Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 december 2016, om 10:10 uur
Bekeken:
303 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
164 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Weet je waarom ik Winner rook?"


Uit het witte pakje Winnersjek draaide ze handig een sigaret.

‘Mag ik er eentje van je bietsen?’ vroeg hij.

‘Ja, zo meteeen als ik klaar ben. Weet je waarom ik Winner rook?‘ vroeg ze glimlachend.

‘Geen idee. Omdat je het lekker vindt? Of omdat je halve zware van de Weduwe van Van Nelle te heavy vindt? Of niet van de kleur blauw houdt? Een pakje sigaretten te duur vindt?’ vroeg hij.

‘Nee, ik rook Winner omdat ik als vrouw geen verliezer ben en geen verliezers ken of wil kennen. Het is maar dat je het weet! Niet ver-geten hoor, anders vergeet ik jou!’ lachte ze.

‘Hoe weet je dat je een winner bent?’

‘Als je dat niet van jezelf weet ben je al bij voorbaat een verliezer. Ik weet het gewoon! Jij twijfelt aan alles! Dat is jouw bestaansgrond! Ik ken jouw tiepe. Adynamisch. Zal je niet ver mee komen!’

Ze was overtuigd van zichzelf.

In het begin vond ze niets aan sex, zei ze, maar nu kon ze er geen genoeg van krijgen. Ze was door haar vorige vriendje ontmaagd. Het eerste dat ze dacht was; is dit nu alles? Het leek hem vanzelf spreken dat een eerste ervaring niet direct een succes was. Alleen oefening baart kunst.

 Te koop. Goed ingenaaid exemplaar op de veiling van het leven, in varkensleer gebonden, prima gebrocheerd, de paginas gedeeltelijk nog niet opengesneden, goud op snee met koperen sloten. ER viel het een en ander te ontdekken.

Een collectioner’s item.

Zou hoge prijzen kunnen opbrengen als er genoeg bieders waren.

Een vrouw een moeilijk ontcijferbaar boekwerk?  

Alsof het een tekst was in Gothische letters.

Na een paar dagen had je het onder de knie, hoorde hij van van Bob Smalhout.

 Ze vond dat ze een  dame was met een gouden randje om haar on-dernavelse regio.

Daar zou ze gebruik van maken en haar grootste schat, de goudmijn tussen haar dijen waar ze op zat verzilveren door een academicus te huwen en dan geen doctorandus maar een promovendus of een hoogleraar.

Ze wilde iemand waar ze mee kon praten op nivo. De hogere eche-lons trokken haar aan.

Een huis in Aerdenhout met zwembad. Kostje gekocht als je er uit zag zoals zij, beweerde ze.

Daar kon een  beginnende kunstenaar niet bepaald zijn voordeel mee doen met zulke hoog gegrepen ambities, begreep hij.

‘Het leven en de maatschappij zijn nu eenmaal geen tombola, maar maakbaar’ zei ze.

‘De socialistische fictie’ repliceerde hij.

Hoe anders zou haar leven na 1967 verlopen. Geen villa met zwem bad, maar een bescheiden huurflatje in een achterstandswijk in Zeist met dertig jaar later een allochtonen probleem.

Een troosteloos ghetto van beton.

De lift meestal defect en stinkend door de urine. Tot laat in de avond knetterende opgevoerde scooters van vertegenwoordigers van de gekleurde import op straat.

Geschreeuw. TV lawaai van de buren links, recht, boven en onder haar appartement. Burenruzies op de balkons. Walmende barbe cues.

Overvallen in de wijk op oudjes aan de orde van de dag. Weerlozen die hun AOW uit de geld automaat trokken werden beroofd van hun geld.

Aangiftes bij de politie werden niet opgenomen en de slachtoffers naar huis gestuurd met de goede raad: ’Ga nou maar naar  huis, ouwetje, een uiltje knappen in je schommelstoel!’.

In elke flat de TV op dezelfde plaats.

