Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
8 juni 2014, om 18:43 uur
Bekeken:
375 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
183 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Fragment 2 "Schrijversblokkade""


In zijn verhalenbundel is vooral treffend het verhaal “Draagtekens en komkommaars” een pakkende story zonder interpunktie, naar de mode van de vijftiger en begin zestiger jaren. Het verhaal begint met een hartgrondig “Godverdegodverdomme. Ik sloeg de luiken open, de stank van koeienmest en het meedogenloze zonlicht stompten onver biddellijk in mijn ongeschoren, grauwe artiesten bakkes. Mijn korstige, rood aangelopen ont stoken ogen keken knipperend en wantrouwend de wereld in en weer zou een moeizame dag loodzwaar beginnen. Geluk was niet meer dan elke ochtend een drol te draaien en bij de eerste ochtendrochel een klodder donkerrood bloed op te spuwen in de witte keramiek wasbak…Ik keek in de spiegel en grijnsde. Een van mijn saffraangele snijtanden was tot op het tandvlees afgebroken…” De hoofdrolspeler wordt bijna gek en knoopt tijdens het zo veelste delirium zijn twee katten met de staarten aan elkaar en gooit ze over de waslijn en kijkt toe hoe ze el kaar krijsend afmaken. Sadisme jegens dieren, vrouwen, meisjes en kleine kinderen spelen in zijn dwingende verhalen de hoofdrol. De grootste rol in de verhalen is uiteraard voor de au teur als eeuwige loser zelf weg gelegd, want wie kan beter een uit zichtsloos inktzwart wereldbeeld scheppen dan hij? Reeds als kleuter van vier knutselde hij zijn eerste guillotine in elkaar waarmee hij zijn hamster onthoofde. In de zes de klas van de lagere school schiet hij met een punt 38 special per ongeluk een vriendje de helft van zijn gezicht weg. Een paar centi meter verder en zijn hele kop was er afgeknald.

Het dwingende verhaal “Gaskamervakantie” vertelt over Marc Groszscnickel, een na de oor log geboren Duitse Jood, zoon van een violist Nap Groszschnickel, jaren lang van beroep grafies ontwerper bij een conservatieve christelijke uitgeverij te Kampen. Marc, die tekenle raar wordt (wie te stom is voor de universiteit en te laf voor de handel, ja, die lummel wordt te kenleraar) na zijn vervroegde pensionering van job en van wijf verandert om als amateur schilder in gereformeerde kerken en synagoges zijn werken te exposeren  (zijn werk was te slecht om in galeries te exposeren. Hij wordt door gebrek aan kwaliteiten drie maal afgewezen voor het lidmaatschap van een hoofdstedelijke kunstenaarsvereniging waar hij volkomen onte recht een collega uit midden Frankrijk de schuld van geeft en een lastercampagne tegen hem begint in vrijgemaakt gereformeerde kringen rond de Friese gereformeerde tekenleraar Jan van Loon en de stijl calvinistische Groningse eeuwige student Hans van Seventer, die een paar jaar medicijnen studeerde, daarna een paar jaar kunstgeschiedenis, chauffeur wordt, bij de EO gaat werken omdat je daar niets voor hoeft te kunnen ) en gaat jaarlijks op vakantie gaat naar Auschwitz om aan de Joodse goegemeente het verhaal te verkopen dat hij “net uit het kamp komt”, met als enige doel om  zijn schilderijen beter te verkopen. Een handige truuk, die de kladschilderes Patty Harpenau ook gebruikte, een Jodenstreek zouden Amster dammers het noemen, de gehaaide exploitanten van de holocaust industrie waardig. Dezelfde Marc figureert met zijn neus als een banaan in het verhaal “Kunstgebit” als geboren schlemiel die als zenuwelijer na veel soebatten een one night stand heeft met een broodmagere, psiegies labiele eerste jaars leerlinge van de christelijke kunstakademie te Kampen, die haar kunstgebit uit doet tijdens het intiem samen zijn en op het nachtkastje in een glas mond water legt alvorens hem te pijpen. Marc ervaart het als een liefdevol, sacraal gebaar en weet op deze ma nier geen risico te lopen dat hij gecastreerd wordt door een onverhoedse liefdesbeet van zijn minnares in zijn ruim bemeten, rulle balzak en herinnert zich in een gefingeerde, gefantaseer de flash back plotseling hoe in het kamp met nijptangen de kronen uit de bekken werden gebroken van duizenden lijken. Een rilling van genot gaat door hem heen en op hetzelfde mo ment komt hij overvloedig klaar. Een maand later moet hij bij de directeur van de akademie op het matje komen omdat de ouders van het overspannen meisje dat inmiddels in een psychia trische kliniek is opgenomen hun beklag zijn gaan doen en met aangifte dreigen.

Menig man zijn ...(drieletterwoord, plat voor manlijk geslachtsdeel)  is half of heel doorgebeten bij een potje pijpen, weet Frank Forrest gnuivend te vertellen, die het aan de lijve heeft ondervonden toen hij voor de zoveelste keer in negenenzestig lag met de echtgenote van de gebochelde kunstschilder Gerben van Zuiden uit Heerenjezusveen, een vrouw als een blind molenpaard, met haar kunstgebit vrolijk voortklepperend tot over de horizon van het daaglijks bestaan door met haar prothese het Wilhelmus ritmies weer te geven bij feesten en partijen. Ze gaf piano- en zanglessen aan jonge vrouwen en de kunstschilder Fred van der Wal vertelde  onlangs nog smakelijk in het kunstenaarscafé hoe zij ’s avonds met haar wederhelft de partnerruilavonden van de plaatselijke afdeling van de NVSH bezocht, maar nooit aan de bak kwam. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.