Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
8 juli 2014, om 11:04 uur
Bekeken:
360 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
199 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Kunstenaarsleed (deel 3)"


Wat is nou eigenlijk belangrijker, de kunst of een lekker wijf? Ik moet eerlijk zijn, dat is het minste dat je van mij mag verwachten, dat ik voor de kunst ga, net als de auteur Martin Hartkamp, die door zijn wijf op straat is gezet.

Een eerlijk man heeft niets te verliezen, behalve zijn smoel.

Eenzaamheid is nog net uit te houden, net draaglijk, maar het blijft een grote, loden last.

Een sisyfus arbeid.

Maar niet kunnen schilderen en schrijven, dat is nog veel erger dan eenzaam zijn.

En de dood ook niet, daar heb ik een broertje de dood aan.

Mijn broer is al twintig jaar dood, maar soms denk ik dat hij beter af is dan de levenden.

Er staan verschrikkelijke dingen te gebeuren. Ik voel het aan mijn water. Zij die in de steden zijn benijd ik geenszins. Zij kunnen beter naar de bergen vluchten, dan zit je hoog en droog.

Ik denk dat ik ’t vanaag of morgen ook maar doe. Ophanging of zelfverwurging. Electrocutie.

Aan de andere kant; armoede en miskenning horen er bij.

Eenzaamheid niet.

En de dood al helemaal niet want dan houdt alles op.

Daarom is zelfmoord voor mij geen optie.

Zong Bob Luman niet zo overtuigend begin zestiger jaren: let’s think about the living, let’s think about life? Het zou een E.O. lied kunnen zijn als het niet zo basic was. Bij de E.O. winden ze overal doekjes om. Ze liegen dat ze barsten bij de E.O., vooral die Andries Knevel, dat zei mijn vriendin Marlou W. uit Haarlem ook altijd.

Ik heb alles in huis voor het geval dat…en voor de zekerheid. Ik wil er niet naar hoeven zoeken of een dokter er om moeten smeken.

Om zeker te zijn als ik niet meer verder kan schrijven en schilderen, dan hoeft het voor mij ook niet meer. Ik schrijf en schilder, dus ik be sta. Als ik niet meer kan schrijven…Niet meer, nooit meer…Nu heb ik tenminste de zeker heid dat ik ik dan zonder pijn of omzien in spijt en wroeging om wat niet was aan mijn einde kom.

Dat ik niet uit het raam zal springen als Jan Arends of het Spaarne ’s ochtends vroeg in loop als de Haarlemse beeldhouwster Janneke Ducroo, want als ik niet meer verder kan, dan maak ik er gegarandeerd een einde aan. Op pijnloze wijze. Zeker weten. Dan is mijn leven zin loos geworden!

Dan zet ik van Chuck Berry de plaat ‘No particular place to go’ op en ga op bed liggen na de gifbeker te hebben leeg gedronken tot op de bodem van mijn bestaan.

Mijn enige zelfbehoud is de literatuur. Het is de legitimatie van mijn bestaan. Als ik lees, leef ik in andermans geleefde levens, dat is misschien voyeuristies maar dat kan me niets schelen. Als ik schrijf construeer ik leefbare levens.

Thuis hadden we geen boeken, tenminste geen literatuur. Mijn grootmoeder had wel een kast vol boeken over occulte onderwerpen. We hadden niet eens de Bijbel, dat vonden mijn grootouders een goor boek. Het Oude Testament stond volgens hen vol verhalen over moord en woeste neukpartijen waar ze niets van moesten hebben. Als ik ze moest geloven waren porno bladen als de Candy en de Chick damesbladen vergeleken bij de Bijbel. Zelfs de kinderbijbel van Anne de Vries moest worden opgeborgen als mijn vader een maal in het half jaar langs kwam want hij kon de gekruisigde Christus niet aanschouwen zonder te gaan vloeken, schuim bekken en over de grond gaan rollen om half buiten bewustzijn te liggen trappelen met zijn be nen en wild om zichheen te slaan met zijn armen. De handenarbeidleraar Leo Musch had daar ook regelmatig last van hoorde ik van zijn eerste echtgenote. Het is een teken van bezetenheid.

 

Schrijvers zijn per definitie ongelukkig. Schrijven is veel werk, maar ook geen lolletje. Ik kies voor Light verse en Light Prose. Geen loden last. Het leven is al moeilijk geenoeg. Schrijven is lijden, luidt het van Nietzsche nagebauwd geparafraseerd cliché.

Alleen uit leed wordt kunst geboren , zei deze filosoof die aan syfilis leed cynisch.

Fred van der Wal: Ik ben de gelukkige schrijver. De eerste 25 jaar van mijn bestaan ongelukkig, daarna een zondagskind. Writersblock ken ik niet. Ik ben als een ouderwetse stoomlocomotief. Langzaam op gang gekomen maar al anderhalf jaar onder volle stoom met een witte rookpluim als uitroepteken en de stoomfluit als aankondiging. Jetzt komm ik.

Liever was ik iemand als Lee Towers met die bronzen bas stem waarmee hij walvissen schijnt te kunnen commanderen en Boeings neer storten onder de kracht van zijn vibrerende, zingende keel, maar beslist niet enige stand up comedian met een hazenlip die ook als achternaam van der Wal heeft en waarom ik nooit moet lachen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.