Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 oktober 2016, om 23:22 uur
Bekeken:
325 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
225 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mijn visite kaartje als drugsdealer en gebruiker "


Ik heb nog heel lang een bakelieten pillen doosje van  die illustrator Willem van Malsen gehad waar ik mijn hasj in bewaarde. In Amsterdam ging ik uiteraard alleen om met top kunstenaars en niet met de gemiddelde talentloze contraprestaietrekker van dertien in een dozijn, die trouwens aan de spuit, de hasj of de fles zaten. De Jellinek kliniek zat vol met dat soort losers, meestal afkomstig van de rijks academie in de jaren zestig en zeventig. Sukkels en misfits die poogden lid te worden van de eerbiedwaardige hoofdstedelijke kunstenaars sociëteit Arti et Amicitiae maar geen schijn van kans maakten. Ik was daar lid van af 1972 als genie.

 Dat doosje kreeg ik weer via Hans, een leraar tekenen aan de Tilburgse leergangen die Malsen had ontmoet in een P - café. Als die Malsen strontlazerus was dan ging hij huilend om de nek van Hans hangen en lalde dan dat hij nu eindelijk de Ware Meester had ontmoet. Het was me wel een zootje die artiesten. Artiesten pathetiek.

Hans dook meestal stomdronken zijn nest in naast zijn wijf Trutta, (aan de akademie waar ze les gaf had ze de bijnaam onder de leerlingen Trutta met d’r grote Kutta, omdat ze als belegen teef op jonge jongetjes viel), dan lag ze in het echtelijk bed tegen de klippen op te neuken met een eerste jaars leerling, terwijl Hans naast haar de slaap der rechtvaardige alcoho listen  snurkend als een varken uit sliep. Het kon hem niks schelen omdat hij al op zijn drieënvijftigste zo impotent als een natte regenwurm was. Het enige dat hij streek met zijn strijkstok en liet zingen was een altviool in een barok ensemble.  

Omdat we die ruwe grondstoffen moesten bewerken hadden we een pil-lenmachine met een behoorlijke capaciteit nodig, die volcontinu kon draaien op drie fase krachtstroom ergens in een loods in het havengebied op een industrieterrein. Het ging om honderdduizenden pillen tegelijk dus die kon je moeilijk met de hand gaan draaien zoals vroeger die apothekers assistentes deden, dat waren trouwens meestal verveelde, verwende meisjes van gegoede huize of niet al te slimme boerendochters met een ulo diploma, die niks om handen hadden. 

 Ik zie er nu heel keurig uit, casual gekleed of in driedelig krijtstreep, maar indertijd  had ik lang, blond haar tot over mijn schouders, een ongeschoren boeventronie, droeg dag en nacht een zonnebril en woonde in mijn leren jasje, liep op Ibiza laarzen, hippiekettingen om mijn nek, dus ik was een rond wandelende reclame voor de hippie drugsien. Niet geschikt als representatieve figuur in het zakenleven.

Mijn visite kaartje als drugsdealer en gebruiker hing als het ware al om mijn nek. Ik had hoognodig die pillenmachine nodig maar daar kon je niet zo maar aankomen bij en groothandel in medische apparatuur als je er uitzag als een hippe vogel, want niemand zou mijn verhaal geloven dat ik medicijn en of chemie studeerde, omdat ik elke zin naar de mode van die dagen ook nog beëindigde met, weetjewel.

In die tijd liepen die afgezwaaide corpsstudenten nog met hockeydassen, rokkostuums en colbertjes brallend rond. Ik had eindelijk met veel moeite een adres gevonden waar ze een pillenmachine verkochten, maar met mijn ongeschoren uiterlijk, hippiekleding, zilveren kettingen om mijn hals en polsen, een paar dozijn ringen aan mijn vingers en lange haar maakte ik geen betrouwbare indruk in het academische zakenmilieu, als ik had aangebeld dan zou de verkoper gelijk de politie tippen en zat ik dezelfde avond nog in de cel als verdachte.

Gelukkig kende ik iemand in Amsterdam die handelde in het groot in wa- pens, dikke poen, dure Mercedes voor de deur, maatpakken, eenpens alsof ie acht maanden zwanger was, achterover gekamd brillcream haar, een met goud behangen zonnebank bruin tiep, bij bepaalde wijven met een suikerspinkapsel en een Brigitte Bardot jurkje waar de tieten uit puilden zeer getapt, dus ik dacht: bingo, die moet ik hebben als intermediair, want die is gewend zaken te doen met allerlei slag mensen, die lult zich er wel uit als geklofte jongen en dan blijf ik op de achtergrond  in de auto zitten. Hij wilde me wel helpen voor een kleine wederdienst, dus die afspraak stond als een erectie in de ochtendstond, want die heeft goud in de mond. Zoals ze bij de VOC al zeiden als ze weer een blik slavinnen opentrokken: Een neuck in den morghe is een dagh sonder sorghe. Nou, die neuk had ik die dag al achter de rug dus ik kon van bil en er tegen aan gaan met een tiet vol met poen...

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.