Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 oktober 2016, om 19:12 uur
Bekeken:
306 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
172 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Arti et Amicitiae is voor mij the place to be (deel 2)"


Ik begin pas te ademen beneden de grote rivieren. Het Nederlandse kunstklimaat is verstikkend, het Fries-Groningse dodelijk. Wie één maal een voet binnen de conservatieve klassieke academie heeft gezet is voor de schilderkunst verloren. Middelmaat en dode traditie zoals gangbaar bij die zogenaamde realistische schilders zijn besmettelijke ziektes. Het enige dat ik altijd heb gedaan in het kunstenaarsplantsoen is mijn nek uitsteken.

Als ik beroemdheden in Amsterdam in een galerie ontmoet zoals Rolling Stones fotograaf Terry O’Neill is het eerste dat ik tegen hem zeg: I published fifty books. How about you? Ik ben al lang in een situatie van gelijkwaardigheid aangeland dus kan ik relaxed met VIPS om gaan. Ik heb in Amsterdam al lang ontdekt in de sixties dat de meeste schrijvers, acteurs, kunstschilders, beeldhouwers, copywriters en ballettomanen arrogant, kleinzielig, hypocriet, bekrompen, benauwde tiepes zijn. Ik heb geen idolen en volg niemand na. Een kunstenaarschap zonder precedenten. Ik ben ook fel tegen politiek bewuste, politiek correcte, maat-schappij kritische kunst, dat vind ik journalistiek. De waan van de tijd. Groen links? Wil ik niets mee te maken hebben. Heb je er eentje meegemaakt, heb je ze allemaal meegemaakt. Eenheidspap. Ze missen nog net een uniform. Het zijn de nieuwe NSB-ers. Potentiële landverrraders.

Ik was dat jaren 70 geouwehoer al gauw zat. Hadden ze het over Gesamtkunstwerken, links draaien-de melkzure collegaatjes die samen hurkten als apen op de rots van het neo-marxisme. Schilderijen van politieagenten, de witte knuppel geheven. Sociaal realisme. Oostblok mentaliteit. Mijn werk heeft een hoog entertainment karakter. De zogenaamde Jonge Wilden is een degeneratieverschijnsel van pseudokunstenaaars zonder enig talent. Er ligt geen enkele visie aan ten grondslag. Ik probeer kunst op zijn eigen verdienste te waarderen. De meeste kunstenaars zeggen Karel Appel hangt in het museum dus Karel Appel is goed, zonder te beseffen dat het conformisme is van een aantal conservatoren en kunst critici. Vanaf het begin in 1967 koos ik voor een kunst die herkenbaar is. In die eerste jaren was ik beïnvloed door het surrealisme, de pop art en New Fig. Van daar uit ontwik-kelde ik mijn eigen beeldtaal. Toegankelijke kunst die voor iedereen interpreteerbaar is zonder in de kitsch van Henk Helmantel c.s. te vervallen. Ik wil dat mijn kunst deel uit maakt van de beeldtaal van de magazines. Moreel besef in de kunst verwerp ik. Alles kan, alles mag op papier of doek. Er zijn geen grenzen. Ik ben niet commercieel. Dat stijltje van de Rijks academie van mijn leeftijdgenoten verwerp ik. Tekeningetjes die in een half uur worden gemaakt in een beverig handschrift om emoties te suggereren. Het is rubbish.

Ik wantrouw kunstenaars die er bij lopen als profeten met een lange befbaard en haar tot op hun middel, een hip brillletje en een morsige leren hoed op het vette haar. Het van Gogh type dat vooral in Friesland nog steeds erg in is. Vooral gemeente ambtenaren zijn daar dol op. De meeste Noordelijke kunstenaars zijn niet interessant genoeg voor mij om al gespreks onderwerp te dienen. Non-entiteiten. Dames en heren die er grote vreugde in scheppen onbegrijpelijke dingen te maken van uit  hun inhoudsloosheid die zij Zen noemen om een gewichtig klinkend etiket er op te plakken.

Waarom zou je schijn filosofisch je opstellen met een ivoren toren houding zoals die Bobber Krukzool uut Liembrug mien lan met zijn loeiende klokken? Waarom moet een kunstenaars zijn publiek minachten? Barret Newman met zijn egale kleurvlakken doen mij niets. De video clip makers zijn misschien wel de kunstenaars van dit moment. Ik heb me heel lang voor Magritte geïnteresseerd. Niet voor het abstract expressionisme. Ik begon ook voordat ik kunstschilder werd mij te interesseren voor grafische en fotografische technieken begin jaren zestig. Daar keken ‘echte’kunste-naars op neer, dat vonden ze commercieel maar vraten zelf van torenhoge kunst subsidies,studiebeurzen, reisbeurzen en voerden nauwelijks wat uit. Het is geweldig als realistische kunst conflicteert. Doet het dat niet dan krijg je uitgebluste schilders en cliché schilderijen zoals in Galerie Mokum in Amsterdam te zien is. Ik noem die galerie altijd de potjes en pannetjes fabriek. Bloedeloze kkitsch.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.