Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 oktober 2014, om 09:01 uur
Bekeken:
405 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
166 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Portret onbekende vrouw potlood/papier 28 x 34 cm. (Deel 2)"


PORTRET ONBEKENDE VROUW POTLOOD/PAPIER 28 X 34 CM. 2014 (DEEL 2)

 

Deze afbeelding komt tonaal dichter in de buurt van de originele tekening en is naar een geslaagde ‘selfie’ door de onbekende vrouw gemaakt.

Zodra het portret af is, vandaag waarschijnlijk , zal ik een betere foto maken.

 

Zoals bekend behoor ik tot de Nederlandse fotorealisten stroming van de zeventiger jaren die zich baseren voor hun tekeningen en schilderijen op bestaande fotos uit de media wereld of uit het eigen foto bestand van de kunstenaar/kunstenares en projectie apparatuur gebruiken om in elk geval een schilderij of tekening schematisch in lijn op te zetten.

Op deze wijze kan de kunstenaar zich vergisssingen in verhoudingen en perspectief besparen zodat niet vele uren werk na verloop van tijd de prullenmand in kunnen.

In mijn geval is het gebruiken van projectie apparatuur de reden om niet tijdens het proces van vervaar digen te mislukken en ook Time Is Running Out speelt een rol en deze laatste jaren zal ik moeten benutten om mijn oeuvre af te ronden.

De in de jaren 90 opgekomen vorm van self publishing, Printing On Demand geeft ruime mogelijkheden om niet afhankelijk te zijn van uitgeverijen.

 

Voor mij als beeldend kunstenaar is van belang de foto handmatig om te zetten in kleine punten, streep jes. cirkeltjes en toonvlakken. Een vorm van reductie en een mix tussen de grafische beeldvorming en een schilderachtige aanpak van de tekening.

Deze opvatting ondervindt binnen de Nederlandse Kring Van Tekenaars een niet openlijk gevoerde oppositie naar ik ervaar uit enkele uitlatingen over mijn werk, doch dit terzijde. Ik streef allerminst populari teit onder de dames en heren collegae na en was vanaf het begin bereid in beeldend opzicht mijn eigen weg te gaan. Hetgeen niet resulteert in een acceptatie van collegas in het Noorden des lands, waar mijn werk niet tentoongesteld kan worden en lidmaatschap van Groningse, Friese en Drentse kunstenaarsverenigingen vanaf 1978 onmogelijk bleek. Een deelname aan een literair/beeldend project in het natuurmuseum Leeuwarden heb ik om diverse redenen dan ook onlangs afgezegd. Menigmaal voel ik mij dan ook in die provincie gedeprimeerd, maar laat dat bij voorkeur niet merken.

De achterbakse, gereformeerde Fries/Groningse tekenleraar Jan van Loon lijkt sinds 1976 debet aan een aantal afwijzingen van mijn werk gebaseerd op zijn artistieke onmacht van zijn krachteloze, inhoudsloze werk. Arrogantie, gesublimeerde frustratie is inherent aan het tekenleraarschap. Onlangs werd ik dankzij zijn achterbakse roddel na te zijn aangenomen bij de groep Quasi realisten alsnog zonder opgave van redenen uitgesloten van tentoonstellingen. De voorzitter van de klup is een ex- reserve officier met zijn woord van eer, dan weten we het wel.

 

Ik heb geen enkele overweging een ‘psychologisch’portret te maken of de werkelijkheid dusdanig te vervormen dat er een vervreemdings effect op treedt. De 19-e eeuwse fysiognomische duiding van geschilderde of getekende afbeeldingen is tot ver in de jaren zestig gehanteerd en ontaard in een pseudo diepte analytische inlegkunde die ter meerder eer en glorie dient van de kunst kritikus.

IK houd er niet van diep te graven in andermans/andervrouws persoonlijkheid omdat die neiging de vrijheid van de ander aan tast. Elke vorm van m.i. ongewenste psychologiserende inlegkunde is mij vreemd.

Deze fysiognome opvatting behoort bij de 19-e eeuwse romantische visie op het kunstenaarschap die ik achterhaald acht en behoort tot de opvattingen over het kunsteaarschap als ‘de kunstenaar als profeet’.

Hierin sta ik niet alleen overigens wat een nuchtere visie op het kunstenaarschap betreft.

