Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
4 juli 2014, om 08:02 uur
Bekeken:
367 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
236 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" Ik word daar gek van als ik niet kan schrijven"


 Ik word daar gek van als ik niet kan schrijven. Nee, eigenlijk werd ik daar vroeger gek van. Eerst wanhopig, dan stapelgek. Nu niet meer, maar ook niet minder. Ik ben de Van Gogh van de literatuur. Het ligt er misschien aan dta ik rood haar heb. Toen ik laatst bij dat bordeel in Arles kwam riepen de meiden met blote tieten uit het raam naar: 'Sodemeiter op, rooie gek!'Ik kwam er niet aan te pas, ondanks dat ik net een zak subsidie uit Holland had gekregen..

Rooie gek, zeiden ze. Die psychiater zei mij dat je zelf gek moest zijn om gekken te behandelen. Anders red je het niet. Ik kom wel eens bij de ex-vrouw van prof. Finkensieper in Bloemendaal, Alice Boumsta, vroeger was ze heel aantrekkelijk, superslank, strakke bloesjes, geile kop, kokerrokjes, palen van hakken onder d’r pumps en nu is ze moddervet en uitgeblust. Het uiterlijk van een vrouw maakt me niets uit. Alleen deugt haar karakter niet. Het kan verkeren. Ze vertelde dat haar ex-man toen hij een praktijk als psychia ter aan huis had altijd zei: Vijftig procent van de patiënten kun je naar huis sturen met een pilletje en de andere helft is zo gestoord die moet onmiddellijk worden opgesloten en nooit meer los gelaten. Toen is hij maar in zaken gegaan en maakte uitgeverij Elsevier groot. Hij is een absoluut genie. 

In het appartement van de auteur ruikt het alsof we in de apenkooi in Artis verkeren. De geur van oud, eenzaam zweet, gemixed met een half jaar ongewassen. Het is drie uur ’s middags en de kunstenaar is net opgestaan na een doorwaakte nacht. Hij lijkt een door het noodlot geteis terd stripmannetje dat weg gelopen lijkt uit een strip van Crumb.

 

Hij is net vijftig geworden en de midlife crisis staat op zijn gezicht gegroefd. Voortdurend monomaan mompelend, totdat plotseling uren later hem de moed ontvalt en hij stil valt alsof  de duracell batterijen van een roze speelgoedkonijn zijn uitgeput. Hij begint dan te huilen. Zijn ogen zwemmen koortsachtig van links naar rechts en doen mij aan de Belgiese auteur Jef Geeraerts denken, die zich de Vlaamse Jan Cremer noemde en waar ik in 1996 bij op bezoek was, toen zijn vrouw Nora door een mysterieuze huidziekte aangetast met een hoofd van twee maal de normale grootte de drankjes in schonk. Ze leek op een alien. Uit een blikken doosje dat Frank Forrest zijn sigarettenfabriek noemt tovert hij op hoge snelheid een dagvoorraad filtersigaretten die hij in het Golden Fiction pakje doet. Sigaretten uit de otomaat aan de overkant van zijn huis kan hij zich niet permitteren. Per dag rookt hij maar liefst negentig zelf gedraaide van de weduwe. Om half zeven haalt hij, met het zorgelijk gezicht van een opoetje die net haar  laatste duit van haar AOW-tje heeft verspeeld tijdens de Bingo avond, de aangebroken wijnfles uit de keuken. In de gootsteen van het aanrecht staan twee weken afwas aan elkaar te rotten. Een jonge collega, die voor zo ver te zien aan de verdroogde spahhetti resten na een overvloedige spaghettimaaltijd ten huize van de schrijver zijn eerste stickie rookte, blijkt een maand gele den te hebben over gegeven, half over het aanrecht, de rest in de spoelbak. Hij schenkt afge paste hoeveelheden in stoffige glaasjes, die in een vorig leven als mosterdpotje dienst deden. Alcohol ontsmet, schiet door mij heen als ik een teug neem. De wijn is van de bekende Vin du Chagrin wijngaarden uit het hoofdpijngebied. Sjaggerijnwijn. Niet te zuipen.

Hij vertelt over zijn debuut als dichter. De dichtbundels “Licht, ik sla je tot ridderzuur uit de ogen van mijn blindeman” en “Met de lachende schaamscheet aan het pikmeer” verkochten redelijk tot goed, maar van de opbrengst van een dichtbundel  in dundruk kan de kachel nog steeds niet roken. De gedichten, opgedragen aan Rilke, Lorca en Jim Morrison vertolken een nachtzwart wereldbeeld waarin geen sprankje licht door dringt en bij tijd en wijle zelfs hila ries worden. Een en al onomkeerbare doffe ellende in een wereld waar moedwil en misver stand de handen ineen hebben geslagen om de auteur het leven tot een kwelling te maken.

 

In zijn verhalenbundel is vooral treffend het verhaal “Draagtekens en komkommaars” een pakkende story zonder interpunktie, naar de mode van de vijftiger en begin zestiger jaren. Het verhaal begint met een hartgrondig “Godverdegodverdomme. Ik sloeg de luiken open, de stank van koeienmest en het meedogenloze zonlicht stompten onver biddellijk in mijn ongeschoren, grauwe artiesten bakkes. Mijn korstige, rood aangelopen ont stoken ogen keken knipperend en wantrouwend de wereld in en weer zou een moeizame dag loodzwaar beginnen

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.