Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
22 september 2015, om 08:37 uur
Bekeken:
292 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
143 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En wat een rare, enge tiepes in dat artiestenplantsoen!"


En wat een rare, enge tiepes allemaal bij elkaar in dat artiestenplantsoen

 

En toen ik die winterdag begin februari 1966 had gedebuteerd in kunstcentrum De Ark te Haarlem ben ik natuurlijk gelijk dol enthousiast met opgestoken armen en open gulp het kunstzinnige artiesten plantsoen in gewandeld.
Vol verwachting klopte mijn hart. Want daar zou het te vinden zijn.
Wat? De tolerantie, het wederzijds respect, de hulpvaardigheid en weettikveel wat nog meer wel niet.
Nou, dat was het dan.
Dàt viel me even tegen! Luitjes met een teveel aan soul en een te weinig aan body! De griezel liep je over de grazzel! Weken ongewassen, ook dat nog en de guitaar tot diep in de zwetende, ongeschoren oksel en maar die liedjes nazeuren van Bob Dylan dat het antwoord in de wind ligt.
Toch al een en al geneuzel.
Om te beginnen; door wat een rare en enge tiepes werd dat plantsoen bevolkt. En van die verstikkende, verbrande dennenbomengeur van de Afghaanse of vettige Rooie Libanon moest ik ook niet veel hebben, daar kreeg ik het al van op mijn longen, nog voor mijn half geopende hartstochtelijk bevende lippen het mond filter van een stick had nat gemaakt, dus dat werd ook al niets.
De lang harige, mooie Aletta v.d. M. te R. heeft met haar volle cups mij in 1966 toen in de wereld van de soft drugs geïntroduceerd, maar het was gewoon mijn wereld niet helemaal.
Ik werd er behoorlijk aanminnig van en ook wat slaperig.
“Van de frisse!” zei ik dan en sloeg haar tuchtig op haar billen dan schoot de stick vanzelf uit haar aangename mondje. Daar snakken de hippe vrouwtjes naar.
Billenkoek! In die dagen moet mijn SM hang up zijn ontwaakt en ook dat dragen van dameslingerie, dus prefereerde ik al snel de eroties dominante vrouw en dat is nooit meer over gegaan! Een koninkrijk voor een Meesteres dus. De kenner weet waar ik op doel.
Ik ben toen maar jarenlang karate gaan doen tot 1997, om eens flink uit te delen, daar ga je gezond van denken. Mijn relatie tot de vaderlandse kunst, in het bij zonder ‘t realisme, is miniem.
Ik onderhoud alleen geen contact meer met de Peetmoeder van het realisme, de eens zo prettig uitziende, blonde Janna van Zon, die lang niet dom is, net als ik dus en een heel persoonlijke, sympatieke schrijfstijl heeft.
Daarom waarderen wij elkaar ook zo.
En dat zal ik niet zo gauw zeggen in kunstenaarsland, want van complimenten kan de kachel niet roken.
Toch zal ik de ander nooit om niet met emoties bespatten en besmeuren. Er moet een reden voor zijn. En verder onderhoud ik met personen uit het realistiese veld in de kunst geen relatie, zeker geen intieme met al die ziektes tegenwoordig. Ik ben trouwens- en dat vind ik toch wel heel belangrijk- geen modern beeldend kunstenaar- maar een kunstschilder. Het ambacht dus. En dat behoort tot een geheel ander tiepe. Want je kunt toch zonder gerede twijfel stellen dat de Moderne Beeldende Kunst tot stand komt om louter therapeu tiese redenen. Kijk maar naar de resultaten die in het museum of de galeries hangen, dan denk je toch al gauw; ziek zijn beter worden, om met dokter van Swol te spreken. De twintigste eeuw is in de kunsthistorie een betreurenswaardig terminaal ziektegeval. Maar een oplossing : Ausradieren Ik ben die Frie se gepensioneerde tekenleraar Jan van