Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
2 juni 2014, om 17:00 uur
Bekeken:
378 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
191 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Op bezoek bij de familie Kneuterdom"


Op bezoek bij de familie D., Mariotteplein 17 te Amsterdam, Watergraafsmeer. Dertig jaar geleden kwam ik hier voor het eerst om ze na sept. 1965 niet meer te zien. Ik had een intensieve relatie met hun dochter Els die bij mij in de klas zat. We zagen elkaar elke dag en brachten gemiddeld een uur of twaalf per dag met elkaar door.

 

Aanwezig zijn de heer en mevrouw D. en de dochter van Els, begin twintig, goed ogend, net geslaagd voor haar onderwijzeressen examen. De geschiedenis her haalt zich.

Het interieur is nog hetzelfde als drie decennia geleden. Saai, sober en grijs. Een blind paard kan er geen schade aanrichten.

Ik krijg een kop thee aangeboden. Mevrouw D. galmt in de keuken off key “Welk een vriend is onze Jezus”.

“Dat zong U vroeger ook vaak”, zeg ik om de ongemakkelijke stilte te verbreken als zij de thee serveert.

“O, ja? Daar weten we niets meer van! Vroeger zijn we vergeten! Vroeger bestaat niet. Het gaat om het nu en om de wederkomst des Heeren. Als Hij weder keert zal hij de levenden en de doden oordelen. Zorg dat je er bij komt in de Arks des behouds en keert af van de zonde Uwer vleselijke hartstochten.

Wie was je ook weer, zei je? Ik ben je naam vergeten, maar Hij kent alle namen als je in het Dikke Boek staat! Hij komt zal hij de levenden en de doden oordelen. Zorg dat je er bij komt! Maar hoe heet je ook weer?” zegt Pa Deutekom kwasi vergeetachtig.

Aanvankelijk wenden ze voor zich niets meer van de jaren ‘60 te herinneren dat ik er regelmatig kwam tussen 1963 en 1966. 

Wat later vertellen ze me details uit die tijd die ik al lang vergeten was.

Ze lijken in verlegenheid met mijn bezoek. Net als vroeger voel ik mij onbehaag lijk en bepaald niet welkom. 

Als de dochter van Els weg gaat neemt het gesprek een heel andere wending. Ze lijken meer ontspannen.  Ik had vantevoren al besloten om het onderwerp Els te laten rusten. Haar brieven en aantal fotos heb ik nog. Het lijkt documentatie materiaal uit een andere universum. Ik heb er niets meer mee. Ik moet er niet aan denken dat ik met haar mijn halve leven zou moeten door brengen.

“Els is vlak na jou gelukkig getrouwd met haar jeugdliefde, een gereformeerde onderwijzer die orgel in de kerk speelt en God zij geloofd in de gereformeerde gezindte gebleven.

Zij bewandelt de juiste weg. Daar stond jij buiten. Jij kwam uit een milieu waar het normaal was als mensen gingen scheiden en de wegen van het wereldse ver tier verkozen boven de genade van de Heere Jezus. Jouw familie bewandelde de weg des behouds niet. Zij kozen voor de tegenstander. Wij konden en wilden dat niet accepteren. Alles hebben we er jaren lang aan gedaan om Els te overtuigen dat zij niet met jou moest trouwen.

Twee geloven op één kussen daar slaapt de duvel tussen, daar zijn wij van over tuigd! Kinderen van gescheiden ouders herhalen de zonden hunner ouders tot in het vijfde geslacht, daar wilden wij Els voor behoeden. Niet dat jij er iets aan kon doen. Je was niet gezegend en niet eens gedoopt. Jij was nu eenmaal een kind van de zonde! En wij weten maar al te goed wie de vader van de zonde is!” zegt Ma Deutekom.

“Wie is dat dan?” vraag ik verbaasd.

“De duivel, de Boze met een grote B en de Satan met een grote S, die leugenaar van den beginne, die rond gaat als een brullende leeuw, ziende wie hij kan ver slinden. Daar behoor jij dus ook toe. Kanonnenvoer. Afschieten die hap. Wie niet in de Heer is, die is van de Satan en zal tot in eeuwigheid der eeuwigheden bran den in de hel met de demonen en op hun tongen kauwen van spijt en pijniging en!” zegt Pa Deutekom.

Ik zwijg. Wat moet ik er op zeggen? Ik heb hun excuses, verwijten, beschuldiging en of geloofsbrieven niet nodig. De typisch gereformeerde haat doet mij niets.

Ik neem een slokje van de kop lauwe thee.

“De man van Els is trouwens een vreselijke potentaat. Ze heeft niets in te breng en, behalve haar salaris als onderwijzeres, maar ook daar mag zij niet zelf over beschikken” , voegt ze er aan toe.

Het kan mij weinig schelen. Eens een trut altijd een trut.

