Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 oktober 2016, om 23:13 uur
Bekeken:
310 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
189 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" Het zijn bosnegers, dat zijn trouwe honden"


Ik vertelde hem dus dat ik met een partij weed van dertig kilo in mijn maag zat, die in een geheime opslagplaats in het havengebied lag.

Hij zei: “Nou, ik ken wel een stelletje Surinamers uit de Cottonclub en van een tent op de Zeedijk die het zo voor je kunnen weg werken zonder dat je enig risico loopt”.

Ik zei: ”Sodemieter nou gauw op, motherfuckin’son of a bitch. Surina- mers stelen het laatste dubbeltje nog van hun opoe als die op sterven ligt, die kwattarepen zijn zo onbetrouwbaar als een aanbieder van een doublé Rolex op een homo ontmoetingsparkeerplaats, dus forget it, baby! No way!”

Hij zei verontwaardigd: ”Oh, no, no, no, baby! Ik sta er voor in dat ze dat niet zullen doen. Ik ken ze al jaren. Het zijn bosnegers, dat zijn trouwe honden, net als Ronnie Brunswijk, die zijn heel anders. Goudeerlijke boys!”

Ik zei spottend terug: “Goudeerlijk als een kermis horloge van doublé zal je bedoelen! Bospenen uit de bush! Huh! Grote wasjes, kleine wasjes, man ! Hou nou toch gauw op met je slappe gelul !”

Hij weer : “Nee. Ik ken hun credentials als mijn eigen broekzak. Niets op aan te merken. Brandschoon. Geen verleden. Wel een heden en een grote toekomst voor de boeg. Hard werkende burgers met een tiet vol met poen, zoals jij en ik, die hebben er geen belang bij je er bij te lappen, want ze weten dat ze dan een afschuwelijke dood sterven! Businessjongens van de bovenste plank en de eerste orde, dan weet je wel wat ik bedoel !”

”Okee dan, maar als ze komen om het op te halen dan gaan we wel ergens anders naar toe, dan kom je me maar ophalen met de Jaguar, want ik wil niet dat die lui achter mijn adres komen, dan gooien ze morgen een hand- granaat naar binnen in mijn slaapkamer en ik wil mijn ballen toevallig nog even houden voor een liefhebster om mee te kunnen fokken!” zei ik terug.

Ik wilde eerst wel eens zien met wie ik te maken kreeg want ik kende toe vallig de meeste Surinamers uit de Cotton Club en van de Zeedijk per- soonlijk om dat ik nogal eens doorzakte met ze en wist dat ze zo onbe- trouwbaar als wat waren. In elk geval kon je met ze lachen, dat wel !

Als je met ze aan tafel zat kon je maar het beste je twee handen op je zak- ken houden, anders miste je na afloop je creditcard, je gouden kronen uit je bek, je kettingenslipje, je cockring, je zilveren buttplug en je autosleu- tels. Je kunt in deze business niet voorzichtig genoeg zijn.

Ik zat dus thuis te wachten op het telefoontje van die Amerikaan. Hij belde op en zei:”Die zwartjoekels zijn er en ze zijn zo tam als een cavia op sterk water. Ga je effe mee, dan maken we gelijk een dealtje. En hoe veel zit er voor mij aan vast? Mag ik ook effe gelijk vangen ?”

Nou had ik toevallig die avond net bezoek van een paar hele goeie vrien- den: drie pikzwarte negers van tegen de twee meter die op een flinke la- ding van een schip uit Nigeria zaten te wachten en alle drie een punt 45 in hun broekriem droegen, dus als het moest konden we weerwerk geven waar het Nieuwjaarsvuurwerk in Scheveningen kinderspel bij was.

Ik kende die jongens heel goed.

Ze waren allemaal derde en vierde dan full contact karate en goed getrain- de schutters, dus ik voelde me zo veilig als Fort Knox op zondagmiddag.

Twee van die jongens waren kampioen van sportschool Oyama waar tien de dan John Bluming de scepter zwaaide.

Als je daar kampioen werd tussen die pooiers kon je je gerust wereldkam- pioen noemen, want het was superieure kwaliteit wat daar aan karate werd vertoond.

Ik had daar zelf jaren getraind dus ik weet waar ik het over heb. Bloed- sport. Op de grond van de dojo lag geregeld plassen karatebloed. Aan de muur hing een plakkaat met grote letters: karatebloed direct opruimen!

Een paar jaar woonde ik tegenover een generaal en die gaf  hoog op van de militaire basis training, dat vormde slappe mietjes om tot mannen, zei hij. Zelfs voor een kunstschilder was er nog hoop, want dat waren alle-maal mietjes, beweerde hij.

Hij dacht dat karate een soort modern ballet was in een maillot. Een sport waarbij je kuitenflikkers en sprongetjes leerde onder het schreeuwen van Kiai.

Nou vond ik die dienstplichtigen maar mietjes vergeleken bij die keiharde karate jongens, die stuk voor stuk met hun getrainde ijzeren karatevuist door zes centimeter hout stampten.

Van de twintig beginners zijn er twee tot hun bruine band gebleven, de rest viel af, zo hard was de training.

Een van hen die overbleef was ik. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.