Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
12 juni 2014, om 08:44 uur
Bekeken:
378 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
170 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Dat werd toen een punk dichtbundel"


 Maniese depressiviteit, dat is een de totale verwoesting van je persoonlijkheid en de ontwrichting van je geestelijke biotoop, een aardschok die door je ziel heen gaat, je hele bestaan davert op zijn grondvesten, het is kortsluiting in een hoogspanningsstation, tienduizenden volts bliksemen door je kloten via de koude tegels heen de grond in.

Het lijkt alsof je een trechter in je kop hebt waarin het hele universum zich uit stort.

Kosmies, dat is het. Je kunt het niet bevatten. Je weet niet wat je over komt. Je voelt je een bliksemafleider.

Daardoor is mijn hele wetenschappelijke carrière naar de kloten gegaan.

Tijdens het eerste jaar psychologie aan de UVA stortte ik drie maal per week ape stoned van de hasj uit de college banken en viel daar in slaap.

Toch haalde ik de hoogste cijfers. Ik was bevriend met Elisabeth, die ook pyschologie studeerde. Toen was daar ineens die maniese depressie.

Lithium hielp geen bal. Ik leek niet te genezen. Ik leek een medies wonder, maar dan de verkeerde kant op. Aan het einde van die ziekte ben ik op aanraden van mijn psychiater toen gaan schrijven.

Ik schreef het alleen niet van mij af, maar juist naar mij toe, zodat ik er erger aan toe was dan tevoren.

De absolute per versie en waanzin trokken voor mijn geestesoog voorbij.

Dat werd toen een punk dichtbundel “Braken in de Breekstad”. Waar het over ging? Kotsen, Jimi Hendrix, hoeren, homos, hel levuur, sterren, cirkels, bellen en herowiene spuiten. In “Het wil maar niet zomeren in Quetzalcoatl” gaat het over een teenager die de slangengod aanbidt en de ingeving krijgt zijn hele familie dood te schieten om daarna op de vlucht te gaan en bij een homosexuele vriend die lid van de Satanskerk is in te trekken waar hij een verhouding mee krijgt en daar schrijft hij dan een boek over, maar voor het af is hangt hij zich op in het trapportaal van zijn vriendin die een verdieping heeft aan de Martelaarsgracht in Amsterdam. Die vriendin bestaat echt, Lila Hamstra., alleen woont zij aan de Lijnbaansgracht en heeft zich inderdaad een vriendje van haar daar opgehangen.

Nog steeds heb ik heel veel materiaal uit die tijd omdat ik toen een paar jaar de Satanskerk bezocht en daar heb ik ook om gekeerde kruisigingen meegemaakt van mannen en vrouwen die aan Satan werden geofferd, dat was heel boeiend om mee te maken, want er werd tegelijkertijd een woeste orgie bij gehouden waar de honden geen brood van lustten. Ik deed daar van harte aan mee.

Daar heb ik toen maar een boek over geschreven. Dat boek heeft jaren lang in de ramsj gelegen maar nu is het een bijna onbetaalbaar collectors item geworden. het is zo’n beetje de sexuele Bijbel van de Satanskerk geworden.

De bekende kunstschilder Fred van der Wal heeft een genummerd exemplaar in een glazen vitrinekast liggen in zijn atelier en dat is heel bijzonder, want hij verzamelt eigenlijk alleen eerste drukken of gesigneerde auteurs exemplaren, hetzij genummerde exemplaren van Hermans uitgaven.

De eerste druk heeft jaren lang bij de Slegte gelegen maar dan ben ik in goed gezelschap. Hermans en Borde wijk liggen daar ook. De verhalen “Spaanse kraag”en “Baskiese Muts” stamt ook uit die tijd.

Eigenlijk de eerste verzetsroman over de Basken. Op de cover staat een schilderij af gebeeld van Basquiat, maar dat heeft niks met de Basken te maken, dat wilde de uitgever nu eenmaal zo, die mijn boek niet eens gelezen heeft. Hij wilde een cover die de jeugd aan zou spreken.

Zomer 1968 heb ik in Haarlem op een expositie mijn eerste vrouw Debora Dimitripow leren kennen. Ik was op slag genezen. Niks geen psychoses meer en die hobby van dameslingerie aan trekken was ook lange tijd voorbij.

 Ik schrik nergens voor terug.

We zijn toen heel snel getrouwd, dat was doodsangst therapie.

Voor een zaak die lampenkappen verkocht ben ik toen naar Italië gegaan. Naar Turijn. Ik handelde dan in grote partijen lampen en lampenkappen, goedkoop en goed.

Per miljoen verkocht ik ze dan tegelijk, dat was roversgoed.

Containers vol.

Ik verkocht aan de belangrijke grote importeurs.

Het liep als een tiet op wonder olie. Ik stond aan de top, abso luut aan de top. De Lamborghini waar ik in reed toen ik nog een rijbewijs had, daar waren er een paar van in Nederland en België op de weg.

We woonden in een villa van zeshonderd vier kante meter met een overdekt zwembad, veertien kamers, drie bad kamers, een massagesalon, een sauna, een bibliotheek vol in leer gebonden folianten en een biljartkamer, een tuin van zes duizend vierkante meter. Acht jaar heeft dat geduurd, geweldig was het. Daarna raakte ik failliet en aan de drank, zoals het zo vaak gaat. Er is een gezegde onder beursjongens: What goed up, must go down! 

Als iets van toepassing op mij is!

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.