Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 mei 2014, om 13:53 uur
Bekeken:
345 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
192 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mijn atelier in het kafka paleis 1972-1978 (deel 5)"


De sanering van een ateliergebouw (1998-2007)

 

In 1990 werden de stadsdelen opgericht. Deze kregen het onroerend goed van het Gemeentelijk Grondbedrijf (c.q. de gemeente) eerst in beheer, en later formeel in bezit. Daarmee kwam het pand 2e Nassaustraat in eigendom van het stadsdeel Westerpark.

 

In 1991 werd een geregistreerde vereniging opgericht. Een ‘werkgroep gebouw’ werd belast met klein onderhoud, reparaties en vorstbeveiliging, en mede dankzij de vereniging legden de huurders een brandmeld-systeem aan, aangesloten op door het gebouw verspreide brandblussers. In 1998 veranderde het stadsdeel van beleidslijn: het ateliergebouw was niet langer vergeten gemeentelijk eigendom, maar een gebouw dat volgens normen beheerd diende te worden, en bouwkundig gesaneerd. Stadsdeel en vereniging werden partners in dit proces, dat in 2007 werd afgerond.

 

Tweede Nassau Ateliers

 

In 2007 besloten de gebruikers, allen lid van Vereniging Tweede Nassaustraat 8, het ateliergebouw een naam te geven (Tweede Nassau Ateliers) en werd de website online gebracht

 

Fred van der Wal: In het atelier complex had ik geen contact met de gebruikers van verdovende middelen. Ik kwam wel met enige regelmaat op het atelier van Hans Engelman en hij op mijn atelier. Ik vond hem eeen zure, cyniese, verbitterde schilder.

Hij kwam met Dian Pouw op mjjn verjaardag.

 

Waar kende U Dian P. trouwens van?

 

Ze kwam een keer in 1974 met de schilder Hans Engelman langs op mijn verjaar dag en toen imponeerde die grote bek van haar mij wel even, maar niet langer dan een paar minuten.

Ik weet verder ook niet hoe de relatie lag tussen Engelman en haar, maar dat deed er ook niets toe.

Volgns kunstschilder Theo Daamen was Hans impotent en dat kan ik mij wel voorstellen als ik vrouw van hem eens in ogenschouw nam. Ze kraakte openlijk het werk van hans af in zijn atelier dus ikz ei tegen hans: Waarom gooit je haar er niet uit?

Dian nodigde mij uit om op haar schaars bemeu belde etage koffie te komen drinken. Een aardig gebaar.

Hans Engelman had een broer, die grafies ont werper was, Martin Engelman en die had in de jaren zestig tentoonstellingen in Galerie 20 op de Keizersgracht en in het Stedelijk Museum met veel succes, daar kon Hans Engelman helemaal niet tegen als traditioneel, matig begaafd schilder.

Ik ben toen nog een keer naar een opening van een tentoonstelling van die Engelman in Ede geweest en toen deed Dian P. net alsof ze me niet kende en ook die neuroot Engelman negeerde me om de een of andere reden totaal, dat vond hij vreselijk sjiek staan, ondanks dat ik hem in kontakt met die galerie had gebracht.

Ze gingen met zijn allen eten en nodigde mij niet uit dat vond ik merkwaardig omdat ik er voor gezorgd had dat Engelman daar kon exposeren. Ik heb daarna Dian nooit meer gezien. Niet veel later bekeerde ze zich echter tot de damesliefde zo ging het gerucht in de Amsterdamse artistieke sien.

Of ik daar aan mee geholpen heb? Zou best kunnen!

Ja, daarna was mijn belangstelling voor hen beiden natuurlijk voor goed weg Ik laat me niet ringel oren door zo’n stelletje onbegaafde tandeloze kroegtijgers. Ik val ook helemaal niet op zulke vrouwen, die beroemd zijn in het plaatselijke café, dat zijn meestal van die domme Veronica tiepes.

 

Een paar jaar geleden las U dat Dian P. overleden was?

 

Ja, daar keek ik wel van op. Ze had nogal een onstuimig sexueel leven op die derde etage in de Weteringbuurt, vertelde men mij in vertrouwen zoals iedereen in de jaren zeventig, dat kan eenvoudigweg niet gezond zijn en scheen volgens de verhalen van Chris en Elsje van G. links en rechts liaisons met dames en heren uit het caféleven te on derhouden.

Daar ben ik, zoals U weet, echter nooit zo’n liefhebber van geweest .

Sex ligt bij mij in het exclusieve en anders in het verdomhoekje.

Die rond wandelende bierton Jean Paul Franssens, ook al dood en begraven, die wat met olieverf prutste behoorde tot haar intimi.

Smaken verschillen, hè!

Ze ging kort om met de begaafde fotograaf Philip Mechanicus, die mij nog eens een keer gebeld heeft met betrekking tot een copyright kwestie die wij in de minne hebben geschikt. Ik had en foto van hm gebruikt voor een paar schildeijen enz eefdrukken, daar heb ik waarschijnlijk mer mee verdiend dan Philip met zijn fotos en zo hoort het ook. Nu doe ik dat al lang niet meer, fotos van anderen gebruiken.

Ik houd er niet van al te snel naar advocaten te lopen zoals Jan Cremer. Dat is te vaak een zwakte bod. Er valt meer te bereiken met een gesprek, een schikking, een overeenkomst, een leuk kadootje, een hernieuwd bondgenootschap, naast elkander gezeten op het groene mos, indien het een gesprekspartner van de vrouwelijke soort betreft, anders niet.

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.