Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
1 juni 2016, om 09:15 uur
Bekeken:
279 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
153 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"“Mijn dagje naar het strand”(deel 2)"


“Mijn dagje naar het strand”(deel 2)

 

juni 1, 20161952. Zandvoort. In de tuin van de villa probeer ik met een schoenendoos die onder een hoek opgesteld staat en via een touwtje omlaag kan laten vallen door een takje weg te trekken jonge konijnen te vangen die in de vroege avond de tuin in komen. Nooit heb ik er een gevangen. Ze waren te snel. Wel salamanders en kikkers. Ik heb een goed uitgebalanceerde vlieger die hoger gaat dan die van de andere jongens in het park. Ze kunnen het niet hebben. Op een stiekeme manier gooien ze me met zijn tweeën op de grond. Ik verlies de vlieger. Dagen later vind ik hem terug in de duinen. Opzettelijk vernield. Het plezier van vliegeren is voor goed voorbij. Ik haal elke week boeken uit een kleine uitleen bibliotheek die achter een kantoor artikelen winkel is gevestigd.Ik droom dat het Kostverlorenpark bebouwd gaat worden en zie flats oprijzen aan de horizon. Ik word wakker met betraande ogen. Het park is mijn paradijs. In 1957 ga ik er nog een keer naar toe. Ik zie tot mijn schrik dat mijn droom is uitgekomen. De adelijke familie die het park in bezit heeft heb ik zelf via een van de familieleden horen zeggen dat ze het park nooit zullen verkopen.Ik voel me niet erg prettig als ik aan de horizon, rechts van het park inderdaad hoge gebouwen zie verrijzen zoals ik jaren geleden droomde. Nu nog op honderden meters af stand, maar hoe snel zal de bebouwing het park net als in die droom van jaren geleden hebben bereikt of uiteindelijk vernietigd?


1949-1954.Tot het donker wordt speel ik elke avond in de duinen of in de geheime rozentuin.Meestal alleen, dan weer met mijn zusje en broertje. Soms mag ik met mijn oma en tante nog mee wandelen naar het centrum als het al donker is, na half tien. Meestal krijg ik een zak friet bij een friettent waar een rondborstige Belgiese vrouw de scepter en de frietpan zwaait. Haar zoon,een vetkuif die een doodskop ring aan zijn vinger heeft werkt er ook. Ik wil zo snel mogelijk een doodskopring, dan volgt de frietkraam later vanzelf. Het is er altijd druk en het dorpsplein verlicht want daar treden in de zomer het hoempa orkest de Tiroler Holzhacker bu ben op in korte vetleren broek met kruisbanden. Dikbuikige Tirolers met rode varkenskoppen en bierbuiken.


Zomer 1956 Ik ben dertien jaar oud. huurt mijn grootvader een huis in Noordwijk. Zandvoort vinden mijn grootouders te ordinair worden en ze komen daar al vanaf de twintiger jaren,dus ze kennen Zandvoort wel een beetje. Ik heb me nog nooit zo verveeld als die zomer in Noordwijk. Er viel niets te beleven. Wel was er een verlaten speeltuin. In de boekenkast van het vakantiehuis vind ik een paar boeken van de journalist avonturier Paul Brunton.In zijn boek “Geheim Egypte” beschrijft hij een reis langs allerlei Tovenaars en Yogis en een verslag van een geheimzinnige astrale reis als hij een nacht in de Grote Pyramide door brengt. Mijn belangstelling voor het okkulte neemt alleen nog maar toe na dit boek. In de herfst lees ik ‘De Vliegen de Schotels Zijn Geland v’an Desmond Leslie en George Adamski vol verwijzingen naar pre zondvloed beschavingen en de Ramayana en Mahabharata.


Dec. 1956 verhuizen we van Amsterdam zuid,Palestrinastraat 4 naar de J.C. van Oostzaanenlaan 6 te Heemstede.Een enkele keer kom ik nog wel in Zandvoort, maar de meeste tijd breng ik door in bibliotheken,knutselen met elektroniese onderdelen en lezen, judo,jiu jistu,tennis en tafeltennis. Als ik 20 ben organiseert mijn tante een zomerfietstocht naar Zeeland. Tegen heug en meug ga ik mee. Ik ben te oud voor deze onzin. Ik deel liever zelf mijn vrije tijd in dan met een tante,zusje en broertje op een gedwongen vakantie te moeten.