In de tijdspanne waarin ik mijn beroep nu uitoefen vanaf 1965 tot nu is de rol van de kunstenaar onder invloed van politieke stromingen en de diverse ministers van CRM en WVC geduid als ‘profeet die ons de weg naar morgen wijst’ (Fifties) als ‘gedrogeerde sjamaan van het irrealisme in de sixties’, als ‘sociaal werker die de wijken in moest’ in de seventies, als ‘ondernemend kunstenaar’ naar Amerikaans voorbeeld in de daar op volgende decennia, resulterend in een commerciële, krachteloze salonkunst, beoefend door tekenleraren en aanverwanten, zoals de namaak 17- eeuwse kerk interieur/stilleven schilderschool van Henk Helmantel, de Groningse miljonair op klompen, die met moeite één jaar Ulo volgde, nooit een boek leest en de Bijbel als enige gedrukte uitgave va A tot Z spelt op Zondag.

 

Gisteravond nog raakte ik in een gesprek waarin naar de reden en of aanleiding werd gevraagd van het maken van een portret van de eerder genoemd eonbeknde vrouw.

Dat is niet eenvoudig te beantwoorden, maar aardig om over na te denken. Mijn onderwerpkeuze van te verbeelden personen en/of situaties berust op het toeval van de ontmoetingen en subjecten van mijn aandacht.

In de sixties had ik zomer 1967 op het terras van Hotel Americain een gesprek met de Amsterdamse collega Teun Nijkamp over onze visie op het kunstenaarschap. Wij beiden verwierpen het geconstrueerde wereldbeeld van de constructivisten als beperkend, het eindeloos herhaalde abstract expressionisme als achterhaalde romantiek en zagen de enige uitweg uit de zestiger jaren kakofonie van kunststromingen het realisme en het surrealisme.

Als vertolkers van deze richting kwamen wij niet aan bod wat betreft het uitgebreide subsidie stelsel van reisbeurzen, stipendia en gerieflijke baantjes aan academies. Geen probleem; het overgrote merendeel van de lraren aan academies geven les in een vak dat zij zelf van geen kant beheersen en nemen zoveel mogelijk leerlingen aan opdat het baantje van de docent gewaarborgd is tot aan het pensioen.

 

Pas achteraf na tientallen jaren vervaardigen van schilderijen en tekeningen zouden Teun en ik als realisten een lijn in ons werk kunnen gaan ontdekken, beslisten wij, maar geen constructie voor af van een fictief wereldbeeld. Het ging ons om te regeren op de eigentijdse werkelijkheid. In deze opvatting biedt het realisme en surrealisme grote vrijheden zonder te vervallen in een links politiek gekleurd sociaal realisme.

Zowel het surrealisme als het realisme in de schilderkunst blijkt voornamelijk ontaard in het lopende band werk van schilderijtjes van potjes en pannetjes, kersjes en pruimpjes stijl Henk Helmantel, zoals tentoongesteld in Galerie Mokum. Een inhoudsloos krachteloos epigonisme. Kunst voor de familie doorsnee, calvinisten en VVD aanverwanten. Mogen zij er gelukkig mee zijn met het bevestigen van hun wereldbeeld in olieverf. In plaats van een Helmantel kun je net zo goed een kleurenfoto van wat oude potten en pannen aan de muur hangen.

 

Indien het VKblog nooit was opgestart was ik nooit van mijn leven in contact gekomen met een aantal markante personen.

Onder dezen ookgeportretteerd, waarmee jaren lang een zeer afstandelijke, minieme vorm van reageren door mij op weblogs is gevoerd. Het aantal reacties over en weer zijn te tellen op tien vingers en dan houden wij er nog genoeg over om een zelf gerolde halve zware van de Weduwe te hanteren alsmede een glas fonkelende wijn en een courant vast te houden. Soms kreeg ik helemaal geen antwoord op een vraag over bijv. de weblogger Jan Bouma, die mij altijd prettig bejegende.

Politieke belangstelling is mij trouwens wezensvreemd. Het is bullshit, die politiek.

Het zegt allemaal genoeg wat mijn attitude tov anderen betreft, denk ik. Daarbij komt dat ik mij zelden wil indringen in andermans kringen, noch in andervrouws leven of intiem, een enkele uitzondering daar gelaten. Een casa nova ben ik niet en neem de menselijke existentie te serieus om aan de onder heteromannen populaire jacht op k*tspek deel te nemen. Ik ben een romanticus en geen alles en iedereen verslindende pterodactylus sexualis.

Stel je voor! Een voorwereldlijk dier! Brrrrrrr! Moet er niet aan denken. Een kopje thee drinken in een prieel is ook leuk.

 

Het portret van de onbeknden vrouw was een bewijs van sympathie mijnerzijds voor een ondernemende dame die zich heeft laten en doet gelden en beslist niet laat onderspitten, tevens gezegend met een grote dosis intelligentie en voorzien van een markante kop. Kom er maar eens om, lezers en -essen!

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.