Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
6 juni 2014, om 17:09 uur
Bekeken:
409 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
217 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een bestaan als gelauwerd auteur leek hem wel wat..."


Een bestaan als gelauwerd auteur leek hem aanvankelijk zo aantrekkelijk, in de onbevangen aanloop van zijn carrière, toen hij op een kamer van drie bij vier meter in het centrum van Amsterdam woonde en een huur betaalde van nog geen veertig gulden per maand.

Zelfs in de silver sixties een schijntje.

En in het vragen uurtje na de lezing die hij onlangs hield voor een gezelschap E.O. leden ter promotie van zijn laatste boek ontbrak niet die veel gestelde vraag die door de sombere aanhangers van Calvijn immer op beschuldigende, verwijtende toon wordt gesteld:

 

“En waarom bent U eigenlijk schrijver geworden? Was U soms nergens anders geschikt voor? En waarom rijd U net als Remco Campert geen auto? Bent U soms homoseksjuweel? U schijnt niet te roken, maar om welke reden? Zwakte op de longen? ”

 

Vragen die hem nog steeds in verlegenheid brachten en het schaamrood naar zijn kaken joeg. Hij wist nog steeds de antwoorden niet. Hij zou het wel nooit weten, dacht hij meestal. Wat had het ontbreken van een auto te maken met een homoseksjuwelen inslag? 

Hij improviseerde meestal een antwoord op die vraag ter plekke. Elke keer verzon hij iets anders. Dat zag hij als een literaire oefening.

Op zo’n avond mag je toch ook geen antwoord schuldig blijven aan de vraagsteller. Het zou een zwakke indruk maken en dat zou de verkoopcijfers weer drukken. De toehoorders verwachten nu eenmaal uitspraken over de gelaagdheid van het verhaal, de symboliese betekenissen, de apocriefe inhoud ver klaard voor arbeiders, het waarheids- en werkelijkheidsgehalte, dus mompelde hij maar wat over zijn jeugd liefde voor Remco Campert, de meest herkenbare, verstaanbare dichter van de vijftigers die met zijn licht voetig, on-Nederlands proza in de zestiger jaren  een way of life schiep voor een enkele lichtzinnige gene ratie van licht op hol te brengen modieus gekapte hoofdjes en die niet snel vergeten raakte.

Een andere keer vermeldde hij dat een boek geen kunstwerk hoefde te zijn maar een verhaal met een kop en een staart en een midden en hoe hij tegen de l’art pour l’art houding van al die gevierde collegaat jes was met hun experimenetel proza waar de honden een brood van lustten. Dat alles met alles moest samen hangen en geen mus van het dak mocht vallen zonder reden, hetgeen hij van een beroemde Nederlandse schrijver had opgestoken die hij liever niet bij name wilde noemen om zichzelf en de licht ontvlambare allochtone weduwe-of liever gezegd; afkomstig uit de Overzeese geslachtsdelen- niet te compromitteren.

 

Op bezoek bij de ex-Amsterdamse schrijver Frank Forrest. Het tweede boek dat hij  publiceerde in 1993 “Weerlicht ” werd na zijn veelbelovende eerste boek ‘Kwelzucht en terloopse obsessies’ nauwelijks besproken in de pers. Hij woonde toen nog in een verbouwd dijkhuisje in Friesland en voerde als zoon van een bekende Amsterdamse advocaat een proces tegen de Vereniging van Letterkundigen omdat hij de aan hem toegekende subsidie veel te laag vond. Jaarlijks kreeg hij een periodiek minder dan de collegas, die “ alleen maar vullis produceer den”. Dat scheelde hem duizenden guldens per jaar. Zelfs de wartaal produ cent Jac Firmin Vogelaar kreeg meer dan hij en die had niet eens de handels hbs aan het Raam plein, gevolgd na een mislukt avontuur op het Vossiusgymnasium. Hij vond het een schande voor de literatuur in het algemeen en de democratie in het bijzonder dat hij niet meer geld van de overheid kreeg.

Hij wil eerst iets zeggen over het fonds voor de letteren. Zijn uitgever raadde hem na zijn tweede boek aan daar een beroep op te doen, dan zou hij geramd en gebeiteld zitten voor zijn hele verdere leven via een prima uitkering. Die boeken van hem waren krities ontvangen om dat ze iets totaal nieuws in die tijd vertegenwoordigden waar niemand op leek te zitten wacht en, meende hij, maar dat zou volgens hem snel veranderen als hij maar eenmaal doorgebroken was. Het eerste jaar raakte de uitgeverij dankzij een uitgebreide reclame campagne er met moeite toch nog een paar honderd kwijt. Een absolute flop! De recensenten sabelden zijn eer ste boek neer, o.a. de armlastige Theun de Winter, die bij hem in huis had gewoond en daar genadebrood had mogen eten. Hij had Theun het huis uit moeten zetten omdat die uren lang onder de douche bleef staan om zijn lange haar te wassen en te wijten aan een moeder complex uren lang naar Texel met zijn moeder telefoneerde. Vervolgens schreef de Winter een afkrakende recensie in de Haagse Post over het volgende boek van Hartkamp.

