Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 oktober 2016, om 12:56 uur
Bekeken:
318 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
187 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een louche tent, gedreven door een ex-S.S.-er"


Fragment uit mijn nieuwe boek ‘Een zwarte bladzijde’ toen een Pleiner nog een Pleiner was en Amsterdam Magies Sentrum (deel 12)
maart 11, 2015

Kleurlingen schoten als schichtige konijnen voor de spaakwielen van mijn Lamborghini weg als ik ‘m even in zijn vrij liet brullen of als Tinus Tusssengas verkeerd schakelde zodat er dreigende geluiden uit de motorkap hoorbaar werden. Okee, je helpt je versnellingsbak naar de kloten maar who cares when the sun doesn’t shine when you are with me baby. Ik had altijd wel een zwartharige stoot met zwarte lingerie die de tote tieten binnen de perken hield naast mee zitten als mooie jongen.
Ik kende dus via mijn Pleiner connecties de naam van een van de grootste bazen die het hier Nederland binnen brachten en ook namen van hun leveranciers.
Ik dacht: Bingo! Daar kan ik wat mee. Opportunity knocks! Pakken wat je pakken kan.
Als het moest zou ik hem met de namen die ik gehoord had hem flink onder druk zetten door te dreigen dat ik naar de recherche zou stappen.
Het was bloedlink want voor hetzelfde geld sloegen ze je eerst in elkaar of ze zaagden je aan stukken met een kettingzaag zoals kickbokser Bennie en joegen je daarna ook nog een kogel door je kop als toetje na de hoofdmaaltijd.
In Haarlem had ik toen na een akkefietje met Corrinne Corriebo al eens contact gehad met inspecteur Sietsma, die toen nog rechercheur was en mij voorstelde in het drugsmilieu rond De Ark aan het Klein Heiligland te infiltreren.
Een louche tent, gedreven door een ex-S.S.-er waar allemaal steun trek kende would be artiesten uit Haarlem kwamen.
Dat voorstel heb ik toen afgewimpeld want ik houd niet van een dubbel rol.
Ik ben niet voor verrader in de wieg gelegd en om je leven op leugens te baseren om anderen erbij te lappen zoals mijn ouders, dat was niks voor mij. Ik was nu eenmaal niet het zoontje van Friese NSB-ers uit Oldeboorn en houd het graag allemaal een beetje straight, weet je wel.
Ik heb altijd meer in grote partijen gezien om door te stoten dan in het kruimelwerk, dat is makkelijker en je verdient er veel meer mee dan aan gesubsidieerde kunst enaars en artistieke steuntrekkers door vijf of tien gram per keer te verko pen.
Bovendien was ik dat artiestengelul meer dan zat, die lui waren allemaal voor militaire dienst afgekeurd op S vijf, te stom om voor de duvel te dansen, behalve die aquarellist van Arti, die was tenminste nog marine officier op een duikboot geweest, dat was iemand met ballen en een tof wijf, maar die bemoeide zich ook niet met die artistieke mafketels, die had schijt aan ze.
Ik noemde hem vanwege die onderzeeboot altijd de onderwater revolutio nair omdat hij zich nergens over uit liet, altijd op de achtergrond bleef en nooit op viel.
Een rustige, milde man met een stijl van aquarelleren die erg Frans, krulle rig aan deed.
Zo iemand die door een periscoop naar de werkelijkheid kijkt en voorzich tig zijn kansen in schat om daarna een torpedo af te vuren.
Dat krijg je als je te lang in een duikboot hebt opgesloten gezeten, dat heb je met al die lui uit het leger, die hebben niet allemaal een slag van de mo len gehad, maar weten wat ze doen.
Een behoedzame opportunist tot en met, dus buitengewoon populair in kunstenaarskringen.
Ze voelden zich in de zestiger jaren op Arti stuk voor stuk miskende Picas sos, maar konden nog geen streep recht trekken op een doek.
Die academies leiden toch ook op voor de bijstand, het gekkengesticht, het buurtcentrum, de kroeg, het bordeel, de ontwenningskliniek of de ge vangenis.
Het was me een leip zootje die beeldende kunstenaars.
De akademieleraren lagen meestal net als Matthijs Rollebol stoned of laze rus achter in de klas op een bank te pitten.
De grote mode was toen onder artiesten om het communistje uit te hang en.
Er liep in Arti een artistieke, zwaar brillende, eeuwig grijnzende bochel rond, Willie Eikenakkermaalsonderhout, die miste een wervel in zijn nek en wist zeker dat de Russen of de Chinezen elk moment ons land binnen konden vallen, dan zou de hemel op aarde aanbreken.
Hij al vast het rode boekje van Mao aangeschaft en uit zijn kop geleerd.
Ik had aan dat soort potentiële landverraders schijt.
Hij kocht een race fiets maar sloeg al bij de eerste bocht in het Amster damse bos over het stuur heen tegen het plaveisel omdat hij bij een scherpe bocht slipte op een nieuw aangelegd kiezelgrindpad en brak zijn sleutelbeen.
Jaren lang gaf hij in China les in revolutionair schilderen en tekenen en woon de ergens in een duur grachtenpand.
Links lullen, rechts zakken vullen, liefst op kosten van de subsidiegever.
Daar zitten ze de hele dag koppen van Mao en Lenin na te tekenen.
“Bochels hebben altijd iets rancuneus”, zei kunstschilder Hans Engelman tegen mij toen hij eens flink te pakken was genomen door rooie Willie bij een aankoop.
Hans had Stille Willie aan een prijs geholpen voor zijn aquarellen.
Die rooie rakkers in de Amsterdamse artiesten sien waren geen haar beter dan NSB -ers. Rooie fascisten en gewetenloze, gefrustreerde opportunist en waren het.
Ze wisten van gekkigheid niet wat ze moesten doen om op te vallen. Of ze lieten hun lul er af zagen zoals dat Utrechtse drankorgel William Kip en verbeeldden zich dan een vrouwtje te zijn omdat ze glad van onderen waren, maar zo werkt het niet.
Alsof het niet genoeg is voor een man om zijn vrouwelijke inborst uit te drukken door dure lingerie te dragen!
Ik vond het maar rare mensen, die kunstartiesten.

Corrita van Arti zei altijd: “ We gaan expres niet op zondag open, want dan krijg je allemaal van die rare, ongewassen, vereenzaamde, gekneusde mensen aan de bar, die net als die illustrator Teun Steun voorover op de bar gaan liggen grienen om aandacht te trekken en het liefst aan je boe zem willen uithuilen.
Nou, dat soort sukkels kan beter weg blijven, die verteren toch niks, dat geeft alleen maar problemen.
Daar ben ik niet voor in de wieg gelegd! Arti is geen psychiatriese op vang! Wat denken ze wel!”

Ik wist dat die Leidseplein jongen waar ik connectie mee maakte een no toire homosexueel was, maar dat maakte mij als mooie jongen niets uit. Integendeel.
Het maakte het allemaal wat gemakkelijker, want ik was toen nog bloed mooi.
Ik had vanaf mijn dertiende hele stoeten kerels achter mij aan gehad die vonden dat ik “een paar geile poten had” en soms ging je er op in uit ver veling of tijdverdrijf, dus ik was wel wat gewend en behoorlijk door de wol geverfd.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.