Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 december 2016, om 20:47 uur
Bekeken:
263 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
145 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een leip zootje die beeldende kunstenaars"


Ik heb altijd meer in grote partijen gezien om door te stoten dan in het kruimelwerk, dat is makkelijker en je verdient er veel meer mee dan aan zwetsende gesubsidieerde kunstenaars en slap lullende artistieke steun-trekkers door vijf of tien gram per keer te verkopen met alle risicos van dien, want je verrader slaapt nooit.

Bovendien was ik dat artiestengelul meer dan zat, die lui waren allemaal voor militaire dienst afgekeurd op S vijf, te stom om voor de duvel te dan-sen, labiel, doorgaans verslaafd, behalve die ene aquarellist van Arti, die was tenminste nog marine officier op een duikboot geweest, iemand met ballen en een beschaafde vrouw, maar die bemoeide zich ook niet met die artistieke mafketels, die had net als ik ook schijt aan ze.

Ik noemde hem vanwege die onderzeeboot altijd de onderwater duikel revolutionair omdat hij zich nergens over uit liet, altijd op de achtergrond bleef en nooit op viel.

Een rustige, milde man met een stijl van aquarelleren die erg Frans, krul-lerig aan deed. Typisch krachteloos Rijks akademie werk. Not my cup of tea, maar dat maakt niks uit. Smaken verschillen. Doorsneewerk waar elke kunstenaarsvereniging in grossiert.

Die aquarellist was iemand die door een periscoop naar de werkelijkheid keek en voorzichtig zijn kansen in schatte om daarna pas een torpedo in gezelschap af te vuren. Vijand in zicht.

Dat krijg je als je lang in een duikboot hebt opgesloten gezeten, dat heb je met al die lui uit het leger, die hebben allemaal een slag van de molen ge- had en weten wat ze doen om een ander de vernieling in te helpen.

Een behoedzame opportunist tot en met, die ex- officier, dus buitenge-woon populair in kunstenaarskringen, waar het de gewoonte was om met iedereen mee te lullen.

Een eigen mening hield hij er niet op na.

Ze voelden zich in de zestiger jaren op Arti stuk voor stuk miskende Pi-cassos, maar konden nog geen streep recht trekken op een doek.

Die academies leiden toch ook nog steeds op voor de bijstand, het gekken- gesticht, het buurtcentrum, de kroeg, het bordeel, de ontwenningskliniek, het ziekenhuis of de gevangenis.

Het was me een leip zootje die beeldende kunstenaars. De akademie-leraren lagen meestal net als Matthijs Rollebol stoned of lazerus achter in de klas op een bank te pitten.

Matthijs had regelmatig bij volle maan last van gekte, klom in een boom en speelde voor vogel die een ei moest leggen of ging met een spiegel ei zoals conducteurs hadden het verkeer staan regelen tot ie weer eens opge-pakt werd. Volgens de Groningse tekenleraar Fokko neukte ie mannen zowel als vrouwen. Affijn, smaken verschillen. Ik heb liever geen stukken stront aan mijn lul hangen.

 

De grote mode was toen in de jaren zestig onder artiesten om het communistje uit te hangen.

Er liep in Arti een artistieke, zwaar brillende, eeuwig grijnzende bochel rond, WeeWee (spreek uit WieWie) Willie Eikenakkermaalsonderhout, die miste een wervel in zijn nek en daardoor leek het alsof hij een bochel had.

Een gefrustreerde communist. Hij wist zeker dat de Russen of de Chine-zen elk moment ons land binnen konden vallen, dan zou de hemel op aarde aanbreken en hij zou gekozen worden als blokhoofd over een con-tingent kunstartiestenom te onderdrukken of naar het concentratiekamp te sturen.

Hij had al vast het rode boekje van Mao aangeschaft en uit zijn kop geleerd.

Ik had aan dat soort potentiële landverraders schijt. Tegen de muur met dat soort, redeneerde ik altijd. Auf die Flucht erschossen. Oranje boven. Leve de koningin !

Wee Wee Willie kocht een race fiets maar sloeg al bij de eerste bocht in het Amsterdamse bos over het stuur heen tegen het plaveisel omdat hij bij een scherpe bocht slipte op een nieuw aangelegd kiezelgrindpad en brak zijn sleutelbeen. Ik zag hem Arti binnenkomen met zijn arm in een mi-tella. Ik schoot in de lach, want andermans ongeluk was nog altijd mijn geluk.

“Attenoje, Willie, heb je weer matschudding met je wijf gehad ? ”  vroeg ik hem lachend. Hij antwoordde niet.

Jaren lang gaf hij in China les in revolutionair schilderen en tekenen en woonde als communist dan ook ergens in een duur grachtenpand.

Politiek linkse lulverhalen betekende in kunstkringen een regelrecht op-stapje naar een goed gesalarieerd baantje in een kunstcommissie. Eén middag werk in de jaren zestig en twintig ruggen per jaar uitbetaald door de gemeente Amsterdam was normaal.

Links lullen, rechts zakken vullen.

Liefst op kosten van de subsidiegever. In de klas van die kunstakademie in China zaten de spleetogen de hele dag koppen van Mao en Lenin na te tekenen. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.