Aug. 1959 ga ik met mijn vriend Ko uit Amsterdam nog een keer naar het strand.Juli 1960 werk ik als vakantiewerker een paar weken in de Kennemerduinen. Werk waar drie, vier weken voor staat doet onze ploeg in acht dagen..Cor Spruyt zit in mijn ploeg. In 1981 zal ik hem weer tegen komen bij Centraal Beheer in Apeldoorn. Soms ga ik na af loop nog even naar het Bloemendaalse strand om in mijn eentje te zwemmen. Ik koop van het verdiende geld een bandrecorder.
1963- 1965. Ik ga met Els vaak naar het strand te Bloemendaal of Zandvoort. Zij is mijn klasgenote vanaf de derde klas van de Da Costakweekschool  en mijn eerste vriendin. Na sept. 1965 zal ik haar nooit meer zien. De relatie eindigt dramatisch in 1965 en ik heb een jaar nodig om weer op te krabbelen.

 

Zomer 1963.Bijna elke avond maak ik in hoog tempo een fietstocht van Heem stede via Bloemendaal weer naar huis.Overdag met Els vaak naar het Zandvoortse strand,het zwembad in Overveen of een open lucht bad in Amsterdam.In Bloem endaal zitten we meestal in kafé Het Hemeltje of op het terras van hotel Bloem enheuvel.Voor het laatst zit ik er in 1966 om er in 1996 na dertig jaar nog een keer terug te keren tijdens een lusteloze reunie van de leerlingen van de tweede klas van de Da Costa kweekschool.De spoken van weleer kwamen met volle kracht terug. Ik sliep een week tevoren slecht. Slechts met veel moeite liet ik me overhalen door de organisator van de reunie om terug te keren naar representanten van de zes jaar durende nachtmerrie uit de zestiger jaren. In de grote, lege witte villa in Bloemendaal waar in de sixties de Da Costa kweekschool aan deKoepellaan 8 gevestigd was dwaal ik rond op de halfduistere handenarbeid zolder. Meer dan vijf uitzichtsloze jaren bracht ik door in deze villa. Ik denk terug aan die jaren met Els die ik hier verspilde. Ik word duizelig en moet me even vast houden aan een tafel. Niemand van de ex-klasgenoten heeft er iets van gezien. Wat doe ik hier eigenlijk? Ik heb het verleden al zo lang begraven.In de zomer van 1963 ontdek ik de zeggingskracht van de moderne litera tuur na het lezen van “Dominee met strooien hoed” van Jan Wolkers.Het maakt een verpletterende indruk.


Juli 1964.Twee ydilliese weken naar Vlieland met Els in een half-pensions verband. Ik zit veel te lang in de zon en heb last van een zonnesteek.


Aug. 1965.Ik heb deze zomer Els nauwelijks gezien omdat ze tijd nodig heeft voor haar hoofdakte examen aan de gereformeerde kweekschool te Amsterdam en wil nadenken over haar realtie met mij.Ze vindt me niet fijn gereformeerd genoeg en haar ouders maken uit godsdienstig motief bezwaar tegen mij als partij voor hun dochters omdat mijn ouders gescheiden zijn.Volgens de Bijbel wordt de zonde tot in het vijfde geslacht bezocht (daar is geen kruid tegen gewassen,zegt haar vader met de Bijbel in zijn hand) aan de kinderen en daar willen ze liever geen last van hebben.Mijn haar vinden ze ook te lang want ze zijn gewend aan gereformeerde ge millimeterde koppen kort Amerikaans geknipt.Het is een eenzame zomer zonder haar.Eind augustus koop ik zoals met Els afgesproken twee kaartjes voor een to neel voorstelling “Gesloten Huis” van Sartre in de schouwburg van Haarlem.Ik ben Els en haar godsdienst waanzinnige familie eigenlijk wel een beetje zat en ga naar de voorstelling toe met Frieda T. waar ik bij overnacht.In het najaar verbreekt Els de relatie plotseling en verlooft zich met een Drentse schoolmeester. De schok is groot,vooral omdat wij ondanks de tegenwerking van haar fijnchristelijke sektariese ouders verlovingsplannen hadden,die ze uit alle macht via de bekende christe lijke morele chantage praktijken tegen werkten.Ik krijg via Frieda een heel ernstig e vorm van de ziekte van Pfeiffer ook wel kissing disease genoemd.Ik stik bijna door de pijnlijke zweren in mijn keel.Een oud testamenties wraak van de Grote Boeman van daar boven? De God van je tante !Volgens de familie van Els is het duidelijk de wraak èn een vingerwijzing van God. Twee maanden in bed met konstant 38 graden koorts.Ik ben vijftwintig kilo afgevallen omdat ik niet goed meer kan eten en ben het hele jaar 1966 nog erg zwak, verbitterd, gedemoraliseerd en de hele dag moe. Als ik niet ‘s middags om drie uur naar bed ga red ik het niet. Hetgeen normaal is bij een zware vorm van Pfeiffer. Ik probeer een hele week naar de Da Costa kweekschool te gaan, maar dat houd ik niet vol. Tot studeren kom ik niet meer.


1967. Begin mei ontmoet ik Catharina S. We gaan een dagje naar het strand.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.