Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
5 juni 2015, om 22:20 uur
Bekeken:
336 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
176 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het eerst dat Magdalena met hese strot zei toen ze bij kwam..."


Het eerst dat Magdalena met hese strot zei toen ze bij kwam was het klassieke: Waar ben ik?

Het antwoord bleef uit in de steriele wit gekalkte ruimte waar zij lag. Niemand antwoordde.

Dagen lang was zij buiten bewustzijn geweest en intraveneus gevoed. Zo nu en dan propte een ongeïnteresseerde zorgzuster een nieuw katheter ergens in d’r vlees. Slangen die de lichaamsvloeistoffen afvoerden zaten in al haar lichaamsopeningen genesteld. Eeuwig leven leek voor haar weg gelegd als een niet in de grond geworteld plant op voedingstoffen met een kilowatts vretende groeilamp als kunstmatig zonlicht. Het kunstmatige paradijs. Astronautenvoedsel op zijn best.

Ze leek wel een afdruip rek.

Een wild gevoel van een sadomasochistische vreugde beving haar heel even. Het idee gefolterd te worden voor de wetenschap. Het ultieme offer ritueel. Zij kende het veel voorkomende verschijnsel uit de Freudiaanse literatuur: Operationsfreude!

Absolute overgave. Onderdanigheid. Een fysieke neo gnostiek offer uit de oeroude Griekse mysteriën. Over gecompenseerde castratie angst. Onderdanig wil ik zijn, liever een k*t dan een konijn.

Ze keek naar de bloedzak die zacht wiegend aan een verrijdbare kapstok naast haar bed stond en via een slang verbonden was met haar hand.

Een gegeven paard. Doorklepperen tot de horzion van haar bestaan. Ze zou en moest er boven op komen maar voorlopig leek het daar niet op.

“We houden U hier nog even”, had de arts gerustellend gezegd en de hoofdzuster een knip oog gegeven.

Het zonlicht fonkelde door de donkerrode vloeistof van de bloedzak. Land of hope and glory. Nu maar hopen dat de donor geen aids had, schoot door haar heen. Waarom gebruikten die hospikken voor een transfusie geen fysiologische zoutoplossing in plaats van andermans bloed?

Ze was gewend doktoren en verplegend personeel met hospikken aan te duiden om haar academische minachting voor de dienstverlenende medische sector duidelijk te maken.

Ze begreep niet waarom zij in het ziekenhuis lag.

Was er wat gebeurd dan? Nou, daar wist ze niks van? Haar naam was haas. Zij wist van niks!

Ze werd helderder met de minuut en realiseerde dat de GGD haar op gewelddadige wijze uit de flat had weg gerukt van haar demonische lover.

Hoe zou haar toekomst er uit zien? Een leven lang van niet geneukt en ook niet lekker? Compenseren met zakken tumtum en froefroetjes?

Net zo’n kogelronde fatso worden als de tweede vrouw van de overleden directeur van Elsevier? Een academische meid was op haar toekomst voorbereid, had ze haar studentes altijd voor gehouden. Dun was de mode.

Ze haatte de artsen en verpleegkundigen, die haar in een afhankelijke positie hadden gebracht. Sexistische macho klootzakken waren het! Allemaal! Ze wist dat als zij tegen spartelde aan het bed zou worden vast gelegd met pols- en enkelboeien.

Ze kon zich beter op vrouwen richten in de toekomst. Mannen waren allemaal varkens.

De ganse dag lag zij te wenen om haar verloren demonische lover.

De artsen meenden dat haar verdriet te wijten viel aan haar slechte fysieke en psychische conditie. Ze voerden haar elke dag een mudje psychedelica op. De oxazepammetjes en diazepammetjes gingen er in als Gods woord bij een ouderling.

“Als je zo door gaat met janken leggen we je aan de morfinepomp, dat zal je leren, dan leer je je grote waffel wel houden! “ dreigde de manlijk ogende lesbische zuster Berta Bartholdi-Botenbauer, hoofd van de afdeling, afkomstig uit het Ruhrgebied. Ze leek sprekend op Ma Flodder, maar dan zonder groene rubber laarzen. Bolknakken rookte ze thuis, dat was streng verboden in en rond het ziekenhuis, dus deed ze dat stiekum op het toilet waar ze met de Oostblok immigrante Minnie Mazurka allebehalve een Mazurka of Polka danste maar liever resoluut knielde om het tenegere, rosssige vrouwtje de mondelinge lippendienst te bregen waaar elke echte vrouw naar snakt.

Slobberen als een paard geblazen. Het is geen man die niet beffen kan, zegt het gezegde, maaar een echte vrouw lust een andere vrouw van onderen rauw. Gefruite uitjes zonder de obligate mannen augurk.

Wat waren de mensen meer dan tochtige varkens? Zakken klotsende paars gekleurde blubber waar een paar honderd botten in dreven, met aals grootsste orgaan niet de roeptoeter maar een stuk perkamenten vel bijeengebonden met de knoop die navel heet. Voor het tweede gebruik van de huid kon je altijd nog leuke handbeschilderde lampenkappen maken en van de lichaamsvetten stukken Sunlight zeep voor de dagelijks bewassing, zoals ten tijde van het Grote Lijden van de Yid voortvarend gebeurde tijdens WO II. De Mannschaft wist van wanten. Voetballen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.