Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
5 mei 2016, om 08:43 uur
Bekeken:
311 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
172 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Vandaag verscheen er een klein bericht in De Volkskrant dat ..."


Vandaag verscheen er een klein bericht in De Volkskrant dat Conserve van W.F. Hermans heruitgegeven wordt door uitgeverij Conserve te Heerhugowaard.

 

Hermans weigerde dat werk tijdens zijn leven te laten heruitgeven en of dat verstandig is,dat is de vraag.Het betreft overigens een luxe uitvoering van slechts 2500 exemplaren en die zal wel snel uitverkocht worden.

 

In “Scheppen riep hij gaat van Au,” van H.U. Jessurun d’Oliveira beweert W.F. Hermans in een interview met de schrijver dat hij “Conserve” …

 

Een heel mooi boek vindt en tientallen jaren later noemt hij het een raar boek.Op pagina 23 van het boek van d’Óliveira zegt Hermans iets over het realistiese gehalte van zijn werken.Hermans is door zijn wisselingen in kompositie en pendelen van realisme naar surrealisme geen gemakkelijke auteur om in kaart te brengen.De filosofiese belangstelling van Hermans heeft zijn sporen na gelaten in zijn werken en men zal toch enige notie van Freud, Sartre en Wittgenstein moeten hebben om tot een interpretatie te kunnen komen.

 

In boven genoemde interviewbundel geeft Hermans toe dat de themas van Camus en hem overeenkomen.

 

Onlangs heb ik tijdens een treinreis van Antwerpen naar Rotterdam een jonge,intelligente student Nederlands daar nog op gewezen.Hermans is opmerkelijk zwijgzaam over zijn existentialistiese wortels.Ik ben er van overtuigd dat Hermans zichzelf zag als de Nederlandse Sartre,maar hij heeft over deze kwestie altijd heel handig een rookgordijn opgetrokken.Of eigenlijk zag Hermans zich als een kruising tussen Sartre,Camus en Multatuli,een merkwaardige kruisbestuiving.Het cynisme van Multatuli lijkt de leerschool voor Hermans geweest.

 

Op pagina 23 van “Scheppen riep hij gaat van Au” kondigt Hermans aan een roman over professoren te zullen schrijven.Dit interview is een combinatie van 2 interviews,die dateren uit 1959 en 1962.

 

In 1975 publiceert Hermans dan ook  “Onder pro fessoren.”

 

U zegt dat Hermans hetzelfde gevaar loopt om voortijdig vergeten te worden als Vestdijk, eveneens dankzij zijn weduwe?

 

Het zou een goed gebruik kunnen worden in navolging van kulturen uit het verre Oosten om de weduwe tegelijk te verbranden met de overleden auteur.Dat moet toch kunnen,gezien de heersende tolerantie en politieke wil tot internationalisering gepaard gaande aan de hoogst aktuele kulturele integratie op wereldnivo.Men moet er iets voor over hebben als Westerling om te integreren met de edele wilde.

 

U keert zich wel erg fel tegen schrijvers weduwen.Heeft U daar enige reden voor?

 

Danzij die onooglijke verpleegster met die scheve kop waar Vestdijk mee gehuwd was en die de deksel op zijn archief potdicht hield is Vestdijk dankzij haar inspanningen nu een bijna vergeten schrijver.Elke poging tot een monografie heeft zij willens en wetens verhinderd en wat schetst onze verbazing?

De weduwe van Hermans flikt hetzelfde.

 

U  bent er van overtuigd dat Hermans het  een en ander te verbergen heeft  aan pikante details betreffende zijn leven en alles in het werk heeft gesteld om een wijd en zijd verbreide chronique scandaleuse te  voorkomen?

 

Ik ben de enige niet die er zo over denkt.

 

Dertig maart 1955 schrijft L. Tegenbosch een artikel over de literaire pamflettenstrijd tussen W.F. Hermans en Adriaan Morriën?

 

Het valt op dat de roomsch katholieke ex-geestelijke Tegenbosch,karakterloos als altijd, geen partij kiest als Jezuiet en een halfslachtige, dub belhartige houding in neemt in dat artikel net als later in zijn recensies in de Volkskrant over beeldende kunst.Hij is en blijft een Jezuiet.Ik heb Tegenbosch één maal bezocht,begin jaren 80,in zijn kunsthandel in Leusden en in zijn tuin lagen drie smeedijzeren hoepels,afkomstig van een eiken hou ten ton en dat moest een kunstwerk à raison van vijf tig duizend gulden voorstellen van  de “beeld houwer” Carel Visser.Tegenbosch vroeg me wat ik er van vond.Ik vond het helemaal niets.

 

In 1971 werd W.F. Hermans vijftig jaar.Kritikus Kees Fens schrijft in “Het literair klimaat 1970-1985,” dat dit feit geheel en al onopgemerkt voorbij ging.U zegt dat  deze opmerking bezij den de waarheid is.

 

De Haagse Post wijdde een uitgebreid artikel aan Hermans vijftigste verjaardag met heel veel achter grond informatie.Raster bracht een Hermans num mer uit.Wat wil men nog meer? Trommels en trom petten?Een gouden handdruk?

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.