Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 mei 2016, om 08:08 uur
Bekeken:
317 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
135 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Reacties op Fred van der Wal in gesprek met Adriaan Morriën 4 "


Reacties op Fred van der Wal in gesprek met Adriaan Morriën 4

 

Coen Peppelenbos: Zijn indolentie was een bron van spot voor Hermans, die nadat hij gebrouilleerd raakte met Morriën altijd smalend en neerbuigend over hem schreef.

 

Fred van der Wal: Indolentie? Redacteurschappen Criterium, Literair Paspoort, Lbertinage, een baan als docent aan het instituut voor vertalers, recensent literatuur voor het Parool, talrijke opdrachten voor vertalingen van opera’s en toneelstukkenl. Het betekende vanaf 1960 zeer lange werkdagen, zoals te lezen valt op pg. 279 van “Lieve Rebel”. Hij was medewerker van de NRC en adviseur van De Bezige Bij en Uitg. van Oorschot. Publiceerde 1 gedichtenbundels, 15 gemengde verhalen/gedichtendbundels en de doorbraak naar zijn late succes "Plantage Muidergracht" (1988), "Ik heb nu weer de tijd! (1996) en de meer anekdotische "Lotus brieven" (2001). Morriën is de dichter van het zintuiglijke en zinnelijke en schiep zo een bijzonder oeuvre dat een eigen plaats in de vaderlandse literatuurhistorie in neemt.

 

Coen Peppelenbos: Tot aan het eind van zijn leven kon Morriën razend worden op de schrijver die hij ooit als vriend beschouwde. Enige jaloezie kan daaraan niet vreemd zijn: Hermans publiceerde romans en hij niet.

 

Fred van der Wal: Teleurstelling tav het succes van Hermans? Ik kreeg in mijn gesprek met Morriën niet de indruk.

 

19 nov. 1985. Fragment gesprek Fred van der Wal met Adriaan Morriën (Deel 1):

Morriën vertelt over zijn laatste ontmoeting met W.F.Hermans in het concertgebouw bij het boekenbal. Hoe hij (Morriën) stond te praten met Jan Mulder en Hermans niets in de gaten had en ze nog niet in het vizier had gekregen toen hij op ze af kwam en abrupt omkeerde toen hij in de gaten kreeg dat het Morriën was.

“Kijk” Zie je dat?Hermans druipt af! Wie zou dat verwachten van het monster uit de gruwe lkamer van Hermans.” zei Jan Mulder,”

“Ja” lachte Morriën, ”Typies, hè, hoe iemand zijn rancunes nu al meer dan dertig jaar voedt en koestert!”

 

Coen Peppelenbos: Pas vrij laat krijgt Morriën erkenning als hij in de reeks Privé Domein van De Arbeiderspers twee delen publiceert met fragmentarische herinneringen en fijnzinnige observaties. En ook die delen waren er niet gekomen als de uitgever er niet enorm achterheen gezeten had. Die kleine stukjes, die eerder in de krant verschenen, beschouwde Morriën op den duur als een beter genre dan een roman. Een wat opportunistische opvatting; hij kon gewoon niet beter en leefde van deadline naar deadline.

 

Fred van der Wal: Mee eens. Alsof de roman het allerhoogste is omt te bereiken. De roman van Peppelenbos zelf is van een slaapverwekkende modieuze thematiek gedestilleerd uit de journalistieke dagelijkse berichtgeving en holt zo achter de feiten aan.

 

Coen Peppelenbos: Die grote roman had, in de beste Forumtraditie, natuurlijk te maken moeten hebben met zijn eigen leven en vooral met zijn jeugd in IJmuiden. Molin zet Morriën neer als iemand met een klassieke moederbinding vol incestueuze verlangens.

 

Fred van der Wal: Het is de vraag of uit de jeugd van Morriën in IJmuiden- of all places- iets te destilleren valt waaruit een roman kan worden gemaakt.