Loon niet. Je merkt het gelijk. Als een doorsneemens in therapie gaat, dan wordt zijn ganse horizon in beslag genomen door zijn of haar therapeut. Een zwaktebod. Ga maar eens te rade bij de aangenaam ogende psychologe mevr. drs. Lodder te Oenkerk. Een echte vakvrouw. Geen wilsbeslissing van de patiënt is meer mogelijk zonder eerst een consult te hebben afgelegd bij dat leuke, aanminnige blondje waar ik wel een ochtendbeschuitje mee wil knappen als ze tenminste aan mijn exclusieve seksjuwelen SM habits tegmoet wil komen want in recht op en neer zie ik toevallig niets meer, voor zover ik nog iets zie tussen de klamme lappen. Treurnis alom meestal. Ik zie ‘t aan mijn geestelijk gehandicapte zuster. Ik heb er diepe compassie mee. Ik kan ook nooit zeggen tegen iemand die in therapie loopt; “Gut, meid, wat ben jij d’r toch van opgeknapt!” Eerder het te gendeel. Nu zijn therapeuten minsten zo geschift als hun patiënten. Ze weten waar ze het over hebben. Waar je mee om gaat word je door besmet. Het is een symbiose. Dat is net zo iets. En wan neer je met een beeldend kunstenaar praat wordt zijn ganse horizon in beslag genomen door het eigen, onbe nullige egootje en de beeldende kunst beoefening. Hij leeft voor de kunstbeoefening, terwijl ik gewoon tussen twee lachbuien door een schilderij maak of een stuk schrijf. Ik schilder en schrijf omdat ik leef, dat is ook héél iets anders. Ik sta zo anders in het volle leven. Het is voor mij geen doel, maar een middel om mijn overmaat aan vrije tijd zin vol te vullen. Linkse cultuurliefhebbers zoals dat warhoofd drs. H. v. S. te A. nemen mij dat hoogst kwalijk, maar wat presteert deze meneer zelf eigenlijk op cultureel gebied met zijn vrijblijvend baantje bij de E.O. waar hij ruzie kreeg met het bestuur en er uit getrapt is? Ik heb toen ik een jaar of tweeën twintig was, eind 1964, van uit mijn ooghoeken eens goed krities gekeken naar mijn toenmalige streng griffermeerde vriendin Els D., die weliswaar geil als boter was maar zo haar eisen stelde aan een seksjuwelen samenleving met haar en daarna naar de wereld, die in de sixties steeds vrolijker werd en toen weer naar mijn vriendin schrok ik mij een ongeluk, riep Gotsalmetruttenbollen en dacht toen: “Gotsalmeliefhebbe! Om daar de eeuwigheid mee door te moeten brengen, nou nee zeg, mag deze beker aan mij voorbij gaan?”
En dat smeekgebed is verhoord, gotzijdank, want ik moet er niet aan denken mijn leven lang te slijten voor de klas ener randdebielenschool met den Bijbel te Schubbenkutten-Nijeveen in Drenthe. Kut met krenten! Kun je het dan anders zien? Welnéé!
Daar zeg ik met krachtige stem nogmaals op: Kut met krenten!
Ik heb toen tegen mijzelf gezegd in 1964; dat schilderen lijkt mij nog eens een fatsoenlijke broodwinning en je stond toen ook hoog in aanzien bij leden van de vrouwelijke kunne als je jezelf een artistieke uitstraling aan mat. En dan bedoel ik natuurlijk niet zo’n lange bef baard zoals die Sinterklaas uit Westeremden Henk Helmantel. Dat was me een zware tijd in het begin, want ik had geen cent te makken en geen nagel om mijn gat te krabben. Ondanks mijn zeer vermogene familie! Het plestik boterhammenzakje was dan wel net uit gevonden, maar die droeg ik niet over mijn sokken omdat mijn soldatenschoenen lekten. Ik kon de reparatie van mijn halve zolen niet eens betalen en ook geen boterhammenzakjes bij de Vana. Ik liep gewoon monomaan mompelend door. Hele einden door het Vondelpark. Het regende toen constant.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.