“Och, als ze daar gelukkig mee is. Heel wat vrouwen met een bepaalde onderda nige aanleg vinden het als masochistes prettig onderdrukt te worden door hun man” zeg ik zo neutraal mogelijk.

“Ja, dat vindt zij ook, ze is daarmee in- en ingelukkig. De Bijbel zegt ook dat de man het hoofd van het gezin, hoofd van zijn vrouw, maar ook koning en priester over haar. De vrouw dient in alle nederigheid te volgen”.

“Het is mijn overtuiging niet!”zeg ik koel.

“Ze kon niet anders. Ze moest wel. Er werd door de huidige echtgenoot van Els ook vreselijk aan haar getrokken toen ze met jou om ging. Elke dag stond hij haar op te wachten. Elke dag.

Hij heeft ons nog voor gesteld om jou uit de weg te ruimen. Dat heeft niet veel gescheeld. Zijn vader had nog een oud FN pistool uit de oorlog. Hij wilde je ook in elkaar slaan omdat je met Els ging. Wij vonden dat zoiets eigenlijk niet kon voor echte christenen, het ging ons net iets te ver, maar hij haalde het Oude Testa ment er altijd bij daar was het ook altijd moord en doodslag. Hij had daar wel gelijk in”.

“De wegen van de Heire Heire der heirscharen en Zijne volgelingen zijn duister en zelden aangenaam” vul ik shijnbaar vroom aan.

“Elke dag heeft die ex-vriend haar bestookt met dat zij de enige voor hem was en door de Here voor hem was weg gelegd, dat zij een Goddelijke beschikking was, God had ze voor elkaar bestemd en anders zou zij het zaad van de duivel voort brengen als zij met een ander ging, dat heeft hij jaren vol gehouden en uiteinde lijk is ze toen maar gezwicht voor de druk”, zegt Ma Kneuterdom.

“De ware aanhouder wint”, zeg ik sarcastisch, maar dat ontgaat ze.

“Zo gaan die dingen nu eenmaal. Hij heet eigenlijk Harry, maar is zich Hendrik gaan noemen omdat die naam historische herinneringen op wekt. Frederik Hen drik en zo. De Oranjes heeft hij in zijn hart gesloten!”

“Bij koninklijk besluit?” vraag ik

“Het heeft iets met vaderlandse geschiedenis te maken. Willem de Zwijgeraar of zo”, zegt Pa Kneuterdom die in zijn jeugd de ulo heeft gevolgd.

“Ach, het is een keurige gereformeerde jongen die orgel in de kerk speelt, echt een brave Hendrik en Els blokfluit erbij op de alt blokfluit twee maal op zondag in de gereformeerde kerk, de mensen vinden het prachtig, die zijn niet veel ge wend, maar hij is en blijft verschrikkelijk dominant. Ze mag helemaal niets. Meneer is de baas in huis en verder moet ze haar mond houden. Hij controleert haar van minuut tot minuut. Ook haar post, GSM en email. Zo gaat dat in onze kringen”,  voegt Ma Kneuterdom er vergenoegd aan toe

“Waar je maar zin in hebt”, zeg ik.

Blij dat ik niet tot hun stijl gereformeerde kringen behoor. De onwaarachtige excuses die deze beide oude mensen geven na dertig jaar wekken een wrang gevoel bij mij op.

Misschien had ik moeten zeggen: Waarom hebben jullie me laten barsten toen alles mis ging eind 1965 tot 1967? Jullie wisten toch in wat voor een ellendige situatie ik zat in het huis van mijn grootouders? Jullie hebben gehoord van Els hoe ze daar elke dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat mij zaten te treite ren? Mijn boeken weg gooiden, akawarellen opzettelijk koffie over heen gooiden, brieven achter hielden, weg gooiden  of openden. Waar waren jullie met je zalven de christelijke prietpraat toen ik maanden lang ziek lag in 1965?

“Jij hebt een paar jaar geleden ons toch een of ander briefje gestuurd waarin je vroeg hoe het met Els ging? Of vergissen wij ons soms? En wat dacht je daar mee te bereiken? Wij vonden dat jij met onze familiezaken niets te maken had. Wij verdenken je van verkeerde bedoelingen. Wij weten hoe men buiten onze kringen denkt over huwelijkstrouw en gaan de kat niet zonder meer op het spek binden. Vier billen in één bed maken nog geen huwelijk voor de wet des Heeren, die de zonde haat”.

“Zo is het! Gezondheid!” beaam ik spottend hun wandtegeltjeswijsheid.

“Die brief van jou kwam bij ons binnen als een duivelse donderslag bij heldere hemel!”

“O, ja? Er stond alleen maar in hoe het met Els ging, verder niets!”

“Alsof dat niet genoeg is! Onze Els benaderd door een ongelovige. Of vergissen wij ons in je bedoelingen? Het hart der mensen is arglistig als een slang, boos zijn hunne wegen, verderfelijk hun tong, hunnen overwegingen duister!”

“Ik had er geen enkele verder bedoeling mee dan in de brief stond”.

