Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 september 2014, om 16:11 uur
Bekeken:
411 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
155 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hij raast maar door"


Hij raast maar door: ”Mijn echte identiteit achter mijn identiteit is een groot raadsel waar achter een vraagteken staat, zo groot als die letters van The Hollywood Sign in Beverly Hills. Ik zweef namelijk nog steeds in een elf dimensionale wereld met een oneindige hoeveelheid tijdassen, stemmingen, vibra ties en kleuren. Kosmies dus. Ik ben een zwerver in het heelal. Een ruimtewandelaar die van zijn life line is los gesneden met een anaal vibrator als aandrijf mechanisme. Een reet raket met een kort lontje. Jonge, als die ontbrandt dan schiet je uit de kammen met een turbotietvaart. Een anaalvibrator is een sexuele aanjager, daar is de JSF niks bij. Daarom ben ik ook een ras kunstenaar. Ik maak wel eens een liedje namelijk op het toilet, begeleid door het blaasorkest der darmen. Wil je het horen? Ik heb heel wat bruine bonen gegeten, dus met dat blaasorkest zit het wel goed. En ik zing het alleen op het toilet met mijn broek naar beneden. Kom je even mee naar achteren? Even een punt zetten!”

Ik loop met hem mee. De toiletruimte is klein. Hij stroopt zijn jeans en onderbroek af en gaat zitten op de bril. Een enorme erectie is duidelijk zichtbaar. Ballen als een paar stierenkloten onder aan een paardenlul. De hele flora en fauna paraat. Het lijkt Artis wel. Zingen windt hem seksjuweel op.

Hij begint een lied te zingen over zijn moeder die hem verlaten heeft toen hij anderhalf was en de reden van zijn drugsverslaving. Hij gaat maar door met krassende stem en zo vals als een kraai. Elke noot is off key. Dankzij zijn blaasorkest der darmen ruikt het al gauw niet erg fris meer in de kleine ruimte waar de ventilatie te wensen over laat. Ik besluit geen lucifer af te steken vanwege het ontploffingsgevaar. Methaangas. Voor je het weet lig je na een explosie groggy op de gang met de pleebril om je nek.

Ik bevind mij in een pijnlijke situatie. Ik moet er niet aan denken; betrapt met een patiënt op de WC. Zal ik dat de directie kunnen verkopen als therapeutiese activiteit passend in het behandel plan? Kunnen we niet beter op dit moment actie onder nemen? Hij lijkt zich dat ook te realiseren en begint woest van geilheid te masturberen. Een schrale troost. Ik zie graag masturberende mannen en vrouwen omdat die zo fijn met zichzelf bezig zijn. Ik houd er van al vrouwen zichzelf zijn, vooral in het sekjsuwelen veld.

Doelgerichte activiteiten. Even vernauwen zijn ogen zich. Hij begint van geilheid te loens en, maar zingt toch door, omdat hij niet weet wat er gaat gebeuren als hij ophoudt met zingen. Ik besluit de impasse te doorbreken en zeg: ”Nou, dat wordt tenminste niet voor het zingen de kerk uit als ik jou zo zie…!”

“Kun je nog zingen, zing dan mee!” moedigt hij mij aan. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen, trek de zipper om laag, doe mijn tangaslipje naar beneden en begin vrolijk synchroon mee te masturberen. Hij zet er vaart in en gaat over van een handmatige draf in een razende galop. Ik moet wel volgen om in de kadans te blijven. Als snel begin nen we tegen elkaar op te krijsen. Sex zonder geluid is halve sex. Halve sex is geen sex. Wij maken geluid voor een half peloton van de Bijzondere Bijstands Brigade tijdens een nachtelijke attack op een vijandelijk kamp. Helemaal los gaan we. We komen beiden heftig klaar op hetzelfde moment met een kosmiese klaarkomschreeuw, die er uit knalt van onder uit onze ballen naar omhoog em via de stembanden zich vorm geeft: ”Rabierrrrrelullllllll…”klinkt het dierlijke grauwen. De spetters zitten tot tegen het plafond. Voor je het weet is het hier een druipsteengrot waar de grotten van Han niks bij zijn. Kunnen we misschien toegang heffen om de dure medicijnen te kunnen bekostig en. De sitiatie is pijnlijk en benauwend. Ik trek mijn natte slipje weer recht en maak mijn jeans vast. Mijn lul af vegen vergeet ik zoals gewoonlijk. Ik vind WC papier een tiepies kapitalistiese Westerse overbodige luukse. We verlaten het toilet en gaan naar de huiskamer van d einrichting.

 

“Misschien weet ik nu eindelijk wat de elfde dimensie is,” zeg ik voor de vuist weg. Hij stopt met zingen. Ernstig kijkt hij mij aan.

“Weet je dat nu pas?” vraagt hij verwijtend.

“Hoe lang heb je aan de drugs gezeten?” vraag ik, bij wijze van geveinsde interesse.

“Dertig jaar,’ zegt hij otomaties zonder er bij na te hoeven denken. De vraag is ook al vaak gesteld van af de intake sessie.

“Wat heb je gebruikt?” vraag ik op neutrale toon.

