Die gereformeerde kullootzak!” zei hij grimmig.
Onder handbereik op een wrak tafeltje stond een grote tweeliterfles goed-kope rode wijn van het inferieu re soort dat ze vroeger bij de kruidenier op de hoek in kartonnen pakken verkochten voor minder dan een gulden. Vin du chagrin, wist ik uit ervaring. Sjag gerijn wijn. Cote dut Kut. Onvervalste hoofdpijnwijn, door al dat sulfiet dat ze er in gooiden. Lekkere kankerver-wek kers! Van je naaste moest je het hebben. In een half leeg glas dat op een wrakke, ruw gedisselde houten tafel stond dreven dode muggen, vlie-gen en nachtvlinders.

Beëlzebub Duvelsjas;de heer der vliegen.

De artist zette de stoffige fles aan zijn vlezige lippen maar de hoofdpijn-wijn stroomde grotendeels op zijn morsige roze overhemd.
“Dat smaakt. Daar word je een ander mens van! Nu weet ik weer waarvoor ik leef en daarom zing ik”, zei hij en liet een schallende boer.
“Je kunt beter een glas gebruiken” zei ik.
“Da’s goed voor de burgerman”, zei hij minachtend en liet een tweede boer,die hij afvlakte door stevig op zijn pens met de vlakke hand te slaan.
“Geef die boer een stoel”, grapte hij.
Ik zweeg. Als ex-kommando en full contact kyoku shinkai karateka was ik veel gewend, maar dit sloeg alles! Het was een wonder dat Duvelsjas door dat harde slaan op zijn maag geen breuk van het middenrif ooit was opgelopen.
“Ik zie dat je een digitale kamera bij je hebt. De moderne tijd heeft weer eens toegeslagen! Ik ben tegen de moderne tijd! Brengt alleen maar ellende al die techniek! Het eerlijke handwerk raakt op de achtergrond!” bromde hij misprijzend.
”Ik, Hank Duvelsjas, de grootse nakakker aller na kakkers van 17-e eeuw-se stillevens en kutterige kerk interieurs fotografeerde altijd met een ko-dak boxje van ver voor de oorlog. Daarmee maakte ik de meest unieke geniale fotos. Veel beter dan Cartier Bresson, die heeft het van mij nog moeten leren, maar daar schep ik niet mee op, dat weet bijna niemand! Die fotootjes van Hans van Deventer? Knudde met de bijl! Kejje die story toen Fred van der Wal hem vroeg om een foto te maken van zijn boeken-kast toen hij nog in Groningen woonde?

Die van Deventer zei toen hij zijn staaf flitser pakte: "Ik zal eens even een flink shot flitslicht er tegen aan gooien, dan komt het altijd goed!"

Nou, het was zo’n flink shot dat er op de dia totaal niets verscheen. Over-belicht! Ach, die lulhannes waande zich een soort James Bond, maar als ie van zijn leven één wijf vijf keer heeft geneukt is het veel. Hij kan toch al jaren zijn lul niet meer overeind krijgen, dat weet toch elke kalvinistiese tekenleraar waar hij mee om gaat.

Die kiekjes van W.F. Hermans daar schijt ik op! Ze zeggen dat die bij het surrealisme hoort, maar gotsalmeliehebbe, als dat surrealisme is! Met het surrealisme heb ik niks te maken als gristen mens! Ga je mijn lul nou nog voor dat kutkrantje van jou fotograferen of komt er nog wat van?”
“Ja, zo meteen”, zei ik.

Ik liep naar het raam, zette het op een kier en voelde een stroom koude lucht naar binnen komen. Dat luchtte op.
“Goed dat je kwam. Ik moet al uren pissen. Geef eens een lege melkfles, daar past mijn slapjanus voor van avond twaalf uur nog wel in met een beetje wringen!”
Het stond vol met lege flessen. Ik pakte er een en gaf hem die. Zijn jeans had geen rits meer, die was er misschien wel uit gerot of weg geroest. Een touw om zijn middel hield de broek op zijn plaats. De ongewassen zweetsokken met een afbeelding van Donald Duck vertoonden grote gaten.
“Kun je als wederzijdse handreiking in het kader van 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.