Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 september 2016, om 23:06 uur
Bekeken:
313 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
162 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hoe was de situatie van de beeldend kunst in mei 1967 "


Laten we maar liever bij het begin beginnen voor we door de bomen het bos niet meer zien: Hoe was de situatie van de beeldend kunst in mei 1967 toen U na een afwezigheid van tien jaar weer in Amsterdam terugkeerde?

 

Amsterdam was in die tien jaar, dat ik uitsluitend met sukkels uit Santpoort, Beverwijk en Ijmuiden in de klas zat en gedwongen in het saaie forenzen dorp je Heemstede woonde dat nauwelijks 20.000 inwoners telde (1957-1967) als hoofdstad van een inge slapen,veilige,suffe provinciestad met een stoffig Rijksmuseum en Scheepvaartmuseum waar nooit ie mand kwam en waar iedereen iedereen kende plotse ling uitgegroeid tot een hippe metropool.De over ijverige Simon Vinkenoog,die zichzelf een kruising waande tussen Allen Ginsberg en William Bur roughs,had inmiddels de klaplopers van het Leidse plein en half artistiek Amsterdam aan de ver doven de middelen geholpen,dus het ging puik in de hoofdstad.De cultureshock was enorm toen ik terug kwam,het tempo hoog,ook in artistieke kringen,er werd keihard gewerkt door een kleine groep kun stenaars en het vak werd serieus aangepakt,in tegen stelling tot die artistieke Haarlemse lapzwansen,die nu na dertig jaar nog de hele dag op hun luie reet liggen in de brandende zon aan het Zandvoortse strand.Dat geeft niets,want die hebben nu allemaal huidkanker door het overmatig zonnen en de alge heel ongezonde levenswijze.Iedereen weet heel goed dat de christelijke manier van leven toch de meest gezonde is!

Ik ben zoals U weet uiterst flexibel op elk vlak,dus ik paste mij onmiddellijk aan het werk tempo aan toen ik weer in Amsterdam kwam na dat decennium van afwezigheid!Je dreef op de lucht van hasjies het Vondelpark uit en de polietsies droegen lang haar en staken bloemetjes in de loop van hun pistool voor ze op boeven schoten!Ja,wie had dat nou niet gewild als polietsie om in zo’n tof klimaat krimine len op te sporen!

(Ik rookte voor het eerst hasjies in 1966 in het atelier van Jan van der M. in Den Haag in de armen van de half ontklede,mooie,donkerharige rondborst ige,intelligente Aletta,die wel wist wat zij met haar D-cupmaat wilde en ik ook!) Het waren in de kul turele kontraprestatiesien de nadagen van het ab strakt expressionisme,waarin een talentloze kluns als de plat Am sterdams pratende kobold lodderoog Jan Sierhuis furore kon maken.Iedereen schilderde abstrakt.Ik geloof dat in heel Amsterdam de realis tiese schilders op de vingers van één hand te tellen waren.Als realistiese schilder kon je geen kant op in de zestiger jaren,bijvoorbeeld geen lid worden van de Beroepsvereniging Van Beeldende Kunstenaars, de BBK of van de Amsterdamse kunstenaars ver enigingen, je kwam niet in aanmerking voor de con traprestatie of de overbrugging en al helemaal niet voor de royale reis beurzen,stipendia en museale- of overheids aan ko pen.Ik heb heel veel tegenwerking gehad van de ar tistieke, linksharige, pacifistiese, onbenullige,indolente,overgesubsidieerde kollegaat jes.Pas in mei 1968 werd ik na veel vijven en zessen van de contrapresatiecommissie toegelaten tot de contraprestatie voor slechts 39 weken per jaar en dan kreeg je f 125,- per week,in ruil voor aan de staat te leveren schilderijen,tekeningen en grafiek en dat was voor mij een heel bedrag,want ik be taalde een huur van f 40,- per maand.De overige dertien weken kreeg je een bijstands uitkering van f 84,- en daar moest je dan van zien rond te komen met een gezin.Het is altijd zo geweest dat talent lo zen (zoals die honderdduizenden tekenleraren) zon der enige moeite in de contraprestatie kwamen om dat middelmaat op elk gebied en overal feilloos de middelmaat herkent.(Bij de fijn christelijke amateur kultuurphilosooph en “kunstkenner,”maar vooral be roepscharletan, Hans van Seventer stond niet voor niets het lijvige boekwerk Addicted to mediocrity in de kast op een prominente plaats!Het is zijn Bij bel en zijn credo voor zijn onbetekenende, onbe nullige,studentikoze leventje)

