Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
2 november 2014, om 19:07 uur
Bekeken:
469 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
191 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik maak kunst met eeuwigheidswaarde (deel 1)"


IK MAAK NU EENMAAL KUNST MET EEUWIGHEIDSWAARDE EN DAAR HELPT GEEN LIEVE MOEDERTJE AAN!

 

Zij hadden niet het gevoel zoals Fred van der Wal iets te moeten volbrengen, en dan denk ik aan  mijn ex- buurman van de Bilderijkkade Rik L., die het met zijn suffe hasj kop als gesubdieerde staatskunstenaar veel liever rustig aan deed op zijn gesubsdieerde ateliertje.

Zo veilig, zo risicoloos. Als je zo moet leven…hing ik mijzelve nog liever bij me strot op aan de deurknop.

 

De sixties! We moesten vanaf de eerste dag 15 januari 1969 van alles aanschaffen op het huishoudelijke vlak en niemand heeft ons in die eerste jaren willen helpen, zeker geen familieleden, noch vrienden.

We hadden niets het eerste jaar. Twee ouwe stoelen, een tafel, een versleten bank en twee eenpersoonsbedden. Warm water was er niet in de woning.

Zelfs geen douche. De vorige huurder had een huurschuld achter gelaten van honderden guldens, de bevalling van de eerste dochter moeten we zelf betalen omdat we net een week te kort in het zieken fonds zaten.

Het waren finantsiejele klappen die we het eerste jaar bijna niet te boven te kwamen. We hadden net genoeg om te vreten. Dat heeft mij wel getekend. Medelijden met de medemens die onder de arremoe grens door dobbert ken ik niet. Elke vorm van compassie is mij vreemd.

Ik zag in de sixties de toekomst somber in.

Ik werkte me de kolere aan tekeningen en schilderijen en nog schoot je geen meter op. Tegenwerking, ook uit d ekunst sien en daan toch doorbijten. Het autoverkeer in de nauwe straat zorgde er voor dat je slecht of nauwelijks sliep.

De twee kamers waar we met twee kinderen in hokten waren drie bij vier meter.

De trap steil en net zestig centimeter breed. Een oude oliekachel die de kamer nauwelijks warm kon krijgen als het vroor.

De meeste kollegaatjes krijgen al op de akademie ingepompt dat ze Gods water maar vooral over Gods akker moeten laten lopen met het artistieke egootje op een tropies eiland, maar zo waren we natuurlijk helemaal niet getrouwd!

Dat ging in het begin echt van for better and for worse, alleen bleef better steeds langer achter de horizon verborgen en worse hing als een onweerswolk boven ons bestaan.

De subsidie pot met goud aan het einde van de regenboog bleek ook onvindbaar voor een schilder die weigerde Karel Appel te imiteren, dus daar sta je dan met je klamme, kalvinistiese jatten, tevergeefs om hulp smekend van omhoog die sowieso uit blijft, als je geen SGP jongere bent.

De meeste hippe, verwende kollegaatjes kozen er voor als klatsj klatsj kunstartiesten om niet te kiezen of  het linkse vrijblijvende politieke gelul van Harry Mulisch na te bauwen en zoals Sartre lang geleden zei is niet kiezen ook een keuze.

Voor de artistieke kneuzen, zo’n keuze, zul je bedoelen, alhoewel U mij niet hoort oordelen als libertijn over andermans misjpogem!

Je moest ze zien: De door het veld van de kunsten vrij blijvend dartelende, uiterst onbenullige kollegaatjes als pas geboren lammetjes in de wei; ze zagen wel hoe het afliep met het grachtenpand door paps en mams ge schonken vanwege de opwellende inspriratie, die in een gerieflijke omgeving er uit moest worden gekotst als er weer eens ingeleverd moest worden voor de contraprestatie. Doekies waar de verf nog nat van was die in een middag in elkaar geklatstj waren!

Op weg naar de grote slachtbank van de eeuwigheid!

Het soosiejale vangnet ving ze wel op tot de rek ook daar uit was onder de harder wordende mentaliteit, want zelf waren ze al lang van verteerd oud uitgerekt elastiek als van te vaak uitgekookte, uitgelubberde,witte onder broeken en gore interlockies en gummi buikstrakkers.

En laat ik U tussen twee haakjes nu even vertellen dat ik zelf ook meer dan eens nylons, een jarretel gordel, een koket Parijs import slipje met speelopeneningen, plus een doorkijkbustehouder die per spectieven opende naar verre, exotiese horizonten waar wilde limoenen en stamhoofden op palen gespiets de moraal bepaalden.

Al die intieme kledingstukken, die ik schaamteloos aan trok en wel al vanaf mijn veertiende, want je moest toch wat in de dulle Fifties om een stukje entertainment in de groep te kunnen gooien en events te scheppen om later in je spannende otobiografie te kunnen vermelden.

Zo trok ik zomer 1968 het gedragen badpak van de mooie, half Indische Helen aan.

Ik was toen nog slank en we hadden dezelfde maat, dan is het gepermitteerd.

Ja, toen gebeurde er nog eens iets.

Voor wie op de bank aan de boulevard van Zandvoort blijft zitten of met zijn kloten in het natte zand gebeurt er niks, die kan net zo goed gelijk zijn kist in stappen en rechtdoor naar school en kantoor bij de halte van het cramatorium uit stappen.

Gaat in een moeite door. Of niet dan?

Ik zakte via de zuid boulevard meestal direct af naar de blauwe tent, een beruchte homo- en bisexuelen strand plantsoen. Een versiertent. Ik kreeg van alle kanten drankjes aaangeboden van geile, wkkere borsten die dachten effe een anaaal nummertje in een duinpan met mij te maken en dan nog het liefst drie in de pan. En verder: Kwam het vandaag niet of kwam het morgen niet bij die kunstartiesten; ook goed. Nogal logies dat die artiestenvrouwtjes het na een paar jaar en masse voor gezien hielden en het veel liever aanlegden met een kantoorpik met een nieuwe BMW op afbetaling en een dikke tiet vol met poen.

Liefst twee dikke tieten,want rupsje nooit genoeg heeft nooit genoeg!

Ik vind dat volkomen verwerpelijk, maar ik ben dan ook geen links draaiende melkzure klopt-veegt-en-zuigt artiestenwijf in het diepst van mijn gedachten, alhoewel ik vandaag, donderdag de veertiende september 2006 al weer de lingerie van mijn echtgenote, net als meer dan eens in het verleden van andere vriendinnen, die er goesting in hadden, heb aangetrokken, voor een reeks pittige fotos, die er niet om logen en een videootje met geluid, hot stuff om tekeningen en schilderijen van te maken, waar de gemiddelde E.O. aanhanger jaren na dato (sinds 1983 toen ik mijn eerste tentoontelling zelfportretten in lingerie of in bondage onder de zweep van Meesters en Meesteressen tentoonstelde en daar heel wat opzien mee baarde) nog schande van spreekt en zo hoort het ook, want kunst is geen kalmeringsmiddel, dus jenste ik effe de paarse dildo er weer eens in.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.