Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 maart 2015, om 21:39 uur
Bekeken:
358 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
183 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En de hele matras was dagen lang klam!"


In de kelder van de voormalige echtelijke woning bewaarde Marc een kubieke meter poep- en pies boekjes, keiharde porno waar de streng christelijk gereformeerde ouderling der Vrijgemaakt gereformeerde kerken op art. 31 aan verslaafd was.

Als zijn toenmalige eerste vrouw de porno vindt verlaat zij hem, legt een briefje op tafel dat zij niet meer met hem getrouwd wil zijn en spant een echtscheidingsprocedure aan met een forse eis wat de alimentatie betreft.

De eerstejaars leerlinge, waar de depressieve Marc, in de weg gezeten door een buik als een bierton, moeizaam boven op klimt blijkt aan anorexia nervosa te lijden.

Haar vrijgemaakt gereformeerde vader verkrachtte haar met een broek vol christelijke naasteliefde vanaf haar zevende levensjaar en als Marc moeizaam op haar skeletachtige figuurtje ligt te krikken, schieten flarden van zwart wit Polygoon Auschwitz documentaires voor zijn geestesoog voor bij en werken weinig genotsverhogend. De hele matras was toch al dagen lang klam.

 

‘Je hebt het op gang gebracht. Het is jouw schuld! Ik heb net de maand gekregen’ zegt ze verwijtend tegen Marc, die even denkt dat zijn geslachtsdeel een kartelmes is waarmee hij haar diep heeft verwond in d’r intiem.

Marc wordt woedend en duwt haar uit bed.

Ze verlaat in paniek huilend de flat. Haar prothese laat zij liggen in de flat van Marc.

 

‘Ik schrijf om mijn wanhoop als anti-maatschappelijke desperado (wanhopige woesteling)  enigszins vorm te geven’, zei Frank onlangs nog plechtig in Nieuwsblad van het Noorden.

Dat de lezer wanhopig en ontredderd achterblijft interesseert hem geen zier, want daar is hij niet voor verantwoordelijk, zegt hij.

‘Mijn verhalen zijn poly interpretabel. Je kunt er alle kanten mee op. Het is aan de lezer zelf er leringhe ende vermaeck uit te trekken!’, zegt hij langzaam.

‘Waar de kunst gediend wordt vallen nu eenmaal slachtoffers. Schrijven is oorlog. En ik trek vanzelf sprekend mijn eigen baan, net als Apie Prins. Je weet hoe het met ‘m, is afgelopen; overleden op een tochtige zolder op een bed van zure lappen met de fles Zeer Oude Genever in de bevende hand.

Overdekt met zweren.

De syf. Hoort bij het romantische kunstenaarsbetstaan. Geeft er glans aan. Goed voor een autobiografie.

 

Ik denk dat ik daarom ook niet goed verkoop. Ik ben te burgerlijk. De lezer wil een bohémien verslag, vol sex, spanning en sensatie.

Vijfhonderd exemplaren over tien jaar verkocht is niet veel.

De mensen willen vrolijke boeken lezen.

Boeken met rijmpjes van een clown als Toon Hermans.

Mijn lezers zijn de echte lezers, de laatsten der Mohikanen, die denken net zoals ik, daar kan ik mee lezen en schrijven, dat weet ik uit de brieven die ik krijg.

Ik ben eigenlijk een cultfiguur. Zoiets als Ian Curtiss, de zanger van Joy Division, die zo’n lol in het leven had dat hij zich heeft opge hangen.

Ik schrijf al vanaf dat ik nauwelijks schrijven kon. Toen ik vier was bracht ik al hele odes aan mijn moeder in vijfvoetige jamben met besloten binnenrijm als ze aan de was was en dan zag ik vaak twee vliegen vliegen en er was één bij bij.

Ik heb nu eenmaal een absoluut gevoel voor klank en ritme. Ik debuteerde in Biemolds Belang, de plaatselijke buurtkrant van Biemold, waar ik vandaan kom.

Artikelen over het midwinter blazen in Drenthe.

Nou, ja, nu vind ik het ka met krenten, maar je moet nu eenmaal ergens beginnen.

De grote Hermans is ook zo begonnen. Op mijn zestiende heb ik een halve roman geschreven, ik zat toen in de derde klas van de mulo in Heemstede, of nee, eigenlijk was het meer een novelle ‘De Ochtenden’, als tegenhanger van ‘De Avonden’.

Eerst had ik het nog ‘De Middagen’ willen noemen, omdat je de dag niet mag prijzen voor de avond valt en je nog alle kanten op kunt tegen het borreluurtje met je bitterballen en je gouden fluit.

Ik had mij er zo in geleefd dat ik er niet meer uit kwam.

Ze hebben me toen een jaar opgeborgen in de psychiatriese inrich ting Vogelenzang waar je de vogeltjes in de tuin van de kliniek maar ook in je hersenpan hoort zingen en voortdurend rondjes lijk en te fladderen.

De vicieuze cirkel die je moet doorbreken om los te komen van je ego, hè!

Een dagboek heb ik nooit bijgehouden, want de paginas zouden van schaamte vergaan.

Ik heb van alles uitgevreten op seksjuweel gebied met mannen en met vrouwen. Markies de Sade is er niks bij.

Nee, het titel verhaal ‘Maison Alimentation’ mag dan wel een parafrase zijn op ‘Gesloten Huis’ van Sartre maar de strekking is toch geheel anders.

De deur in mijn verhaal staat namelijk wijd open. Naar wie? Naar de ander! Eigenlijk is dat een soort gefingeerd dagboekverhaal.

Mijn verhalen zijn mijn dagboeken, dat is een existentiële nood zaak, begrijp je wel?

Het schrijven van juist die verhalen vind ik belangrijk omdat ik daarmee mijn leven vast leg en greep krijg op de werkelijkheid.

Mijn werkelijkheid, jouw werkelijkheid. Yin en Yang. Je ontdekt de rode lijn in je bestaan en je weet dat je nooit over die rode lijn mag gaan. Aan alles wat ik op schrijf zitten herinneringen aan vast, zo veel dat het opschrijven gewoon moet gebeuren. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.