Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
22 april 2015, om 15:46 uur
Bekeken:
380 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
184 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ze was niet bang geweest in het atelier "


Ze was niet bang geweest in het atelier dat prachtig op het Noor- den lag aan het eind van een gang in het atelier complex Tweede Nassaustraat 8. Het koele licht bij uitstek geschikt voor een schil- der.

En ze was helemaal niet verlegen in de slaapkamer, een afgeschut te ruimte op de entresol die je bereikte via een door de kunstschil der Theo Daamen zelf gemaakte houten, wit geschilderde trap naast de grijze oliekachel.

Een ruimte met een groot dubbelbed en langharig bruin tapijt op de grond.

Een grote spiegel tegen over het voeteneinde om alles in spiegel beeld te kunnen volgen alsof een tweede paar bezig was syn- chroon de liefdesdaad te voltrekken.

A room with a view.

De hoge ramen keken uit op het atelier van schilderes Marry. Een een paar jaar later in de seventies zat er een schilder die naar de laatste mode de fundamentele schilderkunst aan hing en menig subsidie verwierf.

De nieuwe door de staat gesubsidieerde salonkunst van de over- heid. Kassa voor de knoeiers die de laatste internationale mode kopieerden.

Soms zwaaide hij even naar Marry.

Ze was er bijna elke middag.

Als een van de weinigen.

De meest gesubsidieerde kunstenaars lagen hele zomers op het strand. Ze leverden een keer per half jaar wat slordig geschilderde abstracte doeken in.

Nog nat van de verf. In elkaar geklodderd klatsj klatsj werk met de brede kwast. Schilderkunst van grote stappen snel thuis. Karel Appel in het kwadraat.

Nep en namaak.

De gesprekken met Marry verliepen doorgaans moeizaam. Een enkele keer kwam hij bij haar op de koffie.

Lange pauzes tussen de zinnen. Wat hadden zij elkaar te zeggen?

Niets.

Ze won drie maal de koninklijke subsidie. Piet Zie-je-me-niet van Susteren zat in de jury. Ze had hem ontmoet aan de academie te Haarlem. Hij zou een oogje op Marry hebben.

‘Ooooh, wat moet ik nu weer tegen de koningin zeggen bij de uit reiking van de subsidie voor de schilderkunst. Ik krijg die prijs nu al voor de vijfde keer!’ verzuchtte Marry blasé.

Ze wist het allemaal niet meer. Hij ook niet.

 

Als hij bij Mareike op bezoek was had hij altijd het gevoel of hij bij de koningin uitgenodigd was.

Ze was uit de hoogte.

Zeldzaaam arrogant, zoals de meeste kunstenaressen in de contra prestatie. Ze sprak uitsluitend over zichzelf en haar ambitie om be roemd te worden.

Ze hing in een post-puberale bui een luidspreker uit het raam van haar atelier om een hit van ‘Hot Chocolate’ keihard te draaien. ‘Emma’ heette het gladde disco nummer.

Haar beneden buurman Harry Hosefat  verzocht haar stilte te betrachten. Hij vond het overdreven. Hoe lang duurde het num mer? Drie minuten?

Hij vond  niets aan dat soort muziek, maar het stoorde hem niet. De droeve saxofoonklanken van Ben Webster die buurman Steven zo nu en dan draaide vond hij irritanter.

De eindeloze Charlie Parker riffs op een tenorsaxofoon van de vriendelijke kunstschilder Quintus Quakernaat een verdieping lager verveelde.

Hij zette meestal de Stones hard aan of  de dubbel LP ‘Blonde On Blonde’ van Bob Dylan. Geluid met geluid verdrijven.

 

Harry was elke ochtend om half negen in zijn keurig opgeruimde atelier. Eerst ging hij uitvoerig zijn handen wassen, daarna koffie zetten, krantje lezen, atelier stof zuigen, gereedschappen rang schikken, kopje soep maken, weer een kopje oploskoffie  en dan was het al weer twaalf uur en wandelde Harry naar het park om tot twee uur op een bankje te zitten met zijn alluminium brood trom meltje dat zijn vrouw Epie met zorg had gevuld.

De volmaakte gesubsidieerde kunstenaar die Harry. Alles in slow motion. Het bestaan van een kantoorklerk.

Hield zich aan werktijden van 9 tot 5.

Kunstenaars waren weinig inspirerend, kunstenaressen waren doorgaans nog vervelender.

 

Cat. Haar uitdagende stem, haar gratie waren dezelfde gebleven tijdens de lange wandeling van het Rokin vanaf de sociëteit Arti et Amicitiae naar haar kamer tegenover de Hortus.