 

In zijn naïviteit had Frank gedacht van het voorschot op zijn eerste boek een huis aan de Ko ninginneweg of Willemspark weg te kunnen kopen en genoeg geld over te houden voor een butler, een maitresse en een zilverkleurige Mercedes Sport. Waanzin natuurlijk, maar daar kwam hij pas achter toen hij zijn giro bijschrijving bekeek waarop een kleine tweeduizend gul den was gestort. De voorschotten voor debutanten zijn sinds die tijd alleen maar kleiner gewor den, dus hij had nog niet te klagen. Hij dacht dat zijn boek een onverbiddelijke bestseller zou worden. Hij zag zichzelf als de nieuwe Jan Cremer. Een boek dat door het hele Nederlandse volk zou omarmd en gevreten zou worden. Alleen al van de vertaalrechten verwachtte hij al een leven lang comfortabel te kunnen leven. Hoe hij er op gerekend had binnen twee weken na de verschijningsdatum  een gevierd man te zijn. De ster van elk literair festijn en culturele media show. Op handen gedragen door de incrowd van de grachtengordel. Een avond vullend programma met Adriaan van Dis was het minste dat hij zou mogen verwachten, dacht hij. Het tegendeel bleek waar. Hij had de zoveelste winkeldochter geproduceerd. Zelfs in zijn stoutste dromen had hij dat niet kunnen denken. Binnen drie maanden was zijn boek uit de schappen van de moderne boekhandel verdwenen en binnen een week uit de etalage van de Atheneum boekhandel aan het Spui waar de luidruchtige verkoopster Petra met de ronde bril het boek tegen elke klant afkraakte. Door haar bril zag zij alles; ook de junkie dichter Arie Visser, die de zaak binnen sloop met een verdacht wijde jas. En hoe hij steevast een uur later weer vertrok met tientallen poweziebundels onder zijn jas handig de kassa omzeilde. Hoe iemand zo wilde leven, dacht zij vaak, maar liet hem zijn gang gaan. De corporatie betaalde. Fiscaal was winkeldiefstal geen probleem. Daar was de jaarlijkse afschrijving goed voor.

Vervolgens dacht hij dat elk nieuw boek iets aan zijn wel stand zou gaan bij dragen, ongeveer met het tempo van Vestdijk, zodat hij elk jaar meer royalties kon op souperen en trots de kroeg binnen kon stappen met zó’n tiet vol met  poen. Hij zou tegen iedereen beweren dat hij bulkte van de royalties en de vrouwen zouden massaal in katzwijm aan zijn voeten gingen liggen na het vernemen van zoveel welstand. Hij zou honderden liefdesbrieven met naaktfotos ontvangen van willige dames en heren met neukdrang. Gedragen slipjes bij de vleet per van Gendt en Loos in grote verhuisboxen afgeleverd bij zijn adres, net als bij de auteur Biesheuvel een gebruikelijke usance was.

Het tij keerde niet in zijn voordeel. De recensenten waren unaniem in hun vernietigende oor deel. Zelfs de pukkelige Telegraaf bleekscheet Ives Sitniakowsky, die nog bij Frank op het Vossiusgymansium had gezeten, schreef een afkrakend artikel over zijn laatste werk.

De schuld aan de uitgeverij van Frank bedraagt nu veertigduizend euro en loopt ieder jaar verder op door de stijgende rente. Zijn krediet heeft hij verspeeld tot in de kroeg. Letterlijk en figuurlijk. Het tij in literatuurland veranderde. Hij stond erbij en keek er naar met open mond en grote ogen naar de steeds omvang rijker wordende boekenberg en hoe de hele boekenmarkt veranderde en in elkaar sodommieterde. Tegen houden kon hij niets. Veranderen wilde hij niet. Meegaan met de laatste mode weigerde hij. Compromissen aan de veranderde literaire smaak kende hij niet. Met elk volgend boek leek het alles of niets te worden.

Het werd niets en daar draagt hij nu de gevolgen van. Medies, sociaal, contactueel en financieel zit hij totaal aan de grond en de toe komst ziet er weinig rooskleurig uit. Het wachten is op het overlijden van zijn vader die de grootste foto verzameling van het land heeft, die hij onmiddellijk bij Sothesby onder de hamer zal brengen. Hij schat de opbrengst op een anderhalf miljoen. Na successiebelasting en het aandeel van de veilinghouder zal er minder dan de helft over blijven. Genoeg voor een bescheiden rijtjes woning in Zaandam in een volksbuurt en een trein abonne ment.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.