 

Coen Peppelenbos: Maar in plaats van gewoon te schrijven, leeft Morriën erop los. Als er een ding duidelijk wordt dan is het wel dat zijn vrouw Guusje een standbeeld verdient. Zij wordt continu verrast door een stoet aan vriendinnen die naar de gunsten van haar man dingen, die hem proberen over te halen bij haar weg te gaan.

 

Fred van der Wal: Dat kenmerkt de ware hartsvriendin

 

Coen Peppelenbos: En Morriën vindt dat dat allemaal maar moet kunnen. Hij blijft vaak weg van huis met een nieuwe minnares (bijna altijd vrouwen waarin hij zijn moeder terugvindt), gaat met ze op vakantie en laat Guusje en de kinderen achter. Die amoureuze uitstapjes blijft hij tot op hoge leeftijd maken.

 

Fred van der Wal: Groot gelijk. Wie kiest voor het kunstenaarschap dient ook te leven als kunstenaar.

 

Coen Peppelenbos: Alhoewel Molin sympathiseert met de schrijver krijg je als lezer toch een steeds grotere antipathie tegen de man.

 

Fred van der Wal: Nee. Integendeel. Zelfs van uiterlijk lijkt Molin op Morriën, zoals ik sprekend lijk op Mijn Geheime Broer Cornelis van der Wal.

 

Coen Peppelenbos: Lieve Rebel is overigens bijzonder onprettig om te lezen.

 

Fred van der Wal: Onzin. De rijk gedocumenteerde biografie is het verslag van een tijds beeeld van de Amsterdamse literaire scene, waar Peppelenbos in Leeuwarden alleen maar van kan dromen. Voor de klas de grote literatuurkenner, landelijk een verwaarloosbare factor.

 

Coen Peppelenbos: Molin hanteert een strikte chronologie en heeft veel onbelangrijke feitjes te boek gesteld. Alsof hij zijn kaartenbak met aantekeningen netjes op volgorde heeft gelegd en toen overgetypt. Zo wordt elke vakantie bijgehouden en weten we soms zelfs met wie Morriën in zee is gaan zwemmen. Een meeslepend verhaal zit er niet in, eerder een verhaal dat de bestaande vooroordelen bevestigt: veel vrouwen, weinig boeken.

 

Fred van der Wal: De in brede kringen gewaardeerde Friese dichter Cornelis van der Wal (Mijn geheime broer) betitelde de leraar Peppelenbos als een schrijver van niks met een GROOT EGO. Ik ben het eens met mijn broer.

 

 

 ONZE OMSTREDEN KUNSTARTIEST FRED VAN DER WAL (LINKS) MET GEHEIME BROER, DE BEKENDE, ALTOOS VROLIJKE, FRIESE POWEET CORNELIS VAN DER WAL (RECHTS) TIJDENS PRESENATIE AVOND GEDICHTENBUNDEL VAN CORNELIS

 

Dichteres Esther Naomi Perquin over Morriën:

“Adriaan Morriën liet, als lezer, schrijver en dichter een indrukwekkend oeuvre na. Zijn poëzie verdient het om in beeld te blijven. En of het nu de namen zijn die hij zichzelf gaf (‘literaire lanterfant’, ‘kampioen van de besluiteloosheid’) of die hij kreeg toegeschoven (‘de liefste ironicus’, werd hij door Geert van Oorschot genoemd), het zijn zulke slechte bijsluiters natuurlijk niet.

De dirty old man van de Nederlandse poëzie zou er vast raad mee hebben geweten. Toch is Morriën het vooral waard om te worden losgeweekt van welke reputatie ook. Om zomaar, met de helderste blik die we hebben, opnieuw te worden gelezen”.

 

Fred van der Wal:

Lees ik nb. bij Coen Peppelenbos dattie Cornelis, mijn geheime broer dus, in zijn reactie van 2007 een debiel noemt. Wie Mijn geheime Broer Cornelis aan valt valt mij aan, dus Peppelenbos, van nu af aan hou ik je goed in de gaten! En die roman van Peppeldekneppel van “ Een Homo wordt geslagen” vind ik al niks als ik de synopsis lees, dus koop ik die niet.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.