Eenheidsworst.

De goedkope supermarkt op loop afstand. Knetterende, opgevoer de brommers van beroepswerkeloze jongeren tot half twee ’s nachts.

 Geen overnight sensation voor haar in Parijs met haar traditionele hoeden ontwerpen, maar een leven lang voor de klas aan de Vrije School.

Lessen handwerken af draaien.

Een creatieve richting die met een eufemisme TeHaTex werd genoemd.

De opwaardering van de handwerkjuf.

Omscholing tot lerares economie was haar lot toen de creatieve vakken uit het leerpakket van de school verdwenen.

Het was kiezen of delen: een beperkte tijd wachtgeld of een om- scholing via een reïntegratie burootje.

De volgende stap.

Een kind op haar veertigste van een gehuwde huisarts.

Ongehuwd moeder.

Een bescheiden pensioentje waarmee ze een tweedehands midden-klasser van zeventien jaar geleden zou kunnen blijven rijden.

In de sixties was een Fiat 500 haar ideaal. Een auto formaat dop erwt.

‘Waarom neem je geen Citroën 2 CV’opperde hij. Dat was geen auto, maar een truttenschudder, vond ze.

 ‘Meid, wat wil je nou, je zit met die gestoofde pruim van jou op een goud-mijn, daar kun je een fortuin uit halen, dan heb je zo een Jaguar’, had haar vriendin Gonne gezegd die op een woonboot woon de toen ze in de ‘Alles Kits Okee Corral Bar’ op een kruk zaten om een date te scoren met een man in bonus.

Gonne praatte graag de one liners uit ‘Ik Jan Cremer’ na.

Om de paar zinnen riep ze uit: ‘Zie ik zo bleek?’

Ze waren gek op One Night Stands. Een vliegende vogel ving altijd wat.

 Cat geloofde als nihiliste niet in een God. Zij wist wel beter. Ze was zelf een Godin en het leven was een eenmalige aanbieding.

Je moest er uit halen wat er in zat, zei ze heel stellig en wist zeker dat ze via haar Amsterdamse moderelaties een wereldberoemde hoeden ontwerpster in Parijs zou worden.

Dat was geen halbare kaart. Geen normaal meisje droeg meer een hoed.

Er was dan uiteraard geen plaats meer voor hem in haar leven als ze in Parijs woonde en werkte, beweerde ze heel stellig. Ze wilde op haar veertigste een kind.

Niet eerder.

‘Dan ben je een oude moeder’ zei hij.

‘En jij een ouwe lul! Jij weet toch niets van hoeden en kinderen af!’ constateerde ze.

Voor de generatie van de Silver Sixties was iedereen boven de der tig oud en versleten. Ik bofte als vierentwintig jarige.

Haar leven lag in grote lijnen al vast.

De maakbare maatschappij.

‘Dan krijgt je kind een moeder met de leeftijd van een oma als hij tiener is’ merkte hij spottend op.

Ze haalde haar schouders op. Het maakte haar niets uit.

‘Misschien wordt mijn kind later wel tenniskampioen of formule 1 coureur’ speculeerde ze.

Cat zag de dingen graag groot. Ze was een winner en rookte Win-ner, herhaalde ze nog een keer. Een goed begin het halve werk.

Haar leven was uitgestippeld op een rigide manier die hem niet beviel. Hij geloofde in het onverwachte en de onvoorspelbaarheid van het leven.

Alle opties blijven open tot je laatste snik.

Daarna de uitkomst.

Roulette. Rien ne va plus.

Twee dagen per maand zou hij over mogen komen als ze eenmaal in Parijs woonde en gesetteld was.

Het stond in de sterren dat ze beroemd ging worden had een astro- loog haar voorspeld.

Eén maal kreeg ze als leerkracht een reisbeurs van CRM om haar horizon te verbreden in New York.

Volgens haar was dit het begin van erkenning. De tijd zou het leren.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.