Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 december 2016, om 19:56 uur
Bekeken:
284 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
200 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Dankzij een aanzienlijke erfenis"


In het rapport van de Stichting  1940-1945 is ten onrechte vermeld dat mijn vader, (de aanvrager van een verzetspensioen F.W. van der Wal s.r.) een 3-jarige hbs volgde.

Hij volgde echter zonder enig succes slechts een half jaar ulo.

Voor het einde van het jaar werd hij van school verwijderd wegens onhandelbaarheid. Mijn infor-matiebronnen in deze waren zijn zuster, zijn moeder en vader die alle drie in de jaren zestig bo-ven vermeld feit  onafhankelijk van elkaar bevestigden.

De vermelde ‘jongen’ in het onderzoeksrapport die van der Wal na de oorlog in dienst nam als winkelbediende en wiens naam niet vermeld wordt was  de al lang overleden Leo Huygen, een toenmalige 18-jarige slome duikelaar met een puisterige, schele kop en een rafelig snorretje die niet bepaald uitblonk in zelfwerkzaamheid  en daarom terecht al snel ontslagen werd.

Later werd hij chef public relations bij een fabrikant van kantoormeubelen.

 

De hartinfarcten die de Heer van der Wal troffen waren te wijten aan overmatig roken (twee tot drie pakjes per dag!) het onmatig consumeren van zeer grote hoeveelheden alcohol en een slech- te, vette, zoute voeding, gepaard gaande aan ieder gebrek aan beweging en hadden m.i. niets te maken met zogenaamde, gefingeerde, ’traumatiese’ oorlogservaringen.

Bekend was dat van der Wal Sr. reeds van de kleuterleeftijd af een psychiatries geval was, net als mijn zuster en overleden broer onder behandeling van diverse psychologen en psychiaters  en ui-terst labiel, opvliegend, ruzieachtig, zoals zijn eerste onvolwassen echtgenote, ongedisciplineerd, met iedereen in konflikt leefde en  jaren lang drankzuchtig, bovendien zich aan bizarre sexuele afwijkingen overgaf  (sadomasochisme) en door degenen die hem kenden ‘een onmogelijk mens’ werd genoemd.

Werkelijkheid en waan liepen bij hem in elkaar over en zijn heldenverhalen waren controleerbaar onjuist o.a. is deze lezing van mij bevestigd door een deelnemer aan de Website De Grebbeberg.

Zo vermeldde van der Wal Sr.  regelmatig  een officiersrang te hebben gehad, maar bij navraag naar zijn officiers boekje en uniform, alsmede informaties bij het ministerie van defensie bleek dit een leugen.

Hij bracht het met zijn half jaar ulo nooit verder dan soldaat. Ook zijn echtgenote blonk niet uit in opzienbarende scholing en bracht het niet verder dan typiste en later werkster/mantelzorgster.

De in Uw rapporten vermelde Charles Dijkmans, waar op u uw berichtgeving van de verzetsakti-viteiten van van der Wal grotendeels baseert, was niet alleen een nog groter fantast dan de ‘ver-zetsman’ van der Wal, maar heeft een half jaar door gebracht in een Duits concentratiekamp van-wege het leeg roven van onbeheerd achtergelaten Joodse boedels. Uw dienst (Stichting 1940-1945) houdt er frisse informanten op na, maar misschien verklaart de bezorgdheid die u aan de dag legt ten aanzien van NSB kinderen meer uw ware interesse.

Proficiat in deze!

Een andere leugen is dat van der Wal geen opvolger had voor zijn zaak. Ik werkte anderhalf jaar na mijn opleiding aan de kweekschool en het volgen van de akademie voor beeldende kunsten Ateliers ’63 te Haarlem, enkele jaren bij hem in de zaak en was zonder meer bereid de zaak voort te zetten.

Echter, om mij de voet dwars te zetten (de grootste verdienste van deze ‘verzetsheld’ en voor zo-ver mij bekend zijn enige talent, ook volgens velen die hem hebben gekend) accepteerde hij dat niet ongetwijfeld onder druk van zijn tweede echtgenote, die als zijn Meesteres fungeerde. Menigeen noemde van der Wal Sr. een slapjanus.

