Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 november 2015, om 15:59 uur
Bekeken:
359 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
162 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De situatie was voor ons als kleuters levensgevaarlijk "


De situatie was voor ons als kleuters levensgevaarlijk in het ouderlijk huis
november 1, 2015

Mijn zuster is vanaf haar achttiende onder voortdurende psychiatriese behandeling en ondanks haar M.O. akte pedagogie als een van de honderdduizenden arbeidsongeschikten al tientallen jaren hulpeloos en hopeloos in de WAO. Mijn broer liep bij een psychiater, mijn vader ook, mijn onverantwoordelijke moeder was volgens mijn tante en grootouders waarschijnlijk ook psiegies zwaar gestoord, haar kinderen zijn haar vlak na de grote oorlog afgenomen door de rechter, dat zegt wel genoeg.

De situatie was voor ons als kleuters levensgevaarlijk in het ouderlijk huis. Ik werd later gedwongen een kweekschool voor onderwijzers te volgen in plaats van naar een academie voor beeldende kunsten te mogen.

Mijn opvoeders beloofden mij dat ik na die kweekschool, waar ik elke dag van gehaat heb, naar de Rijksakademie te mogen. Zo als U begrijpt kwamen zij die belofte niet na. Mijn hele familie hing van liegen en bedriegen aan elkaar.

Toen ik na die opleiding aankondigde full time te willen schilderen of naar de akademie te kunnen gaan werd ik zonder geld of andere eigendommen, behalve de kleding die ik toevallig die dag droeg, van de ene op de andere dag de Heemsteedse villa uit gezet. Ik vertrok met een rijksdaalder op zak naar Amsterdam met de trein. Eerste klas. Het was 5 mei 1967. Bevrijdingsdag, maar niet voor mij. Diezelfde dag had ik onderdak en woonde in het centrum van Amsterdam, Nieuwe Spiegelstraat 48. Twee hoog. Een Amsterdamse advocaat (de be kende Mr. Moes) heeft nog wat boeken en kleding die achter waren gebleven los kunnen praten.

Ik heb toen niet alles gekregen wat van mij was. Ze hielden boeken achter. Ik ben bijna verhongerd voor de kunst in 1967, 1968. Niemand heeft mij ooit willen helpen in die tijd tussen sept. 1965 en mei 1968. Dat heeft mijn visie op de mensheid wel getekend. Ik trap daarom ook niet in al die hypokriete gereformeerde fijngristelijke smoesjes van E.O. aanhang ers c.s. De meeste tegenwerking in mijn loopbaan als beeldend kunstenaar heb ik juist van die mensen ondervonden die tussen 1963 en 1965 te pas en te onpas de prachtigste Bijbelteksten hanteer den (zoals de Amsterdamse familie D., woonachtig aan het Mariotteplein 17 in de Watergraafsmeer, met zijn streng griffermeerde pater familias, een zwaar brillende, humorloze vertegenwoordiger in kunstmatig gezoete limonade siropen plus laffe spuitwaters en die fijne gereformeerde meneer L.H., de Hilversumse bleekscheterigste bestoftste bankbediende uit het Gooi en omstreken met zijn fanatieke griffermeerde rotkop speelt die brillenjood voor vrijetijdsdominee in een sekte in Huizen) en overliepen van het verkondigen van ‘den onvoorwaardelijke liefde van de Heere Jezus’, alleen gold die dan net toevallig voor hun eigen besodommieterde griffermeerde soort en niet voor mij. Ze namen het mij kwalijk dat mijn ouders gescheiden waren en kwamen dan op galmende toon aan dragen met een Bijbeltekst; ‘de zonde der vaad’ ren zal bezocht worden aan de kinderen’, dat kon ik dan in mijn zak steken. Een televisietoestel noemden ze ‘ den kiekkast van den duvel’ en Lou de Palingboer ‘een profeet als Jesaja’. Als ik lang er dan twee minuten op de w.c. zat verdachten ze me van een stiekem potje masturberen (Els D. was zo bloedgeil dat ik niet eens tijd of energie had om te masturberen, die lag het liefst de hele dag boven op mij in bed te rossen en aan mijn lul te trekken, mijn ballen waren voortdurend pijnlijk leeg geknepen citroenen) of beweerden dat je van lang zitten kakken reetkees kanker, liesbreuk of in het gunstigste geval balzakkanker kreeg. Elefantiasis; een paar ballen zo groot als een poef ; daar kon je op gaan zitten. Hun wens was de vader van de gedachte. In dat huis van die gereformeerde glimpiepers was de plee het enige rustige vertrek waar ik de ‘Hitweek’ uit kon lezen zonder allemaal Bijbelteksten naar mijn kop geslingerd te krijgen. Hitweek, een hip underground krantje dat van de Duivel was, zeiden ze, want de Heere Jezus stond er niet in. Dertig jaar later zocht ik ze nog eens op. Ze waren verlegen met mijn bezoek. Dachten dat ik een ‘seksjuwelen relatie’ met hun dochter wilde beginnen, maar ik val nu eenmaal als geniaal kunstartiest niet op afge neukte sletten en fijngristelijke tenaladies, alleen op kersverse pruimpjes. Twee van hun kinderen waren inmiddels gescheiden, een dochter was lesbies, een andere dochter onderwijzeres en een kleinzoon die in de media figureerde op de veerkrachtige, doorweekte Gooise matras een overtuigd homoseksjuweel. Boontje kwam om zijn loontje. Het zij ze van harte gegund. Mijn orthodox roomskatholieke moeder, die ik sinds mijn tweede levensjaar nooit meer heb gezien of iets van gehoord stuurde een jaar of twee geleden (2002) een onbegrijpelijke brief vervuld van haat en beledigingen aan mijn adres. Ik wil er verder niet te veel over uitweiden, maar kan zo nog wel even door gaan. Een paar jaar geleden is mijn zuster na een reeks processen eindelijk erkend als vervolgingsslachtoffer Wereldoorlog II (ik heb mij daar nooit op laten voorstaan. Ik weigerde altijd de slachtoffer rol te spelen) en kreeg een aardige bonus uitkering boven op haar WAO van de Stichting 1940 -1945. Ik kwam daar waarschijnlijk niet voor in aanmerking omdat ik te normaal was, naar men mij mededeelde na een uitvoerig psychomedies onderzoek. Het is de enige keer dat ik voor normaal ben versleten. Tussen 1978 en 2002 is mijn beeldende werk door de Friesche Pers en de Fryske Kultuerried altijd geboycot. Ik kon bijvoorbeeld in Friesland van de kunstenaarsvereniging Fria geen lid worden, een club die ik nota bene zelf heb opgericht in 1985. Mijn echtgenote ook niet. Te gek voor woorden. Jaren lang ben ik niet erkend als beeldend kunstenaar door de Friese Kultuurkamer o.l.v. drs. H. Mous. Twee van mijn werken zijn sinds 1971 vertegenwoordigd in het prentenkabinet van het Stedelijk Museum te Amsterdam, daar zijn de streng ge refor meerde Henk Helmantel en zijn artistieke fijngristelijke vriendjes niet weinig jaloers op. Vijfentwintig jaar tegenwerking en geen enk ele mogelijkheid om mijn werk tentoon te stellen hebben allemaal bijgedragen aan de juiste beslissing uit Friesland weg te gaan. Vrienden heb ik er nooit gehad onder die Friezen of Groningers. Mijn overgrootvader is trouwens geboren in Kollum, dus ik heb wel Friese roots, maar als je zoals ik uit Amsterdam kwam dan werd je op alle manieren gedwarsboomd, ook door de Friese overheid, vooral als je geen pvda lid was of modieus linkse praatjes uit sloeg. In Frankrijk word ik wel gewaardeerd als kunstenaar en ben sinds kort zelfs lid ge worden van niet alleen Peinture Fraiche, maar ook van het internationale prestigueu ze genootschap Le Groupe te Nevers. Een directe opstap naar Parijs. In Frankrijk ben ik vol maakt gelukkig.

