Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 november 2015, om 21:56 uur
Bekeken:
310 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
170 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Fragment uit novelle 'Een goede deal'"


Simon Vinkenoog was een van onze vaste klanten en een Kennemerland- se graficus, een halve zool uit Haarlem, die zijn burgermansbaan had op- gezegd om voor kunstenaar te gaan spelen, en dankzij diefstal, fraude en kunstvervalsingen twee keer in de bajes terecht kwam.

Niet iedereen was zo slim als GeertJan Jansen die met zijn oplichten over al mee weg kwam.

Haarlemse contraprestatiekunstenaars waren de hele dag zo stoned als een garnaal, zaten zomers op het strand en in het kielzog daar van heel wat leerlingen van de kunstnijverheidsschool, met meestal een rijke pappie en mammie en een flinke toelage, dus die kochten zich ongans aan weed, pep en LSD trips om ook mee te doen.

Heel veel Haarlemse nep- en namaak kunstenaars waren vaste klant, die hadden toch niets anders omhanden dan de hele dag op het strand te zitten roken, want kunst maken, nee, dat deden ze niet, dat was niet hip, dat von- den ze commercieel, dat was rechts.

Handje ophouden bij de contraprestatie was het hoogt bereikbare voor ze.

Ze leefden van de riante kunstenaarssteun, zoals dat weke chirurgenzoontje Remmie Rammelzee met zijn van oud roest in elkaar geknutselde vul- lisbelt plastiekjes exposeerde in Gallerie Gammelstrand of die halve zool Hannes Klomperman met zijn debiele kinderen en een hele stoet beroeps- werkeloze parasieten die daar omheen hingen.

Hannes noemde zich in navolging van Johnny van Doorn Electric Jesus. Bij tentoonstellingsopeningen sloeg en trapte hij van de straat geplukte fietsen in elkaar.

Lekker hip. Het zal je kind of je fiets maar wezen.

 

Alles in Haarlem in de artistieke sien van de zestiger jaren was imitatie. Veel moderne jazz liefhebbers uit Ekestos, een sociëteit in Haarlem vlak bij het station, waren vaste klant bij mij.

Die rechercheurs in Kennemerland, dat zootje stelde niks voor, die leef- den nog in de tijd van Swiebertje en Bromsnor, die deelden bekeuringen uit aan kleine jongetjes die op straat voetbalden of op het gras liepen.

Die juten waren gevormd door vijf jaar nazi bezetting, net als mijn ou-ders, die slechts zes jaar lagere school hadden genoten, waar ze elf jaar over deden en na de oorlog sterke verzetsverhalen ophingen, maar in wer kelijkheid naar de geest stiekeme, achterbakse collaborateurs waren.

Die politie agenten werden pas wakker toen ze die cult film “ The Man With The Golden Arm” hadden gezien, dat sprak tot de verbeelding van die sufkutten en mafklappers.

Een rolprent over een heroïne verslaafde.

Daarna hebben ze op het buro met veel moeite en een woordenboek een Amerikaans boek van Bur- roughs gelezen over verdovende middelen, die schrokken zich een hoedje en dachten: Hé, dat zou hier gotdomme in Haarlem en Amsterdam ook best eens kunnen gebeuren onder al die artistiek lui van het Plein met hun aan- en inhang die de hele dag niks uitvoeren op kosten van de belasting- betaler, die gaan we eens flink pakken.

Als wij als gezagsdragers daar achter aan gaan maken we in no time pro- motie bij meneer de commissaris en zitten we een loonschaal hoger als brigadier!

Ik geloof dat die agenten Houwsma en  Slaman heette, Groningse of Frie- se boeren lullen, die voor ze overgeplaatst werden nog nooit verder waren gekomen dan Roodeschool, Tietjerksteradeel  of Westeremden. Uit Gro- ningen kan natuurlijk ook niets goeds komen.

Je hebt van die kunstenaars die emigreren van uit Schubbekuttennijeveen naar het Westen, dat komt in de de dorpskrant, mislukken daar en gaan dan weer met hangende pootjes terug naar het Groningse platteland.

Een zwaktebod.

Dat kan nooit echte kunst op leveren. In het Noorden des lands heerst een laf  kunstenaarsklimaat. Dat komt door die eeuwige wind die daar waait, daarom hebben ze van die griffermeerde, gemene, vertrokken, doorgroef- de, ouwe rukkerskoppen met befbaarden. Sukkels zonder sokkels zijn het.

 

Rechercheur Houwsma vermoedde dat wij iets mee te maken hadden met de hasjhandel, omdat we vaak in de poffertjestent kwamen. Poffertjes en hasj; dat moest in hun optiek wel samen gaan.

Een bekend tref centrum voor ontspoorde, van huis weg gelopen jongeren met artistieke aspiraties en vaak een strafblad. 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.