In 1969 nog bood mijn echtgenote aan om zijn winkel Nieuwe Spiegelstraat te beheren tegen een derde van de winst, maar hij bood slechts twee honderd gulden per maand, minder dan een kwart van het toenmalige minimumloon. Wij konden met dat ‘nobele’ aanbod van deze vaderlands-lievende ex-verzetsman uiteraard niet akkoord gaan.

U vermeldt de panden Nieuwe Spiegelstraat 46 en 48 in Uw rapportage nogal denigrerend als ‘winkeltjes’.

Bent u er eigenlijk wel bekend mee dat deze winkel stand in Amsterdam (het zgn. Spiegelkwartier) de duurste wat antiek- en kunsthandels betreft, is en bovengenoemde winkel-panden op A lokatie bijna onbetaalbaar zijn?

U vermeldt dat van der Wal van de opbrengst van de verkoop van de Nieuwe Spiegelstraat  het pand Nassaulaan 16 te Ede kocht.

Ook dit is onjuist: het pand in Ede werd voor 60.000 gulden aangekocht in 1967 en voor 20.000 gulden verbouwd, toen van der Wal zijn beide zaken in de Nieuwe Spiegelstraat nog had.

Dankzij een aanzienlijke erfenis van 260.000 gulden die hem toeviel na het overlijden van zijn vermogende vader (die zijn kapitaal wel aan zichzelf te danken had) in 1966 was het hem moge-lijk de aankoop te financieren.

Wederom beschrijft u op irritante wijze  in uw rapportage een pand als ‘winkeltje’; namelijk de zaak aan de Parkweg te Ede: een zeer groot, ruim, luxueus gemoderniseerd en verbouwd pand dat grotendeels gefinancierd werd door mijn vader met geld uit een erfenis verkregen. De winkel-stand aan de Parkweg is een zeer goede en ‘winkeltjes’ komen er bepaald niet voor.

‘Men kan hier oude boeken en platen kopen’, stelt u in uw rapportage. Als u daar onder kostbare antiquarische boeken en zeldzame, dure grafiek van de 17-e tot de twintigste eeuw verstaat om schrijft u het beter. Gebrek aan kennis in deze zal u wel  parten spelen.

U schrijft dat het inkomen van van der Wal, (dat hij merkwaardiger wijze niet kan aantonen , maar wat via een kopie van de belastingaangifte toch heel gemakkelijk te kontroleren was ge-weest, als U zich enige moeite had willen betrachten),’vrij hoog was’.

Het is maar hoe U het bekijkt.

Van der Wal, die eenmaal in de Nieuwe Spiegelstraat een controle kreeg van ( volgens zijn zeg-gen de FIOD, maar ook dat kan gelogen zijn) gaf jaarlijks voor de belasting aangifte een bruto inkomen op van slechts zes duizend gulden. Ik heb de aangifte persoonlijk gezien, dus ik weet in ieder geval waar ik over praat.

De werkelijke inkomsten, (alleen al uit de direkte verkoop ) van de handel in antiquarische boe-ken en prenten,o.a. per verzendcatalogus naar Afrikaanse universiteiten die in de jaren zestig dankzij ontwikkelingshulp onbeperkte budgetten hadden te besteden waren vele malen hoger, zoals ik zelf heb kunnen konstateren  in de jaren dat ik er werkte. Kontante verkopen werden al helemaal niet geboekt, dus u kunt zich de voordelige positie van deze dappere  ‘verzetsman’, die zo graag het ‘vaderland’ verdedigde, maar daarna niet te beroerd was de belastingen van dat zelf-de vaderland op te lichten tussen 1951 en 1969, misschien enigszins voor stellen.

Tijdens de laatste ziekenhuis opname heeft hij enkele weken een ABW uitkering gehad, maar hij heeft hier zelf een punt achter gezet’,  vermeldt u trots in uw onzorguldige rapport, alsof het een nobele verzetsdaad betreft.

De waarheid was dat van der Wal tijdens die ziekteperiode en vlak daarna van zijn moeder tien-duizenden guldens ontving om zijn failliete boedel enigszins te onderhouden.

Bewijs stukken hiervan zijn in mijn bezit.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.