Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 juni 2015, om 12:26 uur
Bekeken:
345 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
138 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een gewaarschuwd lezer telt niet voor twee (deel 4) "


Een gewaarschuwd lezer telt niet voor twee (deel 4)

 

Een maal terug in Nederland kan Frank in 1966 als onaangepast mens maar moeilijk een woning vinden, omdat hij platzak is en de piet met poen zo plat als een dubbeltje op zijn kant, zo staat in hoofd stuk negen. Korte tijd werkt hij als pooier en uitsmijter in hoerenkasten op de wallen tot hij genoeg over gespaard heeft. Nog steeds kan hij geen geschikte woonruimte vinden.

Ja, een flat, dat wel. Zo’n betonnen zelfmoorddoos in de Bijlmer. Nieuw-Paramaribo. Bij de zwart joekels en de gerogeerde rastas. Net zo’n multicultureel, benauwd, fantasieloos konijnenhok als waar zijn voormalige bisexuele minnares Cathabella al meer dan een kwart eeuw in woont, maar die staat dan ook voor de klas van een vrijgevochten moderne schoolgemeenschap en geeft economie. Maar daar had hij geen trek in. Hij houdt van gevaarlijk leven. Daar paste geen wijf met een doorsnee onderwijsbaan bij met pensioenpremie en vakantiegeld toe. Na de jaren in Amsterdam oud west en de asociale, gevaarlijke Staatsliedenbuurt waar zijn atelier gevestigd was aan de tweede Nassaustraat 8 en waar hij een moord en een paar schietpartijen mee maakt, had hij voorlopig even genoeg multiculturele schoonheid en idylles onder de drugsaddicten gezien. Natuurlijk waren de luidruchtige Surinamers ver te prefereren boven de gluiperige Arabische moslims, de Kutmarokkanen of de midden Afrikaanse Sambos, maar toch; Black is black; I want my baby back, zegt die bekende pop song. Hij zou ook nooit een negerin willen naaien, want die ruiken zo sterk uit hun sleetse tumtummetje en als die een scheet laten ben je net zo bruin van boven als van onderen. Die teven met een reet als een driezzits caanapé ijn misschien popi in Suriname maar Frank heeft liever een rein, kersvers blank pruimpje op de toppen van de blonde duinen met een scharregatje om op te naaien in de hooibeerg van boeer Stiekema. Hooibroei dus, tot de vlammen er uit slaan.

Wel had hij eens een skesjuwelen relatie met een zwarte man. Een oermens met een lul van vierentwintig centimeter, die oetlul wist van geen ophouden in bed en had de gewoonte om in het Swahili te kwaken en te krijsen als hij overvloedig klaar kwam. Hij neukte je gewoon aan flarden. Hij werd verschillende malen flink uit gescheurd door die zwartmens, want die hebben niet geleerd om zich in te houden, die gebruiken hun lul als bajonet, dan moest de dokter hem weer dicht naaien van achteren voordat zijn endeldarm er weer eens een halve meter uit hing als een apenstaart en de etter zijn mannenkut uit droop.

Van veel geneukt worden krijgt iedere man paarse, opgezette apen billen en een doorlopende natte krent, dat is niet meer af te stoppen.

Als het even kon woonde hij toch liever in een buurt met echte Nederlanders dan tussen de half wilde analfabete Sambos en Bimbos. Hij vond een duur benedenhuis in de vrije sector aan het Galileiplantsoen in de Watergraafsmeer. Daar woonde hij van 1975 –1978 om daarna voor vierentwintig jaar naar Friesland te vertrekken om in 2002 zich in de Bourgogne te vestigen als beeldend kunstenaar van formaat en furore maakte.

 

We spreken af in de serre van het Amsterdamse Okura Hotel. De drankrekening loopt torenhoog op.

Frank: Mijn moeder en zuster zijn zijn natuurlijk bang dat ik ze met kop en kont door de stront ga halen. Dat is dus ook zo. Daar zijn ze terecht bang voor want die hebben behoorlijk de beest uit gehangen. Toch besteed ik er eigenlijk heel weinig woorden aan. Daarvoor spelen zij eigenlijk een veel te kleine rol in mijn leven. Mijn beroepswerkeloze zuster is onder psychiatrische behandeling sinds d’r achtttiende, de laatste vijfentwintig jaar heb ik haar drie keer gezien en toen gedroeg ze zich zo onmogelijk dat ik maar weg ben gegaan, mijn vader zaliger heeft lang in een gekkenhuis gezeten en mijn moeder die bij de Groene kruiszorg loopt als minvermogend minkukel met rollator schijnt ergens op een kamertje in een inrichting te zitten in Voorthuizen. Ik heb er geen achting voor.

Frank ziet op tegen alle publiciteit, als straks in maart het boek verschijnt. ‘Mensen zullen denken: hé, bah, al weer zo’ n misselijk maken de gefingeerde autobiografie, net als die luldebeha behanger Ik Jan Cremer. Maar daar heb ik gewoon schijt aan, want waar ik over schrijf heb ik ook werkelijk zelf mee gemaakt en niet verzonnen. Je moet wel weten dat het me altijd geremd heeft, al die ervaringen. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.