Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
8 december 2016, om 17:52 uur
Bekeken:
286 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
163 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hoe meer zielen, hoe meer vreugd "


Hoe meer zielen, hoe meer vreugd was het devies van zowel het jonge be- stuur als van de sociëteitsbeheerders, want omzet moet er gedraaid wor- den om de tent open te houden.  

Een horeca onderneming is geen liefdewerk oud papier, maar hard werk- en en veel gelul aan horen van de doorgaans met zichzelf zeer ingenomen kunstenaars die op kosten van de subsidies en de kunstenaarssteun zich het schompes zuipen om ladderzat waggelend naar de sociale huurwoning drie hoog achter in oud west terug te keren.

Auteur Robert Loesberg stortte na een soortgelijk alcoholisch intermezzo van de trap af en bleef voor dood liggen.

 

Frank tempert zijn stem als hij merkt dat de aandacht op hem gericht is van bekenden en onbekenden, zoals de altijd verongelijkt kijkende journa- list Henk Hovenier, de huilerige, pardon, in- en ingevoelige illustrator T. met zijn culturele cous cous kop en slordig bijgepunte bef snor. Gezegend met een onbetrouwbare, nerveuze oogopslag, ogend als een Turkse gast- arbeider uit de vier ploegendienst en de gemelijk kijkende in de bleek- water gevallen museum directeur Tijmen met zijn grote bleke kop als een te vroeg uit de bakpan gehaalde pannekoek. Nee, een lust voor het oog zul len de meeste habitués van Arti nooit worden

 Franks stem daalt nu zelfs tot fluisterniveau en hij excuseert zich op ge- dempte toon: “Ik lul maar raak. Ik weet het. Ik sla vaak nonsens uit. Ik kan niet anders. Ik ben een beroepsoudenhoer, maar geen geboren verliezer. Als levenskunstenaar dan. Het is mijn makkes. Ik moet mensen schoffe-ren. Wakker schudden. Ze vragen er om.

Soms weet ik niet meer wat ik tegen wie gezegd heb, dan lul ik recht wat krom is en vice versa.

Ik ga in gesprekken veel te snel met de billen bloot om dat ik exhibitionist ben, dat schijnt een ernstige afwijking te zijn zeggen ze.

Ze zeggen het zo vaak tegen me in de kroeg als André Hazes door de zaak schalt, dan vragen ze weer: “Kan je nou niet vijf minuten even je bek houwen? Je lijkt wel een oud wijf, kolerelijer! Solliciteer je soms naar een stoot voor je eikel? Kon jij maar zo zingen als André dan had je het heel wat verder geschopt met je negotie!”  

Ik kan er niks aan doen. Ik zou wel willen, maar ik kan niet. Ik ben er voor behandeld.

Zonder resultaat. Je merkt het zeker wel aan mij. Ik heb namelijk net een paar peppillen genomen, dan ga ik helemaal los.

Ik blijf maar door ouwehoeren in het wilde weg. Ik noem die pillen  pape- gaaien pillen. Ik ben een papegaai, maar ben m’n kooi kwijt en zing fly me to the moon.

Symbolies, hè?

Misschien moet je als kunstenaar wel alles kwijt raken. Als ik echt te ver ga of te intiem word tegen je, moet je het maar zeggen of me een tik op mijn jatten geven.

Ik kan mijn handen altijd slecht thuis houden als er een lekker wijf in de buurt is, daar ligt het allemaal aan. Het is een otomatiese refleks. Ik val op vrouwen die verbaal begaafd zijn en een eigen verhaal hebben. Zoals Castellani Straciatelli van de Italiaanse ijssalon waar ze de lekkerste Straciatella hebben.

Daar laat ik mij graag door onderuit lullen. Aan de voeten van de Meeste- res is het goed toeven, hè, zeg ik maar altijd, behalve als het ijsklompen zijn, hahaha. Niet dat ik mij  iets  aan trek van commentaar, maar voor het geval dat…meestal neem ik er nog een snuifje over heen, dan voel ik me de hele dag een cruise missile op een search and destroy mission van hier tot Tokyo, daar zijn mijn vriendinnen Catharina Cappedosia en Vonne van de Rhone heel blij mee als ik langs kom, als spuitgast van de vrijwillige brandweer om hun vuurtje even te blussen met mijn dikke slang en de hoge drukspuit.

Zo houd je de vrouwtjes dik tevreden met zo’n pikante verrassing, want die willen ook wel eens wat.

Het is weer eens wat anders dan een bos warme rozen, die ruiken, maar die kunnen ze niet in hun tumtummetje stoppen zonder ze water te geven. En rozen hebben dorens, dat voelt niet goed in de tere weefsels.

Heb je dat programma over die stokstaartjes nog gezien? Ik ken een Gro- ningse schilderes, Hilbillie Hollestelle, die teken de stokstaartjes in Ouwe- Hands Dierenpark. 

Ze is fantastisch. Ik heb nog nooit iemand een rozentuin beloofd, ook niet in een dierentuin en niet aan Hillie, die in Ouwe Hands stokstaartjes zat te tekenen. Die rozentuin van mij is meer een zandwoestijn.

Ik ken een Groninger kunstenaar, ik mag zijn naam niet noemen

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.