Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 juni 2014, om 15:58 uur
Bekeken:
396 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
164 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het is voor mij òf schrijven òf werken."


Het is voor mij òf schrijven òf werken. Wie niet werkt zal niet eten zeggen de christenen, maar voor mij is schrijven werken, dat vergeten ze wel eens. Het probleem is dat ik van minder dan duizend gulden alimentatie per maand moet zien rond te komen en dat is het absolute minimum voor iemand met mijn habit. Het is bijna niet te doen. Het is vechten tegen de bierkaai. Maar sinds mijn vriendin bij mij weg is en na die scheiding van mijn eerste vrouw is het nu eenmaal niet anders. En dat alleen zijn is me zo tegen gevallen, daar heb ik het ook al zo moeilijk mee, het valt me zo zwaar af te moeten zien van sex. Hoeren kan ik niet betalen en om een avond in de kroeg te zitten en na uren lang interessant ouwe hoeren de een of andere afgeneukte venerise sloerie mee naar huis te nemen gaat me echt te ver. Ik heb bijzondere wensen op dat gebied waar niet iedere vrouw of man aan tegemoet wil komen. Ik zoek altijd dominante vrouwen of mannen uit, die mij er onder houden, letterlijk en figuurlijk. Straks ga ik weer bij mijn oma en tante in Heemstede eten, zoals iedere avond te genwoordig. Ze bekken me af, ze behandelen me als oud vuil, maar daar ben ik siberies voor, dat is alleen maar koren op mijn molen, dan kan ik er weer even tegen. Ik kan het alleen nog steeds niet opbrengen om alleen voor mijzelf te koken. Een koelkast heb ik niet, dus in de winter hing ik gewoon een emmer boerenkool buiten het raaam als het vroor, dan bleef het heel goed vers, dat had ik ergens gelezen in een eco blad, ik vond dat juist heel economies, maar dat wilde mijn laatste vriendin niet langer, die vond dat ze zo de risée van de buurt was. Ze is nu lerares economie aan een openbare scholen gemeenschap in Zeist. Een moderne school. Iedere leerkracht is er in principe dag en nacht openbaar toegankelijk op puur collegiale wijze, dan weet je wel hoe laat het is. De Kees Boeke gedachte. Ze liggen in de pauzes te neuken van de bezemkast tot op het buro in de di rectiekamer. Ze kennen daar God noch Gebod op die openbare scholen. Ze is omgeschoold van lerares textiele werkvormen tot docente economie door een reïntegratieburo. Daar jagen ze die ontslagen leerkrachten de uitkering uit. Zo gaat dat tegenwoordig met overbodige leer krachten. Ze was laatst met d’r gefrustreerde hoofd in dat programma van “Tussen kunst en kitsch”. Ik herkende haar aan d’r bekakte stem. Ik wist niet wat ik zag. Een kleine, bleke, verbeten, arrogante spinnenkop met een rare, veel te grote Nefertiti toetervormige hoed op d’r hoofd waar ze in leek te verdrinken. Hoed waar ga je met vrouw naar toe. Dat werk. Het zag er niet uit. Ze was net als in de sixties in het zwart gekleed, de post existentialistiese tijd waar in dat nog net kon in een wereld waar flower power en bloemetjes in de lopen van de geweren de dienst uit maakten en naast haar stond een onooglijke fatso, een walvis in een houthakkers blokkenover hemd met een bierbuik en een lange baard, het leek een vol gevreten ingehuurde bijstands Sinterklaas uit een achterbuurt wel. Ik dacht: wat heb ik er ooit in gezien. Ze wilde in 1967 beroemd worden in Parijs als hoedenontwerpster. Niemand draagt meer een hoed be halve de koningin en die loopt er ook mee voor gek. Ik noemde  haar altijd het “aanminnige hoedenmaaksterje uit Utrecht”. Haar broer is gepromoveerd en werkt in het AMC, op staats kosten aidsofielen op lappen. Pappen en nat houden dus. Bruinpaarse Kaposi Sarcoom vlek ken weg poetsen met een zalfje. De verzorgingsstaat, hè. Op kosten van de belastingbetaler is het gul uitdelen van aidsremmers aan die aidsofiele poepstampers. Nee, dat hoort ze niet graag, dat vind ze niet lekker bekken, dat is niet sjiek in haar kringen. Doktoren zijn voor haar de Heiligen van deze tijd. Haar familie is haar even heilig, behalve d’r moeder daar had ze altijd stront mee, dat waren soms vechtpartijen in de keuken, en ze heeft een schizofrene neef in Heemstede die niet aanspreekbaar is. Ik was jaren lang met hem bevriend. Ik trok op school de gekken en gestoorden aan als een magneet ijzervijlsel. Ik heb daar wat afgelachen. Als ik om kwart over zeven in lijn 3 zat en een uur later de school binnen ging had ik al kramp in mijn kaken van het lachen. Het was alsof je met een combinatie van André van Duin, Mister Bean, Toon Hermans, Max Tailleur en Freek de Jonge in de bus zat.