Wie kan mij dat nazeggen in de artis tieke sien in Friesland, Drenthe of Groningen ? Zelfs niet in Haarlem. In streng christelijke (vrijgemaakt gerefor meerde of evangeliese extremistiese) Hollandse ogen is Frankrijk het Rijk van de Satan. Alleen met grote weerzin bezoek ik tegen mijn zin een, twee maal per jaar het hypokriete calvinistiese Nederland om onze dochters en klein kind even te zien of een bezoek te brengen aan de kundige huisarts Atema te Akkrum met zijn scherpe diagnostiese oog en z’n juchtlederen portefeuille vol vlijmscherpe lancetten in zijn binnenzak, die onlangs nog lachend onder verdoving (ik kreeg een paar spuiten in mijn kop) een paar goedaardige gezwellen mijn hoofdhuid uit lepelde. Het bloed spoot m’n kop uit tot tegen het plafond. Een bloedbad ! De hele behandelkamer onder de smurrie en een lucht van zoete etter … gewoon weg niet te harden voor een normaal mens.

En onderdehand converseerden we geanimeerd over de schilderende mislukte tekenleraar, de slijmbal J.v.d.K, die melkmuil uit Bergum en wisten het met elkaar eens in woordeloze eensgezindheid. Kotsend van mijzelf strompelde ik zwaaiend als een dronkelap door de va lium injekties even later naar buiten, de groepspraktijk uit met een bebloede boerenzakdoek om mijn kop gebonden. Des avonds zat ik met een bebloede kop bij Jan en Peta Bartlema in Heerenveen in een vrolijke stemming vele gla zen rode wijn weg te werken en heel fijn over het leven te filosoferen dat ons gegeven is door de Heere Heere. In Holland blijf ik zo kort mogelijk. Er is niets en niemand waar ik naar terug verlang. Na sept. 2005 ben ik van plan helemaal niet meer naar Nederland te komen, als dat dan nog bestaat en niet onder gelopen is of opgeblazen door im port Islamieten met een paar draagbare atoomkofferbommen, misschien is dat wellicht nog de beste oplossing dan is het illegalen- en asylanten probleem ook opgelost. Al in 1972 zei ik dat Nederland een enorme ramp tegemoet ging met het importeren van de helft van de analfabete Surinaamse bevolking, dank zij het beleid van Den Uyl met zijn uileballen kabinet.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.