“Alles heb ik gebruikt; weed, hasj, opium, coke, heroine was mijn daaglijkse vitamine, amfetamine mijn benzine, LSD en hele sloten wiskey en wodka…je kunt beter vragen wat ik niet heb gebruikt! Mijn vader was trouwens zijn hele leven lang leplazerus, die heeft ook nog in een gekkenhuis gezeten! Ik heb het niet van een vreemde! En mijn moeder schijnt ook nooit van de frisse geweest te zijn! Jarenlange therapietjes! Helaas geen succes! Een treurig ge val! Opgegeven door de H. H. medietsie!”

Hij wil nog doorgaan met de hele lijst verboden drugs af te werken maar dan staan we hier morgenochtend vroeg nog in het toilet.

“Hoe lang heb je eigenlijk niet gebruikt?” vraag ik.

“Een paar dagen!”

In de kliniek is alles te krijgen wat een junkie hart begeert, maar hij zegt een wilsbesluit te hebben genomen. Hij wil niet meer. Ik denk dat hij liegt dat ie barst. Ik test hem uit.

“Heb je zin in drugs om even de werkelijkheid te ontvluchten?”” stel ik hem voor.

Hij knikt heftig van ja.

“Wil je niet een paar honderd microgram LSD om eens lekker uit je dak te gaan?” vraag ik pesterig. Hij kijkt mij met wijd open gesperde ogen hongerig aan alsof hij me elk moment kan bespringen.

“Voel je de trek in drugs?”vraag ik verder.

“Dat is de elfde dimensie. Trek, Star Trek, ruimtemannetje die door je hersens marcheren, kaboutertjes door je maag, ” beweert hij stellig.

Ik leun achterover.

“Je bent nog steeds verslaafd. Je wilt er helemaal niet van af. Je voelt constant trek als een pas geveegde schoor steen bij windkracht elf. Dat bepaalt dus je hele wezen, je identiteit zoals jij dat noemt, maar ik noem het je zwak te!” zeg ik ernstig..

Hij wil er over na denken. Het lukt niet. Dan wil hij weer het lied inzetten. Hij aarzelt en er klinkt een benauwde neurie alleen maar. Ook het lied wil niet meer. Als hij weer over drugs begint te zingen, bewijst hij mijn gelijk. De achterkant van het gelijk dat hij nog niets aan kan.

 

Enige dagen na het gesprek, dezelfde kale spreekkamer, tralies voor de ramen, meubilair dat aan de vloer vast zit geschroefd, plestik drinkbekertjes en bordjes om van te eten, een gecapitonneerde muur. Zijn haar is pas gewassen en gekamd, de jeans schoon. Geen half geloken drugsogen meer. Een levendige blik. De medicatie is aangeslagen. De dosis al snel verminderd. Hij is rustig. Totaal zichzelf.

“Je hebt gelijk gehad over die elfde dimensie,” zegt hij deemoedig. Ik knik bemoedigend.

“Gooi het er maar uit, boy!”moedig ik hem aan.

“Ik had me vergist. Ik bedoelde niet de elfde dimensie, maar de twaalfde. Ik zat er een kosmos of wat naast. Niet dat het wat uitmaakt, want alles is relatief zoals de Grote Einstein al reeds zei, weet je wel,” beweert hij.

“Hoe zit het nu met de trek?” vraag ik.

“Okee, ik wil de hele dag wel een hijs van een joint nemen of iets sterkers voor onder mijn kurk, “ zegt hij optimis tisch.

Ik vraag het op een zo neutraal mogelijke toon want een junk die zegt te willen stoppen is zo zeldzaam als een paar debloem in de wei.

Hij vertelt dat hij zich niet meer kan concentreren. Hoe hij zijn gedachten niet op een rijtje kan krijgen, dat hij niet kan televisie kijken, lezen, scrabble spelen, laat staan nadenken over zijn nabije toekomst.

“Alles is nu helemaal niets en niets is alles, ik voel niets, ik ben niets, ik wil niets, ik ben een grote nul,” zegt hij en slaat zichzelf op de borst.

“Hier! Hier! Hier van binnen zit een groot gat. Het hart is uit de stad geslagen. Een leegte. Door die drugs voelde ik tenminste nog iets, weet je, een constante geilheid, maar nu helemaal niets meer. Ik kan niet eens mijn lul meer om hoog krijgen. Noem je dat soms normaal?” Terwijl hij de symptomen van zijn ziekte , die schizofrenie heet, op somt, voel ik geen enkel mededogen op wellen. Ik zal hem gaan vertellen wat de naam is van zijn ziekte en dat hij er nooit meer vanaf zal komen. Een oordeel vellen. En dat de medicatie het gat in hem alleen nog maar groter zal maken. De anti psychotica zullen al zijn gevoelens dempen. Menig patiënt is door deze medicijnen aan de drugs geraakt om tenminste nog iets te voelen. Het is een vicieuze cirkel; zonder medicatie komen de wanen en halluci naties in volle sterkte weer onverbiddelijk terug. Hij staat voor een afschuwelijke keuze: de hel van de psychose of die van de absolute leegte. Een Zen Meester zou er jaloers op zijn. High of Low; de uitersten van de elfde dimensie.

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.