Ik ben gotzijdank van zeer goede komaf, uit het Heemsteedse milieu, dan weet je wat ik be doel. De kouwe kak van de Heemsteedse Dreef. Vlak bij ons om de hoek woonde Mr. O.H. van Wijk, de salonsocialist die voor de PSP in de eerste kamer ging zitten. Zijn zoontje wilde niet deugen. Zijn zus Elly was een mooi donkerharig   meisje die in petticoats rond liep. Ik was verliefd op haar in de late vijftiger jaren, maar was te verlegen om haar aan te spreken. Haar broer zat op een boksclubje dat in de tuin trainde en ik was ook bang dat hij me op mijn bek zou slaan als ik zijn zuster pakte. Ik woonde   vanaf mijn tweede levensjaar bij mijn groot ouders. Mijn ouders, twee beklagenswaardige psychiatriese gevallen, hebben mij, mijn zusje en broertje weg gegeven toen ik nog geen twee jaar oud was, omdat ze te beroerd waren om ons op te voe den. Mijn broer was nog een baby toen ze hem dumpten. Leed aan asthma en is toen bijna ge stikt. Er waren geen boeken in huis waar we opgroeiden. Daar deden ze niet aan. Ze hebben mijn culturele belangstelling niet gestimuleerd. Cultuur vonden ze onzin. Litera tuur, beelden de kunst was allemaal onzin en aanstellerij. “Daar kan je niet van vreten. Ga maar een echt vak leren,” zeiden ze altijd. Ik kon kiezen op mijn zestiende; naar kantoor of naar een kweekschool voor onderwijzers. Vijf jaar lang heb ik elke dag gehaat van dat terreur instituut van de middelmaat. Welke idioot wordt schoolmeester? Als je geen pedofiel bent is er niks aan. Die onbehaarde pikkies en bleke mossels tussen die brekebeentjes, de naar pis ruikende onderbroeken,de kots die je kan opruimen; ik word nog liever homosexueel dan schoolmeester, dan heb ik meer lol in mijn leven. Ik heb zoveel aanbiedingen gehad van homo sexuelen in mijn leven. Een kunstopleiding was uitgesloten. Dat kwam in onze familie niet voor. Je werd boekhouder of schoolmeester, iets anders bestond niet. Nie mand had meer dan een of twee jaar ulo in die familie, dan weet je het wel. Toen ik achttien werd vroeg ik of ik mijn rijbewijs mocht halen. “Een schoolmeester kan geen auto betalen, die rijdt zijn leven lang op een ouwe fiets!” zeiden ze smalend.

We hadden thuis wel de Winkler Prins van dertig jaar geleden, maar daar mocht ik niet in kijk en, die stond op de afgesloten werkkamer van mijn grootvader. “Daar leer je maar slechte dingen uit”, zeiden mijn oma en tante. Ik wist dus nergens wat van. Op geen enkle gebied. Ik had bijvoorbeeld geen idee hoeveel een potje jam kostte. Niet dat je dat uit de Winkler Prins haalt, maar toch illustreet het hoe wwereldvreemd ik ben opgegroeid. Mijn zuster raakte al snel in de wirwar van de WAO beland als uitzichtsloos geval, mijn broer deed een mislukte zelfmoordpoging en werd een paar jaar later dood geknuppeld door potenrammers ergens in een Haarlems portiek tegenover een homocafé toen hij op zijn knieën een hasj vriendje en thousiast aan het pijpen was. Ik begrijp dat wel: pijpen is ook leuk. Mijn broer verkeerde in die schemerwereld van sex slaven en sadosexmeesters. Zo vader, zo zoon. Heel spannend en heel modern, maar het heeft ook zijn ingebouwde risicos, want je weet nooit wie je tegen het lijf loopt. De lasten van de lusten. Ik zeg niet dat ’t zijn verdiende loon was, dat dood knuppe len, want dat gun je nog geen zeehondje, maar pijpen doe je gewoon thuis, kun je na afloop ge lijk je bek met chloorwater en zeep uit spoelen of met superol ontsmetten, want voor je het weet heb je een gonorreuze keelinfectie en kom daar maar eens van af. Daar helpt geen stop hoest of Pottertjes tegen. Niemand ontloopt zijn noodlot. Ik bedoel; ik heb niks tegen homos of tegen pijpen, integendeel, laat ze maar lekker tekeer gaan, maar je moet jezelf niet in on nodig gevaar brengen. Voor je het weet sta je stijf van de veneriese schimmels, heb je om niks een looien pijp in je nek, aids, de syfilis, veneriese wratten op je ballen, herpes of een go norrheuze keel ontsteking plus een hees stemgeluid. Ja, dan kun je wel naar de lullensmid gaan maar die staat ook machteloos met al die varianten van tegenwoordig. Het zoveelste op gegeven geval beland in de mediese administratie, dan maak je in elk geval deel uit van de sta tistiek. Mijn andere broer is professor in de pedagogie in Canada. En als je aan mijn familie vraagt wat ik doe, dan zeggen ze: “Ooh, die? Die is beroepswerkeloos, die schrijft pronografie se verhaaltjes die niemand wil lezen en maakt schilderijen waar niemand naar wil kijken, die hoort in een TBR kliniek thuis”. Ze hebben geen boek van mij gelezen, want lezen dat doen ze niet, behalve De Telegraaf, het kerknieuws, de EO gids en Voetbal International natuurlijk en daar hebben ze nog een verklarend woordenboek voor nodig. Over die interviews met mij zeggen ze ook nooit wat. Twee weken geleden was ik nog op de televisie in dat programma van Adriaan van Dis, dat is geen kattepis, maar ze hebben er nooit één woord over gezegd. En waarom; Godt mag het weten! Ze kijken er gewoon niet naar. Ze zwijgen alleen maar. Ik zie dat toch wel als een tamelijk agressieve manier van afwijzen. De reden daarvan is een instinc tieve afkeer bij dat soort mensen van elke vorm van creativiteit, dat zie je bij die gereformeer den ook altijd. Je ken ’t niet vretten, zeggen die fijn gristelijke boeren uit Groningen en Friesland altijd, dat is hun enige criterium. En toch ga ik elke avond bij anderen uit eten, dat ben ik nu eenmaal gewend sinds mijn vriendin weg is. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.