Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 juli 2015, om 08:04 uur
Bekeken:
365 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
180 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De ultieme oplossing blijft uiteindelijk toch de nek klem"


De ultieme oplossing blijft uiteindelijk toch de nek klem, laten wij wel wezen
juli 13, 2015

De ultieme oplossing blijft uiteindelijk toch de nek klem, laten wij wel wezen. De mensen moesten maar eens niet zo kleinzerig wezen dan komt het allemaal vanzelf goed…

Modern samen leven. Op weg naar de grote finale. De apotheose. Drie maal op een dag scheuren politie wagens met gillende sirenes naar het plaatselijke asielzoekers centrum.
En terwijl miljoenen burgers een gezellig tentdak zoeken in Verweggistan waar ze thuis horen en een ieder zijn eigen houten bak aan schaft om fijn sago te stampen om de dag door te komen ‘had er zojuist weer eens een zoveelste treffen plaats tussen stomdronken Somaliërs en licht gedrogeerde Irakezen met knuppels, vuistvuurwapens en messen in de asylanten opvang alhier tot grote vreugde van Groen Links en aanverwan te potentiële landverraders. De nieuwe NSB-ers en landverraders komen van extreem links.
De politie, zo heet het versluierend, trad weer eens mild op en wist via overleg de gemoederen zogenaamd te sussen, heet het dan in het dorp onder de pvda en Groen Links aanhangers als de spoed verlenende eerste hulp afdeling weer vol stroomt met bloedende brekebenen en uit het lood geslagen brieke bekken.
Niks aan de handa, beweren de betrokkenen en voorstanders van de asiel zoekersindustrie elke keer weer na de zoveelste mat partij met behoud van cultuur.
In de dorpskrant lees je daar niets over.
Er ligt een embargo op negatief nieuws over onze gekleurde gasten. Stuk voor stuk vrome profeten en diepe denkers.
Vergeet het maar. Het was even flink matten met de lat, de pepperspray en de getrokken Glock. De ambulances reden af en aan.
Bloed aan de paal.
En waarover ging die matschudding nu weer?
Genoemde volksstammen bont gekoeleurde medemensen met kekke hoofddoekjes waren bezig de buit, de aangeboden nieuwbouw woningen door de woningstichting, ruime tweekappers, compleet met inven taris, satelliet schotel gericht op Al Jazeera en een gratis fitness abonnement om sterke mussels te kwe ken om de sociaal werkers talloze voordelen hardhandig te kunnen af dwingen, de huizen onderling te verdelen tegen een flinke kluit zwart geld.

In de goede, oude tijd werd menselijk leed vooral zichtbaar als voorbijgangers met een lichamelijk gebrek zich door de straten sleepten. Veelal overdekt met zweren van de syf of lekkend van onderen door de gonorroe, maar daar wende iedereen aan in het straatbeeld.
Het loon op de zonde.
Alleen rook het allemaal zo onaangenaam. Er was nog geen TV dus het enige tijdverdrijf betrof het onder lijf en dat eiste zijn tol. Drommen venerische kolensjouwerskoppen trokken door de straten voorbij.
‘Er werd op straat met de ongelijke klinkers en hardstene blauwe stoep randen heel veel gehinkt, gestrompeld en gevallen door éénbenigen en andere dronkenlappen.
Nee, dan bedoel ik niet de befaamde hink-stap-spong want daar kun je best ver mee kunt komen in het leven als je die overdrachtelijk toe past.
Men hield zich indertijd nog overeind met een soort vreemde stelten met een dwarshout dat omwonden was met smerig uitziend grijs, bevlekt linnen, die onder de oksels werden geplaatst en het gewicht goed verdeelden.
Prima geregeld.
Kwam geen sociaal werker of psychologiater aan te pas. De ADO werknemers redden zichzelf in die goeie ouwe tijd heel goed.
ADO werknemers?
Ja. ADO.
Arbeid Door Onvolwaardigen.
Maakten tegen een terecht hongerloontje houten speelgoed, karretjes met houten wielen die aan een gerafeld touwtje werden voort gesleept door kinderen van lage kom af.
Armoede houdt netjes en arme mensen zijn slechte mensen anders waren ze niet arm. Ik hoor dat van al mijn gristelijke vrienden elke keer weer.
Men kende in de jaren vijftig toen nog verschil in stand en moraal. Zo hoort het ook. Ik kom bijvoorbeeld niet uit een negorij of een gribus.
Nee, hoor, uit de Concertgebouwbuurt, Amsterdam Zuid.
Alleen voor nette mensen.
En toen de winters nog echte winters waren in de fifties met hele rijen fijne Winterboeken in de kast en oorwarmers die op een koptelefoon leken als het vroor, met de alpino als een King Size bloedblaar zo laag mogelijk over de flaporen getrokken, ze zagen er normaal al uit als randdebielen, maar daar lette niemand op vlak na de oorlog, toen er overal nog dikke pakken sneeuw lagen, maakten ik en mijn vriend jes spiegelgladde glijbanen om oude van dagen de bespataderde achterpoten op onderuit te zien gaan en de knoken te horen breken als ze weer een kuitenflikker sloegen met een tas vol boodschappen in papier en puntzakken van de ‘Vana’ op de hoek of van de comestibleszaak ‘Pasteuning’ waar de grauwe erwten met een kromme, metalen schep met houten handvat uit openstaande vakken werd geschept door bleke, meel bestoven winkelbdiendes in grijs blauwe stofjassen toen Nederland nog Nederland was in plaats van gekoloniseerd te worden door sloebers en dobbernegers uit Verweggistan.
Konden die bejaarden van de weeromstuit weer opnieuw boodschappen gaan doen van hun armoedje.
Wij waren jong, hoe konden wij weten?
Wanneer zo’n gehandicapte met behulp van zijn stelten in de veertiger jaren van de vorige eeuw zich weer moeizaam naar omhoog vocht, van de glijbaan af, kwam er geen enkele klacht over de blauwe, kor stige lippen, laat staan een liederlijke vloek om de hemel te lasteren, ook niet als we hem voor de tweede keer onderuit haalden en met zijn krukken of een houten klomp aftuigden om hem een lesje te leren.
We hadden op catechesatie geleerd dat de Heir der Heirscharen geeft wie heeft en afpakt van hen die niks hebben, dus handelden wij daar naar als lidmaten van de gereformeerde jongelingen vereniging. Het gristendemocratiese gedachtengoed, zal ik maar zeggen.
Het waren hele fijne mensen indertijd. Vervuld van rechtvaardigheid. Mannen en vrouwen met mesjomme.

