Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
4 augustus 2016, om 14:53 uur
Bekeken:
298 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
212 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het noemen van nog een aantal schrijvers en schilders..."


Nee, dan lees ik nog liever het proza van Charles Bukowski en vooral van John Fante. Wat de beeldende kunstenaars betreft kan ik Rosenquist, Wesselmann en Marisol waarderen en de fotorealisten van Meisel Galle-ry, New York. In Nederland ben ik geen groot liefhebber van de realis-tische schilders, want die blinken uit in het potjes en pannetjes schilderen, zoals Hank Duvelsjas uut Grunningen.

Het is voornamelijk een in- en inburgerlijke, commerciële kunst. Je kent dat wel; kunstenaars die in hun jeugd bij de gymnastiekles nog niet over een touwtje konden springen op tien centimeter hoog te gespannen. En daarvoor hun leven lang compensatie zoeken en achterbakse streken gaan leveren en uit rankune kommunist stemmen of roomsch katholiek worden. De vroege Dubuffet vond ik wel interessant. Bacon ook. Zelfs Bill De Kooning van voor de oorlog. Ik ben tegen de kunst van het déjà vu en daarom vind ik Duvelsjas een verwerpelijk schilder. Ik heb overigens niets tegen de man zelf. Enkele keren hebben we elkaar ontmoet, maar het zijn onoverbrugbare werelden van verschil. We spraken beiden een geheel andere taal. Helmantel aanbidt Ezeltje Schijtgeld.

In die christelijke kringen kunnen ze zaken en personen niet van elkaar scheiden, daar heerst de griffermeerde stiekeme, gluiperige scheldkultuur. Wel wil ik vermelden dat hij (Duvelsjas) laf, ongekoeld bier schenkt met een alcoholpercentage van slechts 2,5 procent en daar is genoeg mee ge-zegd als metafoor voor de realistische schilderkunst. Slappe thee. Paardepis. Duvelsjas behoort tot de categorie moffen die geen bier, maar melk drinken, zoals al die stijl griffermeerde kunstartiesten.

Het noemen van nog een aantal schrijvers en vaderlandse schilders blijkt vruchteloos, het gemok over onbeschaafdheid, gebrek aan talent en slechte manieren blijft niet van de lucht.

 

Als je een Amerikaan ontmoet is hij na afloop, als hij zich om draait, je binnen vijf minuten totaal vergeten. Dan zegt Fred van der Wal na enig nadenken: ‘Met de Franse en Duitse taal heb ik altijd vanaf het begin op slechte voet gestaan. Goethe vond ik niet veel aan en die mythe van de Nibelungen ook niet. Schiller ? Daar veeg ik m’n reet mee af met die lullige rijmpjes. Ik heb totaal geen gevoel voor poëzie. Een schilderij of foto hoef ik één maal te zien om nooit meer te vergeten, maar van ge-dichten kan ik mij geen enkele regel herinneren. Ik zei het al eerder: poëzie is voor meisjes en mietjes, voor wijven met snorren en mannen met tietjes.

 

In 1976 heb ik een aantal Amerikanen afkomstig uit de Bible Belt ontmoet o.a. aan de VU te Amsterdam, die bij prof. Rookmaaker studeerden. Een op artikel 31 vrijgemaakt gereformeerde hoogleraar, die modieuze linkse praatjes op hing wat toen erg in de mode was onder hele en halve intel-lectuelen. Vreselijke mensen. Geen kubieke millimeter contact mee.

Het dominees zoontje Drs. C. bood aan dat ik begin 1976 de seminars van prof. Rookmaaker kon volgen maar het werd door Rookmaaker zelf afgewimpeld. Je moest eerst je lidmaatschap van de art. 31 kerk kunnen tonen of een CPN partijkaart, dan was het goed bij de VU, daar lazen ze alleen dat CPN blad “De Waarheid”.

In die gereformeerde kringen ben ik vanaf 1963 altijd persona non grata geweest. De toegang tot de Stichting l’Abri is mij in de jaren tachtig door Mevr. Rookmaaker zelf geweigerd.

“Ze kende bij l’Abri zulke jongens zoals Fred van der Wal wel! Wat ik eigenlijk wel dacht?” voegde ze mij snibbig door de telefoon toe.

Dat mens kent me niet eens. Nog nooit ontmoet. Prof. Rookmaaker wilde aanvankelijk een tentoon-stelling van mijn werk verbieden op de VU.

Uiteindelijk mocht ik een paar zeefdrukken op een groepsexpositie daar op hangen. Hij heeft nog nooit zo’n negatief commentaar op een kunste-naar gegeven als op mijn werk, hoorde ik van zijn assistent Dr. Graham Birtwistle. Dat werd nagebauwd door kritiekloze bewonderaars als de Gro-ninger drs. Hans van Seventer, zijn wijf, zijn kinderen, zijn minderen en een paar gereformeerde tekenleraren, waar onder de in Harlingen gebo-ren diep Fries Jan van Loon, die zich schaamt voor zijn Friese roots en pretendeert een Groninger te zijn.

 

En wat die Amerikanen betreft die daar studeerden : Ik had thuis geleerd dat je mensen met twee woorden moest aan spreken en heel beleefd moest zijn. En daar hadden ze het steeds over “See you, Hello” en “How-dy” of gebruikten rare woorden als “Fuck you, Mother Fucking Son of a Bitch, Holy Shit, Hot Shots” en “Big Shots” of “Fuck My Ass!” Ik vond het zo verschrikkelijk plat!

Wist niet of ze me nou voor de gek hielden met die rare taal, ik durfde dat soort dingen gewoon niet terug te zeggen. Of als je afscheid nam na een bezoek zonder dat ze iets terug zeiden of een boer lieten en de deur met een knal achter zich dicht sloegen. Hillbillies.

Geen “Dag meneer, tot de volgende keer, doe vooral de hartelijke groeten aan Uw vrouw en zult u op de fiets vooral heel goed oppassen in het ver-keer want dat wordt met het jaar steeds drukker in Amsterdam en wij zien u toch graag gezond bij uw vrouwtje aan komen zetten…”

Helemaal niets, zeiden ze en lurkten met bloed doorlopen ogen aan hun marihuanastickies of flesjes Grolsch. Ze dronken het niet eens uit een glas of goedkope wijn uit mosterdpotjes die ze als glazen gebruikten.

Je werd nog net niet de trap afgetrapt. Dat begint hier nu ook al. En zelfs in Frankrijk zeggen ze al sinds jaar en dag tegen een minister: Jack Lang! Ecoutez! Monsieur of Madame, excusez  moi….dat hóór je niet meer op de Franse televisie!

Die schorum en ghettokultuur? Dat komt allemaal uit Amerika. Een land zonder omgangsvormen en beschaving. Ik heb vier maal een uitnodiging gekregen om naar New York te komen (een maal in 1978 van Galerie Internationale, Madison Avenue, New York, in 1992 van econoom Bob Louer uit New Jersey, verleden jaar in 2003 en nu in 2004 van de Ameri-kaanse schilder Sidney Klein die vlak bij Central Park woont), maar ik peins er gewoon niet over! Ze kunnen me wat. No way, zou mijn New Yorkse vriend de abstracte schilder Sidney Klein zeggen. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.