Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 juli 2014, om 07:35 uur
Bekeken:
394 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
185 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een raaskallende kunstkabouter raast verder"


De dichter/schilder/fotograaf/copywriter en prozaschrijver  verlangt naar aandacht voor zijn werk èn zijn persoon, want wat zullen we nou beleven als we de dingen te smal zien. In zijn nieuwe boek ‘Het boek is beter dan het vorige boek’ , bestaande uit ellenlange brieven die hij gedurende  jaren schreef aan vrienden, vriendinnen, schrijvers, vijanden, webloggers en weblogsters en beeldende kunstenaars, verwijst hij hier van begin tot eind naar. In zijn verongelijktheid en frustraties kraakt hij daarbij aardig wat collega-schrijvers/schilders/fotografen/dichters af.

Vooral de financieel zo succesvolle Hank Duvelsjas in wie enele gereformeerde tekenleraren Henk Helmantel menen te herkennen krijgt het hard te verduren.

De teleurstelling van onze kunstenaar over het gebrek aan belangstelling voor zijn werk is begrijpelijk. Hij debuteerde veelbelovend met de verhalenbundel ‘Toen zij aan de was was zag ze twee vliegen vliegen en er wa één bij bij(1993)’, waarmee hij een eervolle vermelding kreeg.

Het brievenboek en de twee poëziebundels ‘Vliegengod Beëlzebub’  of “Een raaskallende kunstkabouter’ plus ‘21 verdere werken die hij erna schreef zijn echter vrijwel onopgemerkt gebleven.

De brieven in ‘Het boek is beter dan het vorige boek’ zijn vooral in het begin een manier om over zijn eigen gedachten en belevenissen te schrijven.

Zijn al of niet gefineerde leven is redelijk miserabel: De hoofdpersoon wordt verlaten door zijn vriendin C en kan zich daar niet over heen zetten, al probeert hij wel dames te leren kennen via Internet. Deze vrouwen zijn grotendeels geslachtsziek, ex- psychiatriese patiënten, soms zelfs uit een inrichting gevlucht, alcohol of drugsverslaafd.

Alleen in zijn studio drinkt, spuit, snuift, slikt en blowt de miskende auteur zich suf om inspiratie op te doen voor het schrijven. Verder doet hij niet zoveel: hij leest, gaat af en toe naar een literaire activiteit in de sociëteit Arti et Amicitiae, geeft commentaar op het werk van andere schrijvers en kijkt naar crimis. Over dit alles schrijft hij.

Als de schrijver in een gîte op vakantie is, wordt hij gek van de stilte: ‘Het is hier zo stil! Je hoort het rinkelen van de tepelklemmen werekaatsen tegen de rotswan waar adders van af vallen’.

Het enige dat hem rest is elf maal per dag te masturberen in de volle zon onder een vijgenboom.

Als hij vertelt over een literaire slemp partij merkt hij op: ‘er was een manifest gebrek aan meiden met een dubbel D cup waardoor je als kunstenaar vervuld van broekgoesting de hele avond met een dikke l*l tegen anorexia gevallen met tieten als twee dop erwten op een plank en vooruitstekend schaambeen kon oprijen. Na afloop was je onderlijf beurs en was je nog niet klaar gekomen. Mooie boel!’

Sommige gebeurtenissen uit het leven van de hoofdpersoon zijn memorabel, zoals de anekdote die hij vertelt over de tijd waarin hij chauffeur was van een vooraanstaand lid van de penose. Hij moet langs alle hoeren in Amsterdam rijden want meneer heeft een overdoos Viagra geslikt dus dagen lang een l*l als een kanonsloop.

Aanvankelijk is hij verbaasd dat de man niemand naar zijn ‘broekgoesting’ kan vinden, maar dan blijkt de klant op zoek te zijn naar de portier van de Hotsietotsietukkel klup die hem nog het een en ander uit het verleden schuldig is waarvoor hij een gratis snelle wip denkt te krijgen. Tevergeefs, zo wordt duidelijk na uren rond rijden of hij de man misschien ergens anders kan vinden.

Zo’n uitzichtsloze vertelling geeft je even de hoop dat je bij een volgend verhaal weer iets interessants tegenkomt, maar dat is nite te vinden in de eenvormige brij van terugkerende thema’s als auteur’s drank-, coke-, heroine en cannabisgebruik, zijn verongelijktheid over het feit dat hij geen succesvolle artiest is, zijn liefdesleven dat zich voornamelijk in door de geur van lichaaamssappen en uitscheidingen bezwangerde atmosfeer van SM kelders af speelt, zijn geldgebrek en de perikelen rond het uitgeven van zijn werk en tentoonstellen van zijn schilderijen. Onderdehand jast hij het geld van zijn eerste vrouw waar hij nog niet van is gescheiden er door heen, steelt antiek uit haar huis en bezorgt haar regelmatig een blauw ook door de knallen voor haar kanus die hij als ex-karateka kan weg geven.

De stukken waarin hij over kunst schrijft zijn wel even interessant, maar meestal te kort en te weinig concreet om als meer dan een ingeslagen zijweggetje te kunnen worden gezien. Zijn slaap verwekkend commentaar op het werk van Nederlandstalige collega’s gaat juist te veel in op persoonlijke details om de belangstelling van de lezer te wekken.

Bij het lezen van dit boek rijst daarom al snel de vraag of de correspondenties van elke willekeurige man in de straat niet minstens zo boeiend zou zijn om te lezen als dit werk.

Qua verhaalstijl en vertel techniek  ontstijgen de epistels namelijk zelden het niveau vanHet Glazen Huis, al zorgt de ongebreidelde barokke hoeveelheid van woordenstromen ervoor dat je net iets langer wilt blijven lezen dan in het telefoonboek of je naar een gemiddelde uitzending van Dokter Phil wenst te kijken. Met zijn 704 pagina’s is Het boek is beter dan de film en de andere genoemd eboeken echter veel te lang om de aandacht van de lezer langer dan een korte tijdsspanne vast te houden

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.