Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
30 mei 2014, om 15:41 uur
Bekeken:
329 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
162 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik zat in de vierde klas lagere school 1952 (deel 2)"


 

Helaas krijgen weinigen in de vroege jeugd een teken van omhoog welke kant het met hem of haar op moet later. Later? En als er nou eens geen later komt, vroeg ik mij al vroeg in mijn leven af.

Als kind van acht,negen jaar joeg de dood mij grote angst aan,vooral na het lezen van enkele spiritistische verhande lingen, die geen kind gerust stelden.

Wenken van de allerhoogste of geheimzinnige boodschappers vanuit het ongeziene hebben mij nooit bereikt en ik twijfel ten sterkste aan de mogelijkheid dat het gebeurt, in tegenstelling tot goedgelovige aanhangers van de evange lische omroep, die de kijker poogt wijs te maken via wijsneuzen als Henk Binnendijk, Feike ter Velde of Otto de Bruyne, dat zij de blauwdrukken voor een ieders bestaan en de oplossing voor elk probleem in de binnenzak van hun kekke konfektiepakken met zich mee dragen.

Randdebiele zeverende vrouw tjes die onbegrijpelijke profetieën uiten tijdens ere diensten van sommige halleluja kerken ergeren mij niet weinig!

Pas veel later is er in sommige levens een rode draad te vinden, maar het gros van de medemensen wordt gestuurd door al of niet gelukkig toeval, invallen, onnaspeurbare raadselachtige stuu processen, dwanggedachten, terloopse obsessies of voorbijgaande, vluchtige passies.

De door psycho analisten hoog geachte inlegkunde van verklaringen achteraf is het omstreden domein van de psychia ters en totaal niet voor mij wegggelegd.

Bovendien geloof ik er helemaal niets van. Nonsens predikers als Jung die over de synchroniciteit van non-causale verbanden schreef zijn terecht door moderne menswetenschappers naar de geduldige, eeuwig durende prulle mand-lullemand van het uitgestrekte rijk der fabelen verwezen. Een bodemloos vat van Sysifus waar heel veel in past voor de druppel de emmer doet overlopen.

 

Het eerste schilderij dat diepe indruk op mij maakte als elfjarige was een havengezicht van Paul Signac dat in 1953 in de hal van het Stedelijk Museum hing. Thuis gekomen vertelde ik enthousiast over het schilderij aan mijn tante en oma die zeker wisten dat in het Stedelijk Museum alleen rommel hing.

Van Signac hadden ze nooit gehoord. Dat kon niks zijn, beweerden ze. Niet altijd ging museum bezoek mij in mijn kouwe kleren zitten.Wekelijks maakte de zesde klas een verplichte excursie naar het Rijksmuseum en tijdens de behandeling van het gruwelijke schilderij De onthoofding van Petrus kreeg ik mijn eerste en voorlopig niet de laatste migraine aanval en moest snel naar huis.

 

Voor het eerst zag ik jaren later tot mijn stomme verbazing (alhoewel ik zelf de kopij had ingeleverd) mijn eerste, aarze lende pogingen tot proza en powezie in drukletters in de schoolkrant van de Da Costakweekschool te Bloemendaal in 1963 verschijnen.

Tijdens een werkweek had ik een somber, door het existentialisme beínvloed, modern, dus niet rijmend gedicht geschreven en later stuurde ik nog wel eens powetische gedachten naar de redaktie van de schoolkrant, die ze prompt afdrukte, waarschijnlijk meer geïmponeerd door mijn zwijgzaamheid die uit verlegenheid voortkwam en mijn schouder lange, as blonde haar, dat in schoolmeesters kringen van begin jaren zestig tot de uitzondering en behoorde,dan door de kwaliteiten van de kopij,vermoed ik.

In ieder geval werd het gelezen door de hele school.

 De beide redakteuren van het door de direktie gecensureerde schoolblaadje De Koepel, klasgenootjes Burny B. maakte jaren later furore als Ko de Boswachter in een AVRO kinderprogramma en Broer Ko nijn Bernard N. verdween in het vullisvat van het vaderlandse welzijnswerkers circuit.

Opgeruimd staat netjes! Ik typte het met twee vingers moeizaam op een Olympia schrijfmachine die ik leende van mijn opa.

Vol verwachtingen klopte mijn hart! Nieuwe uitdagingen lagen in het verschiet! Die onontgonnen wereld van kunsten en literatuur! Het artistieke en literaire plantsoen! Daar zouden de kunstkerst bomen vast en zeker tot ver in de hemel groeien! Oneindig veel spannender dan een saai, uitzichtsloos schoolmeesters bestaan. Romantiek alom!

Ik begon met de moed der wanhoop slechte, abstrakte schilderijen te maken met varkensharen kwasten en goedkope verf waarmee ik enige indruk maakte op sommige vrouwelijke leerlingen en dat was nu net de bedoeling.

Ik had de meesterstruuk die generaties kunstenaars voor mij al lang kenden, ontdekt. 

De sleutel tot de Elysese velden.

Grootmoedig schonk ik mijn konterfeitsels met royale gebaren, een Haarlemse, ongewassen bohémien waardig, voor zover die ooit bestonden in het duffe, ingeslapen ambtenarenstadje, aan Els, Coby, Frieda, Aletta en zelfs aan de ouders van de zwartharige, sensuele, voluptueuze Monique. Doeken van mijn hand die ze in het gunstigste geval boven hun bed hingen.

Els vroeg er zelfs mijn wollen das bij die ze mee naar bed nam, om ook ‘s nachts, bij wijze van voorschot op de huwe lijks nacht, voortdurend aan mij herinnerd te worden.

Ze heeft die das nooit terug gegeven, zodat ik maar een andere kocht.

Of ze nu nog met die das naar bed gaat zou ik haar echtgenoot, een griffermeerde, moeilijk lerende droogkloot, de plaatselijke dorpsschoolmeester te Zuidwolde, die toch nog bij gebrek aan beter hoofdmeester is geworden ondanks de prognoses van zijn leermeesters en ook zijn vrouw die een hard hoofd in zijn verstandelijke vermogens had, toch eens mondeling of schriftelijk moeten vragen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.