Hij had haar fiets aan de hand mee genomen.

Ze kleedde zich die warme zomeravond op haar kamer voor de eer ste keer voor hem uit alsof het iets vanzelfsprekends was waar hij recht op had.

Love for free was goedkoop. Vrije keuze. Sex als wegwerp artikel? Niet meer dan een vluchtige ontmoeting?

Typisch sixties toen sex en vrijheid synoniemen waren, veertien jaar later vlak na het begin van de aidsgolf betekende vrije sex alleen nog maar een dodelijk gevaar.

 

Ze had kleine borsten en een slank lichaam. Het was weer eens iets anders dan de grote borsten van Alice, maar zij was verleden tijd.

Die nacht deed hij geen oog dicht omdat hij al lang niet meer ge wend was in een eenspersoons bed met iemand te slapen.

Haar lef intrigeerde hem mateloos.

 

Hij ging najaar 1967 met haar mee naar de film ‘Blow Up’ in Krite rion. Een cultfilm van Antonioni naar een verhaal van Cortazar.

Productie Carlo Ponti. Een film die nooit helemaal was afgemaakt door gebrek aan budget.

Cat noemde de hoofdpersoon ‘een zoekende jonge man’. Hij vond het opmerkelijke typering voor een jonge vrouw die in het laatste jaar van de akademie zat.

Over wat zij zelf zocht zweeg ze liever.

Hij dacht dat de hoofdpersoon in de film niet zoekende was maar al lang gevonden had wat iedere man in de sixties zocht.

Sex en drugs en rock ’n roll.

Het grote niets. Zoeken naar kicks. Toevalstreffers. Trial and error. Wat bleef er van over achteraf?

 

The Yardbirds speelden een kleine rol in de film met een schreeuw erig rock nummer. In 1962-63 begon de band in de buitenwijken van Londen. In 1963 was de naam veranderd in ‘The Yardbirds’. Ze kregen volop de aandacht van de Britse rhythm and blues-sce ne toen ze ‘The Rolling Stones’ opvolgden als de officiële huis- band van de Londense Crawdaddy Club.

 

Hij stond op, zette routinematig water op voor koffie, dronk twee koppen koffie met suiker en melk. Genoeg om aan het werk te gaan.

De koffie smaakte stoffig.

Zou hij zichzelf hiermee nog eens vergiftigen? Hij kleedde zich aan en waste zijn linkerhand niet die nog naar haar intieme gezonde meisjesgeur rook.

Hij wilde haar geur bewaren.

Drie dagen lang zou hij zich niet wassen om die reden. Hij wist nog niet dat hij haar voor lange tijd niet meer zou zien.

Alles vervloog. Verlatingsangst.

 

Hij zou de lange wandeling in haar gezelschap met liefde vijfen-veertig jaar later over willen doen, maar dan heel langzaam. Voetje voor voetje, om haar even zoveel vragen te stellen als de weg in het aantal voetstappen zou kunnen worden gemeten door een land meter met een stopwatch.

De tandeloze tijd.

Alsof liefde geen vluchtig moment was dat niet herhaalbaar leek, maar iets van eeuwigheid in zich had.

Waarschijnlijk vergiste hij zich.

Een romantisch karakter paste niet in de silver sixties. Honderd jaar te laat geboren. Een hopeloze romanticus in de swinging silver sixties.

Een displaced person. Out of time. Verdwaasd verdwaald.

 

Zo nu en dan weg lopend van zijn werktafel in het atelier liep hij naar een van de ramen en keek naar de grauwe binnenplaats-vijftien meter lager- waar geen straaltje zon kwam en het gras tus sen de bemoste schots en scheef liggende betontegels groeide.  Geen andere kunstenaar zat er als het mooi weer was.

Hij begreep daar de reden niet van.

Wel was duidelijk dat niemand iets te maken wilde hebben met een ander in het hoofdstedelijke kunstenaarsplantsoen.

Trendgevoelig volkje.

Collegas! Angry young men. Poseurs?

Aan de overkant van de tweede Nassaustraat een armoedige bloemenwinkel, die voor geen meter liep. 

Aan de andere kant een fotozaak die ooit eens een zwart wit film van hem verknoeide door de ontwikkelaar en fixeer niet goed uit te spoelen. Fotos van een vakantie in Zoersel. Hij had er niets van durven zeggen en nam zijn verlies. Voortaan ging hij wel naar Capi Lux op de Stadhouderskade.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.