Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 september 2014, om 16:00 uur
Bekeken:
355 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
159 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Draai je rug niet naar mij toe, want ik kus je voor je sterft..."


Draai je rug niet naar mij toe, want ik kus je hals voor je sterft, als je aaibaar bent! Niet meer, niet minder.

Hahahaha.. kom op zeg!

Ik ga me daar een beetje moeite zitten doen om een beetje een ander te wezen of me in te houden.

Laat me niet lachen. Ga nou gauw een beetje zoek raken met je misjpogem, zeg.

Ik ben de verschrikkelijke sneeuwman niet met zijn logge poten, als je die aan hoort komen gaat het van plof-plof-plof. Daarbij houd ik mijn ogen liever open, want als ik ze sluit dan bent U er niet meer. In een oogwenk.

Daar kan ik toch niet mee leven?

Ik wil jouw beeltenis op mijn netvlies branden en je woorden in mijn geheugen griffen.

Heeft U verder nog iets zinnigs aan ons te zeggen of is het weer het oude liedje?

Ik heb eigenlijk nooit wat zinnigs te zeggen gehad.

Ik ben de man zonder eigenschappen. Dat verplicht ook tot niets. Daar heb ik mij al vroeg bij neer gelegd. Mijn ex-vrouwen waren meestal van huis uit heetgebakerde hellevegen, dominante doerakken en hemeltergende haaibaaien. Ik liet mij volkomen overrulen.

Ik liet mij sturen en bevelen.

Ik kwam tegemoet aan al hun wensen. Ook op seksjuweel gebied, dus beffen tot je een ons woog. Hoog en droog en toch niet van de natte gemeente.

 Ik dacht dat het allemaal zo hoorde. De vrouw mijn heerseres. Daar haar gemanicuurde hand, hier mijn wang. Een ander zal zeggen: de ballen! Alles is mogelijk. Bal last moeten we vermijden.

“Objection, your honour”, zou ik nu roepen als ik als slaaf wordt beha behandeld, maar toen; ik was zelfs als twen in bepaalde opzichten een kind en kon niet weten…

Zo eenvoudig en schuchter als ik ben is er bijna geen tweede.

U heeft echt met mij geboft. Ik schuw daarom doorgaans het openbare leven en schitter overal door afwezigheid. Ook op kunstenaarsfeesten in Arti of oergezellige boekenballen in de hoofdstad waar ik opgroei de kwam ik nooit. Ik zit er dan ook comfortabel bij en kom niets te kort. Er komt name lijk heel wat op mij af de laatste tijd. En U zult achteraf toch toe moeten geven dat ik ondanks alles uitermate vrien delijk tegen U ben geweest, meneer de schoolmeester App Artement (zeer geestige, spitsvondige kwalifikatie van Zwollywood), maar aan alles komt een einde in het openbare schoolleven, want we gaan niet eeuwig door met doorklotsen voor de klas, zoals de golven van de Atlantic. Brak Breek water wat U opgeeft. Ik denk vooral aan The Rising Tide Of Conformity, hetgeen ik angstaanjagend vind. Het overkoepe lende materialisme. In plaats van vol uit voor Fun, Love en Peace te gaan. Buiten de perken en gierend door de bochten over alle vluchtheuvels heen, stoptekens en rode lichten negerend. Want daar heeft U aan de andere kant ook weer gelijk in: ik kan soms vreselijk kribbig zijn tegen de naaste hier in huis uit gemis om wat niet is en nooit zal worden en voor een zilveren dubbeltje leg ik in gedachten m’n ouwe moer nog vanmiddag om met een vleesspies na de barbecue, maar niet na haar te hebben uitgeschud over de railing van het balkon met de kop naar beneden en begint het me te verve len dan laat ik toch gewoon los in mijn stoutste dromen.

 

Ik heb mijn moeder nooit gekend, mijn vader incidenteel gezien. Hij gedroeg zich als een vijand. Ik was een onze kere tiener, ik was timide, wereldvreemd, sociaal onhandig, pas op mijn eenentwintigste ontwaakte ik, werd wie ik ben, ontplooide mij als een veelkleurige waaier, dankzij mijn eerste, grote liefde, de gepassioneerde Els D. Daarom heb ik altijd meer respect voor vrouwen dan voor mannen gehad. Vrouwen zijn mijn vrienden. Mannen niet. Ik heb aan mannen geen enkele boodschap en zij aan mij niet. Schok van herken ning toen ik in 1963 Wolkers meedogenloze verhaal “Dominee met strooien hoed” las. Een bijna zon overgoten indringend fotografies realisme. Literatuur betekende voor het eerst zin geving aan het leven. Flits van herkenning. Uitroepteken van je eigen moderne tijd. Niet langer was literatuur een slaapverwekkende kwelling, uitgevonden door bestofte schoolmeesters met een gebrek aan fantasie. Problemen lossen zichzelf meestal op in het leven. Nog voor de echo van heur wanhoopsschreeuw is weerkaatst tegen de galerijflat van zeventien hoog van De Clomp te Z. heeft haar kop het beton al geraakt. Laat als alleenstaande moeder volwassen zoon na. En een smurrie op de tegels! Zal huismeester blij mee zijn! Wie kan de rotsooi weer eens op ruimen? Als het nou de eerste keer was! GGD en politie bellen. Terwijl werktijd er al op zat. Uren schrijven, want voor niks gaat zon op en weer onder. De Godvers weerkaatsen door de lege galerij gangen.

 

En dat geborduurde rode roosje op die beha wil ik wèl graag tussen de cups en niet op de maagband of achtersluiting, anders ga ik gelijk stennis schoppen. Als grijpgraag aan dachts- èn oriëntatie punt, hè, zo’n versierend element, dat is visueel zo belangrijk. Je moet het een beetje op leuken. Als we namelijk als doorgewinterde, manlijke beha kenners iets niet willen dan is het de weg kwijt raken in malkanders bloesje, dat geeft maar complicaties en mis schien verdraai je je pols. Daar schiet toch niemand iets mee op. Ik ben voor concensus. Op elk gebied. Paars beleid. De meest milde man ter wereld, hè. Ik dus. U niet natuur lijk. Daarom vullen wij elkaar toch ook zo goed aan. En U heeft uw zonnebril tijdens dit vraaggesprek geen moment hoeven af te zetten, dat moet U toch wel deugd doen. Laat ik U zeggen: ik kan nog steeds kakken zonder bril, dus wat dat betreft maakt het allemaal niet zo erg veel uit. Een bril is een bril. Ik heb voor de variatie nooit mijn eigen hand onder gekakt en ben daarna niet naar een receptie gegaan waar je iedereen een hand moest geven, net als de Amsterdamse auteur Adriaan Morriën deed. In geuren en kleuren, hè. Zoiets zal ik niet zo gauw flikken. Ik houd van schoon. Ik vind dat allemaal tamelijk onbehoorlijk. Adriaan hield wel van vieze verhalen. De ongewassen hand van Adriaan, dat verhaal klopt, daar heeft men heel goede herinneringen aan in schrijversland en spreekt er nog vaak over. U weet toch ook wel dat in de meest sjieke parfums een minitieus spoortje stront is verwerkt? Maar U gaat mij toch niet vertellen dat ik nog steeds mijn bril op heb? Dat was ik alweer vergeten!

 

Fred van der Wal, 20 oct. 2006, COULOUTRE

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.