Dat auteur Fred van der Wal zijn oude toon weer helemaal als vanzelf heeft hervonden, blijkt uit zijn obser vaties van taferelen waarvan een ieder die niet vergeven is door het vergif van het links draaiende melk zuur direct de humor inziet en in de gulle lach uit barst.
‘Ik kan het ook allemaal niet helpen wat er zich in de wereld zoal afspeelt aan wederzijds veroorzaakte burenruzies en maatschappelijke ellende in a nutshell,’ verzucht de omstreden auteur/kunstschilder en kijkt ons meewarig aan.
‘Zodra ik mij ergens in meng wat het artistieke veld betreft, breekt er onmiddellijk de pleuris uit of is de pleuris gemixed met de kolere, de takke en de beris al voldoende aanwezig.
Het incasseringsvermogen van de doorsnee artiest is al lang weg, volgens mij vooral doordat verantwoor delijkheden door de artistieke persoon van de manlijke als de vrouwelijke kunne bij voorbaat op de over heid worden afgewenteld, die ruimhartig met subsidies strooit voor de talentlozen.

Onze auteur is op de leeftijd der sterken gekomen waarop hij met heimwee terugblikt op vervlogen tijden van weleer toen Nederland nog acht miljoen inwoners telde.
In Amsterdam had je één of twee beroepsnegers uit de Bananenbar en de Bamboobar; Martin Sterman in de ene knijp en zijn broer Otto Sterman in een andere achter Gasse, geweldige verhalenvertellers en musi ci.
Ik vraag me af, waar ze gebleven zijn: de échte vertellers en de lezers , die zelfs op straathoeken in de Belgische schandaalbladen Zondagsnieuws en Kwik waren verdiept.
Ik heb een hard hoofd in de overlevingskansen van de jongere generatie.
De melkvee en schapenboer werd in Friesland gelukkig weg gesaneerd, ging failliet en ploegde nog slechts op versleten klompen zich moedeloos voort, van Bijzondere Bijstands loket naar het UWV loket, gedoemd tot een beroepswerkeloos bestaan…

Ik zal een en ander even toelichten voor een beter begrip. In mijn hameau in Frankrijk is dat nog geheel anders namelijk hetgeen ik hierboven beschreef.
Er is daar vlak bij fabriek waar walnotenolie wordt geperst. Je brengt een zakje walnoten dat drie maan den heeft liggen drogen om het gif er uit te laten walmen naar de notenboer met zijn archaische machi nerieën .
Gezond ook die walnotenolie, maar het is niet helemaal waar dat het helpt tegen kruipknie, jicht, water zucht, homoseksjuwaliteit en borstballen, zoals ze zeggen.
De fabriek hoeft helemaal niet regelmatig arbeidstijdverkorting aan te vragen want het is een familiebedrijf van morsige tiepes die breder dan hoog zijn, maar berensterk door eeuwen sappelen dat duidelijk op niet mis te verstane wijze op het doorgroefde gelaat staat geschreven. Toch is niets menselijks ze vreemd.

Als de laatste fles walnotenolie leeg is stap ik meteen op de tomaatrode tweetakt brommer met lekkende uitlaat, dus dat geeft me een geluid dat je kilometers ver hoort, dan weten ze dat ik er aan kom.
Dan smiespelen de dorpelingen achter hun groezelige knuisten: De Fred van der Wal is weer los van uit het Couloutre Berenbos, moeders houdt uwen dochteren thuis en voordat de avond gevallen is, ben ik al weer 9 km verderop ter plaatse tegenover de gerestaureerde oude school waar ze in de tuin al weer een bedje met klei aardappelen voor de frituur aan het aanleggen zijn met hunne brede spades, grondboren en pikhouwelen want het is harde rotsgrond waardoorheen zij moeten ploegen.
Werkzaam volk trouwens.
Gaan direct aan de slag om in het eigen onderhoud te voorzien. Kom daar hier maar eens om in Holland Klein Kolereland. Ze kunnen me allemaal de bout hachelen…’

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.