Het kon in de jaren zestig in Amsterdam voor komen dat een mislukt eerstejaars studentje econo mie uit Bennebroek dat maar liefst tien jaar over zijn HBS A had gedaan,na drie maanden de uni versiteit verliet als gesjeesde student en in de contra prestatie werd “opgenomen” als “buitengewoon be gaafd talent” omdat hij de juiste relaties had.(In dit treurige geval ging het om de galeriehouder,latere gemeente ambtenaar Felix Valk,die een mislukte student een aanbeveling gaf voor de commissie) De “advies commissie ter opneming in de beeldende kunstenaars regeling” bestond immers uitsluitend uit gefrustreerde,mislukte,talentloze kunstenaars zo als Jakob Kuiper,waar nog nooit iemand van heeft gehoord of ooit van zou horen behalve zijn vrouw en kinderen aan de bar in de sociëteit Arti et Amici tiae als hij weer eens een rondje gaf om popu lair te blijven bij de kollegaatjes en er afgerekend moest worden op zijn kosten.Non talenten van het kaliber van Jakob K. wisten van zich zelf dat hun schetsboek bij voorbaat al een vergeet boek was en juist daarom maakten ze het jonge talentvolle kunstenaars moeilijk om lid te worden van Arti et Amicitiae.

Ik woonde van mei 1967 tot sept. 1972 in de Nieu we Spiegelstraat en kende eigenlijk niemand uit de artistieke sien in Amsterdam.Zonder relaties was het eigenlijk niet mogelijk om aangekocht te wor den door de overheid of je werk tentoon te stellen bij een gerenommeerde Galerie.In Haarlem was mij verzekerd dat de ambtenarij er voor zou zorgen dat ik nooit in de contraprestatie zou worden opgeno men.De mij door de Heer Visser (ambtenaar van kunstzaken,Haarlem) medegedeelde reden was dat ik er niet als een kunstenaar uitzag.De Haarlemse kunstenaar was onveranderlijk een langharige zwaar gedrogeerde,monomaan in zichzelf mompe lende drankzuchtige asociaal,gekleed in vodden van jeansstof,dat uniform van het maatschappelijk uit schot,behangen met Indiase zilveren kettingen en kunstnijverheids smeedwerk,neukte zich te pletter met andermans wijf,verspreidde geslachtsziektes bij de vleet (via één van die artistiekerige hoerenlopers heb ik via I. ook nog een druiper opgelopen),rookte zich suf aan marihuana en hing de hele dag in de kroeg of lummelde wat rond in het door de ge meente gesubsidieerde ateliertje en was in de zomer op het Zandvoortse naaktstrand te vinden of in de strandtent van Tony.,waar het halve Nationale bal let zijn vaste stek had.Dat rondhangen en rond lum melen was nu niet bepaald mijn idee van het kunstenaarsschap.

De avantgarde galeries lagen in een cirkel van 500 meter om mijn huis;Galerie Swart,Galerie Krikhaar, Galerie 20,Galerie Jurka en iets verder bij de Blauw brug Amstel 186 de behoudende Galerie Mokum, waar ik tussen 1967 en 1972 en van 1976 tot 1979 mijn werk zou tentoonstellen.Niet omdat ik enthou siast was over die galerie maar er was gewoon geen andere galerie geïnteresseerd in Amsterdam in mijn werk.Er was binnen de galerie grote oppositie tegen mijn werk van zowel de kunstenaars (Teun Nij kamp,Chris van Geest,Cornelis Doolaard,Jasper van Putten,Wout Muller en Clary Mastenbroek, Tom Thijsse en Sjoerd Bakker) als de klanten om dat ze mijn werk als een tiepies Europese variant van de pop art met een surreële inslag opvatten,dat aansloot bij Engelse popschilders als Hamilton en Hockney, die ik beiden niet eens kende in die tijd, noch ooit werk van had gezien.Het waren me wel een stel fijne collegas!

Welke kunstenaars werden wel gewaardeerd door het Haarlemse publiekje? 

Je had de Haarlemse Hannes Postma,die werkelijk goed was tot begin jaren zeventig,daarna zakte hij af tot het nivo van een eerste jaarsleerling van een akademie.Ik hoorde in 1968 van een aantal vrouwe lijke groupies van rond de achttien jaar die in 1968 rond mijn atelier in Haarlem hingen dat Postma de nieuwjaarskaart die ik had ontworpen op de piano had staan en wellicht heb ik het aan hem te danken dat ik voorgedragen werd voor het lidmaatschap van sociëteit Teisterbant,waar die loensende rooms katholieke kwal van een Godfried Bomans ook lid van was.

De overige kunstenaars maakten vooral Ans Wortel na,zoals Michel van O. en die schoolmeester Gerrit van D.,een tekenleraar,die later tekenfilms ging ma ken bij gebrek  aan succes voor zijn beeldend werk, die was ook erg tegen mijn werk,alhoewel hij het ij verig epigoneerde.Ik had al lang besloten weer te rug naar Amsterdam te gaan,dus het maakte mij niet zo veel uit.Ik vind Haarlemmers nog steeds een stiekem,achterbaks,bekrompen,kleinsteeds,provinciaal  volkje.Ik wil er niets mee te maken hebben.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.