Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
12 juni 2014, om 18:47 uur
Bekeken:
361 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
191 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De vrouwtjes waren in de sixties gevoelig voor kunst"


Uit wat voor gezin kom je?

 

Mijn grootvader? Een tamelijk raadselachtige man. VVD stemmer. Zeer gereserveerd. Terug getrokken. Cynisch. Een succesvolle zakenman met dertien huizen, een makelaardij en een fabriek. Hij zweeg door gaans. De onbekende stille.

Bij hem vergeleken ben ik een open boek. Ik mocht hem wel tutoyeren.

Mijn moeder was afwezig. Ik was nog geen anderhalf toen ze mij weg gaf aan de verbitterde grootouders. Daar werd ik als kind al dagelijks ingepeperd dat ik niet bepaald een gewenste persoon was.

Ik heb daar lang veel last van gehad.

Wellicht tekent het de mens. Een schuldgevoel dat je er niet mocht zijn. Ik doe overigens niet aan intro spectie en leke psychologie.

Zo lang er leven is is er lol. Groeide op in Amsterdam Zuid, Concertgebouwbuurt, dat zegt genoeg.

 

Hoewel ik een jonger zusje heb, heb ik altijd het gevoel gehad dat ik enig kind was. Ze staat vijandig tegen over mij vanwege haar treurige, mislukte, vereenzaamde leven.

Het contrast is ook schrijnend.

Ik heb als succesvolle kunstenaar alles bereikt en zij niets, behalve het tillen van een bijstandsuitkering vanaf 1972, die haar helaas een erfenis van een paar ton gekost heeft, want die kon ze inleveren bij de Staat der Nedrelanden, net als haar jongere, mislukte steun trekkende broer, die is dood geknuppeld als een zeehondje in een Haarlemse steeg.

Okee. Een bijstandsuitkering is geen vetpot.

Ik gun dat niemand, maar trek dan je eigen baan en stel je niet afhankelijk op van het therapie sirkwie, kroegvriendjes en luister vooral niet naar van de pot gerukte socios met salonsocialistische praatjes.

Psychotherapie!

Betaalde aandacht noem ik dat altijd. Je kunt ook nooit zeggen van zo’n mevrouw die in therapie ligt; ‘Gut meid, wat ben jij me daar toch van opgeknapt!’

Nee, eerder afgeknapt! 

Het interieur van mijn zustert was er dan ook naar in de Sportstraat. Haar biologiese moeder is er één keer geweest en noemde het een asociale bende.

Een afgeragde matras op de grond, een tafel van een bij de vullis gevonden ouwe deur op twee schragen. Liet cv aanleggen en betaalde de Marokkaanse monteur vijftien mille vantevoren. Alleen een paar buizen werden opgehangen en ‘hij wilde me alleen maar neuken’zei ze na het voorval.

Haar fiets gestolen en dan was ie nog geleend van een kennis ook nog. Over the lonely hearts club. Dat is van een treurnis waar Heere Heeresma een verhaal over zou kunnen schrijven.

 

Het manipuleren van situaties gaat me steeds makkelijker af. Toch houd ik de werkelijkheid in het oog. Het verbaast me weleens dat er mensen zijn die denken dat de wereld om hen draait. Die maken een ernstige vergissing en dat wil ik ze wel voor houden omdat ik de eeuwige schoolmeester en moralist blijf die ik ben.

Kan ze lelijk opbreken als ze er anders over denken.

Ook dat nog.

 

Pas na de kweekschool begon ik het leven na mei 1967 wat aangenamer te vinden. Ik heb me in het begin van mijn kunstenaars carrière geweldig aangesteld, omdat ik gelezen had in boeken over kunst dat het zo hoorde. Wist ik veel als reine jongeling met zijn tabula rasa bij het Buch stabieren met zijn Stabij!’

 

Dateert uit die periode de karakterisering door collegaatjes van ‘poseur bij uitstek’?

 

‘Ja, zeg dat wel, ik was in de sixties min of meer een artistieke aansteller toen ik door kreeg dat de vrouwtjes gevoel waren Voor kunst en kultuur en voelde me daar goed bij. In Haarlem, Heemstede en Aerdenhout kon je daar lange tijd indruk mee maken.

Provincialisme van de Kennemer Kliek non talenten.

Ik ken zo’n juffrouw, om tien uur des ochtends al wazig van de sherry, die met een paar longen als een geasfalteerde zesbaansweg vanwege het roken van Franse sigaretten apelazarus op de canapé ligt te suffen. Een verstikt bestaan door longkanker en een lever als een kapot getrapte voetbal is geen aangenaam einde. Niet dat het me een moer uitmaakt, want van mij kon iedereen toch al de kanker krijgen.

Vond dat ik als bohémien moest uitdrukken wat ik allemaal was, wie ik was, waar ik stond en waar ik heen ging. Nu, dat is als je begint als kunstartiest niet zoveel, maar toch. Je moet wat om indruk te maken op de vrouwtjes in de artiestenkroeg.

Toch?

Dus moest ik er wat aan toevoegen. Ik liep uitgedost rond in zwarte kleding en een coltrui met daar op een logo  Saint Tropez waar mijn lange blonde haar overheen hing. Saint Tropez, waar ik nooit geweest ben en nooit zal komen.

Ik zorgde er wel voor een Chick te scoren die op Francoise Hardy leek.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.