Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 juni 2014, om 16:06 uur
Bekeken:
399 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
210 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hermans en Bordewijk lagen daar ook!"


Maniese depressiviteit, dat is een de totale verwoesting van je persoonlijkheid en de ontwrich ting van je geestelijke biotoop, een aardschok die door je ziel heen gaat, je hele bestaan davert op zijn grondvesten, het is kortsluiting in een hoogspanningsstation, tienduizenden volts bliksemen door je kloten via de koude tegels heen de grond in. Het lijkt alsof je een trechter in je kop hebt waarin het hele universum zich uit stort. Kosmies, dat is het. Je kunt het niet be vatten. Je weet niet wat je over komt. Je voelt je een bliksemafleider. Daardoor is mijn hele wetenschappelijke carrière naar de kloten gegaan. Tijdens het eerste jaar psychologie aan de UVA stortte ik drie maal per week ape stoned van de hasj uit de collegebanken en viel daar in slaap. Toch haalde ik de hoogste cijfers. Ik was bevriend met Elisabeth, die ook pyschologie studeerde. Toen was daar ineens die maniese depressie. Lithium hielp geen bal. Ik leek niet te genezen. Ik leek een medies wonder, maar dan de verkeerde kant op. Aan het einde van die ziekte ben ik op aanraden van mijn psychiater toen gaan schrijven. Ik schreef het alleen niet van mij af, maar juist naar mij toe, zodat ik er erger aan toe was dan tevoren.

De absolute perversie en waanzin trokken voor mijn geestesoog voorbij. Dat werd toen een punk dichtbundel “Braken in de Breekstad”.

Waar het over ging?

Kotsen, Jimi Hendrix, hoeren, homos, hel levuur, sterren, cirkels, bellen en herowiene spuiten. In “Het wil maar niet zomeren in Quetzalcoatl” gaat het over een teenager die de slangengod aanbidt en de ingeving krijgt zijn hele familie dood te schieten om daarna op de vlucht te gaan en bij een homosexuele vriend die lid van de Satanskerk is in te trekken waar hij een verhouding mee krijgt en daar schrijft hij dan een boek over, maar voor het af is hangt hij zich op in het trapportaal van zijn vrien din die een verdieping heeft aan de Martelaarsgracht in Amsterdam. Die vriendin bestaat echt, Mila H., alleen woont zij aan de Lijnbaansgracht en heeft zich inderdaad een vriendje van haar daar opgehangen. Nog steeds heb ik heel veel materiaal uit die tijd omdat ik toen een paar jaar de Satanskerk bezocht en daar heb ik ook om gekeerde kruisigingen meegemaakt van mannen en vrouwen die aan Satan werden geofferd, dat was heel boeiend om mee te ma ken, want er werd tegelijkertijd een woeste orgie bij gehouden waar de honden geen brood van lustten. Daar heb ik toen maar een boek over geschreven. Dat boek heeft jaren lang in de ramsj gelegen maar nu is het een bijna onbetaalbaar collectors item geworden. het is zo’n beetje de sexuele Bijbel van de Satanskerk gewor den De bekende kunstschilder Fred van der Wal heeft een genummerd exemplaar in een glazen vitrinekast liggen in zijn atelier te Coulou tre en dat is heel bijzonder, want hij verzamelt eigenlijk alleen eerste drukken of gesigneerde auteurs exemplaren, hetzij genummerde exemplaren van Hermans uitgaven. De eerste druk heeft jaren lang bij de Slegte gelegen maar dan ben ik in goed gezelschap. Hermans en Bordewijk liggen daar ook. De verhalen “Spaanse kraag”en “Baskiese Muts” stamt ook uit die tijd. Eigenlijk de eerste verzetsroman over de Basken. Op de cover staat een schilderij af gebeeld van Basquiat, maar dat heeft niks met de Basken te maken, dat wilde de uitgever nu eenmaal zo, die mijn boek niet eens gelezen heeft. Hij wilde een cover die de jeugd aan zou spreken.

Zomer 1968 heb ik in Haarlem op een expositie mijn eerste vrouw Debora leren kennen. Ik was op slag genezen. Niks geen psychoses meer en die hobby van dameslingerie aan trekken was ook lange tijd voorbij. In mijn hele huis lagen overal damesslipjes.

Soms zelfs gdragen exemplaren die ik had gevonden op straat. Ik schrik nergens voor terug. We zijn toen heel snel getrouwd. Voor een zaak die lampenkappen verkocht ben ik toen naar Italië gegaan. Naar Turijn. Ik handelde dan in grote partijen lampen en lampenkappen, goedkoop en goed. Per miljoen verkocht ik ze dan tegelijk, dat was roversgoed. Containers vol. Ik verkocht aan de belangrijke grote importeurs. Het liep als een tiet op wonder olie. Ik stond aan de top, abso luut aan de top. De Lamborghini waar ik in reed toen ik nog een rijbewijs had, daar waren er een paar van in Nederland en België op de weg. We woonden in een villa van zeshonderd vier kante meter met een overdekt zwembad, veertien kamers, drie bad kamers, een massagesalon, een sauna, een bibliotheek vol in leer gebonden folianten en een biljartkamer, een tuin van zes duizend vierkante meter. Acht jaar heeft dat geduurd, geweldig was het. Ik neukte me een breuk, want ze kon er geen genoeg van krijgen. Heel exuberant, altijd lachen, veel drank, tuin feesten van hier tot Tokyo, veel poen ook, zaten diep in de partner wisselsien, bezochten sex clubs en S.M. kelders, dus het was elke nacht een vrolijke bende. Het deed me denken aan die cartoon van een sex party, een gangbang waar aan de kant van een berg menselijke lichamen een bloot lullig mannetje staat met een slap piemeltje die naar de berg mensen kijkt en zegt; is dit gat nog vrij? Ik stond elke dag lachend op. Ik omhelste het leven. Bij bakken kwam het geld binnen, bij bakken ging het er weer uit. Ik leek we een geldwisselkantoor. Je had me niet herkend. Niemand zou me herkend hebben. Ik was een to taal ander ie mand. Driedelig pak, glad geschoren, herenparfummetje, van Bommels aan mijn voeten in plaats van nu die afge sleten Nikies of de goedkope Jezussandalen die in de zomermaanden  al gauw naar tenenkaas ruiken. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.