“Zes of acht jaar geleden heb je die brief gestuurd. Vind je dat zelf niet merk waardig om na zo’n lange tijd een brief te sturen? Wij keken daar vreemd van op! Dat zijn wij niet gewend”.

“Had ik het dan eerder moeten doen? Ik kan het me trouwens niet goed herinne ren,” zeg ik geamuseerd.

“Jouw brief heeft toen een hele consternatie gegeven in onze familie. We hebben onmiddellijk het weekend daarna een familie spoedberaad bijeen geroepen om je verzoek in gebed bij de Heer te brengen en om Zijn oordeel daar over af te sme ken. Wij wisten niet hoe we de zaak moesten aanpakken!”

“Welke zaak? “ vraag ik ogenschijnlijk serieus. Hoe maakt men in stijl gerefor meerde kringen van een mug een olifant.

“Voor ons was het een moeilijke zaak! De Heere Heere der Heerscharen heeft ons toen uitkomst geboden, want aan Zijn zegen is alles gelegen, ook al hebben wij al les tegen en na regen komt zonneschijn. In ieders leven dat naar Zijn Wil is. Ziekten hebben de mensen aan zichzelf te danken. Als ze echt in de Heer waren dan zouden ze niet ziek zijn. Als God mijn God maar voor mij is wie is er dan mij tegen? Dan zie ik rozen op mijn weg! ” zegt Ma Deutekom.

“En ze zouden genoeg pegels hebben. Uitkeringen zijn overbodig voor wie echt gelooft. Arme mensen zijn slechte mensen, anders waren ze niet arm, dus bidden ze niet genoeg” voegt aanhanger van het welvaartsevangelie Pa Kneuterdom er aan toe.

“Is dat dan een ernstige zaak als ik een onschuldig briefje stuur over hoe het met een ex- vriendin gaat? Voor zover ik nooit een brief heb geschreven, want ik kan het me niet herinneren!”

 “Wij kunnen ons ook vergissen. Misschien verwisselen we het met een blauwe envelop van de belastingen. Ook zo’n dreigend onbestemd briefje!” zegt Pa Deutekom onzeker.

 “Okee, dat is mogelijk. Ik weet het echt niet meer. Het heeft geen diepe indruk op me gemaakt”, zeg ik wat wrevelig.

 “In ieder geval had Els er geen enkel bezwaar mee eens met je te praten over het verleden en hoe de Heere Heere samen met de Heere Jezus haar toen heeft laten zien na vier jaar dat jij absoluut niet de juiste voor haar was omdat je niet de Heil ige Geest had. Wij zagen dat al lang! Ze zou wel willen praten onder toezicht van een begeleidster met je om complicaties te voorkomen, maar mag niet van haar echtgenoot en die beslist en daarom doet ze het niet. Haar man zegt; die Fred van der Wal, dat is zo’n soort bijstandskunstenaar, die staatsuitvreter is aan de drugs en wil gelijk een verhouding met haar beginnen, want zo zijn al die kunstenaars!”

 “Zijn ze zo allemaal? Dat wist ik niet! Goed om te weten! Ik zal er rekening mee houden!”, zeg ik effen.

Ik ken de gereformeerden; hun redeneringen zijn duister en zelden aange naam. Ze zijn gefocust op sex. Hoe gereformeerder, des te geiler.

“En Els heeft nog zo gezegd dat ze helemaal geen verhouding wil, die is zo hele maal niet, die valt echt niet om te praten door jou!” voegt Ma Deutekom er vinnig aan toe.

“Daar houden we het dan maar op! Laten we het gesprek maar beeïndigen!” zeg ik terug.

Elke moeite om de beide Kneuterdommen te overtuigen dat ik alleen voor hen ben gekomen en geen interesse heb in de schaamte van Els is tever geefs. Ze blijven argwanend.

“Kom” zegt Pa Kneuterdom opgelucht als hij hoort dat ik weg ga; ”Blij toe te horen. Ik stap ook maar eens op. Nog even een eenzame, Oude Jood bezoeken, een kind van het Oude Volk, die hebben ze tenminste niet vergast! Hebben we toch ook heel wat aan te danken aan de Joden!”

Het gouden kalf schiet me te binnen.

“Is hij soms een Messias belijdende Jood” vraag ik, want ik weet dat in hun huis niet gereformeerden doorgaans geen toegang hebben en ze ook niet om gaan met anders gelovigen.

“Nee, helemaal niet, maar ik bezoek zo nu en dan oude, eenzame mensen, want wie goed doet, goed ontmoet en aan des Heeren Zegen is ons alles gelegen!” zegt hij.

En knollen rapen doet het gat gapen, denk ik er achter aan. Ik geef Pa en Moe Kneuterdom een hand. Hij drukt me nog even een christelijk boekje in de hand.

“Hier! Heb je wat te lezen in de trein in plaats van De Volkskrant!” 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.