Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 mei 2014, om 13:43 uur
Bekeken:
684 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
203 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mijn atelier in het Kafka paleis 1972- 1978. (deel 2)"


Het lugubere gebouw deed inderdaad aan het slot van Kafka denken, zoals Paul Werner het betitelde. Voor verwarming kon je een oude oliekachel kopen van de olieman, die ook de petroleum kwam leveren.

De te kleine oliekachel die ik kocht verwarmde op dagen dat het vroor mijn atelier hooguit tot 11 graden.

Karel Appel imitator Steven Kwint zat naast mij, hij was er bijna nooit en als hij er was draaide hij de droefsnoet toetermuziek van Ben Webster, deprimerende geluiden die ik bestreed door keihard de Stones, Van Morrison, The Velvet Underground, Elmore James of Bob Dylan te draaien.

Beneden mij probeerde de talentloze saxofonist Jan Telting de hele dag Charlie Parker riffs na te blazen.

Een ander met een kop als het monster van Frankenstein zat de halve dag woest op een Hammond orgel te beuken. In de gangen hing de zware dennebomengeur door de hasj rokertjes veroorzxaakt.

Hans Engelman zat één atelier verder en tegenover mijn atelier, in een rechte lijn uitkijkend over het schoolplein Marijke “bolle wangenhapsnoet” G. .  

Ze had drie maal de subsidie voor de schilderkunst gewonnen en zei toen ze ‘m weer won tegen miij: “Ik weet gewoon echt niet meer wat ik tegen onze koningin nu weer moet zeggen”. Elke jaar reikte de majesteit de prijs uit. De artiestjes kropen voor haar.

Verder waren in het gebouw  ateliers gevestigd van Jan Frenken, Luke Kleijman, een half Joods, half Arabische jongen. Hij kwam uit Australië, was er uit gegooid door drugsshandeltjes en om de hoek in de gang, vlak voor mijn tijd, Rob Roesink en de Friese beeldhouwer Ben de Bij. Een geodwillende vijftiger die vaderlijke gevoelens voor de misfits en sukkels in het gebouw had.

Onder het atelier van Mareike zat Harry, een zenuwelijer die ruzie kreeg met Jan Telting, die de hele dag de riffs van Charlie Parker zat na te blazen op een tenor sax.

Harry schold Jan uit voor zwartjoekul die niet in Holland thuis hoorde en Jan betitelde Harry als gefrustreerde rotjood die niet in Holland thuis hoorde en die ze vergeten waren te vergassen.

 

Quote Paul W.: De Stichting Woon- en werkruimte had een rasechte psychopaat, de ex-balettomaan R., tussen ons in gezet op de 3e verdieping in de verwachting dat hij wel zou opknappen door de omgang met echte kunstenaars.

Het had echter een averechts effect op de kunstenaars, die door het provocerende gedrag en de vele inbraken in de ateliers een troep licht gestoorde agressieve ruziezoekers werden; kortom, niet direct een ideale werksfeer om meesterwerken te scheppen die de tand des tijds zouden kunnen trotseren.

R. stond uren voor het open raam met een saxofoon te loeien als een drachtige koe.

Soms kwam je binnen en liep de hele meute door de gangen te rennen op de vlucht voor Luke, die met een knuppel zwaaide om iedereen die doro de gangen liep neer te knuppelen.

Alleen Paul W. kon de boel dan weer even sussen voor zo lang als het duurde.

Paul mocht de verslaafde Luke wel, al was hij ernstig aan de Horse . Hij had hem in Formentera ontmoet waar hij in een oude molen woonde met zijn Australische vrouw.

Paul schrok wel enigszins dat hij weer in de buurt kwam, want de moeilijkehden zoudend an weer snel niet van de lucht zijn. In 1967 kwam Luke vanuit Londen ineens bij Pual op de Handweg in Amstelveen om de sleutel van Pauls woning in de Kleine Witten burgerstraat vragen om aldaar met vrouw en kind zijn intrek te nemen.

In het voorjaar was hij weer gevlogen, de sleutel lag dan in de gang. Later kwam hij achter Paul aan op straat met een soort Bedoeïenen hoofdtooi en riep: 'Hey man, do you know me? Hey man!'

Als hij aan de BKR had verkocht vloog hij business class met vrouw en doch tertje naar Marokko, speelde de geslaagde kunstenaar en ging bij de Berbers wonen.

Lekker goedkoop.

 In Australië had hij ook bij de Aboriginals vertoefd en was het land uitgezet met een beurs om alsjeblieft maar op te rotten.

Als je in de Tweede Nassaustraaat 8 op zijn atelier kwam was het net een noma dentent gelijk. Aan de muren hingen meters geschilderde Berbers in blauwe tinten en gele zandwoestijnen.

 

Fred van der Wal: Luke was kortom een verschrikkelijke lastpost en betrokken bij drugshandel. Ik ben een maal op de thee bij hem geweest. Zijn vrouw, een del in hippietodden gekleed zat zwijgend hasj te roken en keek me met bloed doorlo pen ogen aan. Hij toonde mij zijn afgodsbeeldje van een olifant waar voor geofferd moest worden om de goden gunstig te stemmen dat hij een tentoonstelling in het Stedelijk zou krijgen. De expositie zou dus nooit er van komen..

 

Paul W.: Alleen R., de grote onruststoker werd door de politie wel met rust gelaten ondanks onze jarn lange klachten, ook bij de gemeente. Men beweerde dat hij zelfs een tipgever was voor de politie in ruil voor protectie van de overheid en dat hij iedereen uit het hard drugs sirkwie er bij lapte. Ook de extreem linkse opportunistische BBK hield zich van de domme tot het voor goed mis ging.

R. pestte zijn buurman Ben, een goed willende Fries van middelbare leeftijd, een simpele plattelands kunstenaar uit een gat in Friesland, die hem zelfs wilde helpen om zijn drugsverslaving in te dammen.

De laatste avond van zijn leven hadden mijn vrouw en ik hem uitgenodigd voor een etentje en hij vertelde ons dat R. in een zware psychose verkeerde en met moord, doodslag en brandstichting dreigde in het gebouw.

De eerste de beste die hij zou tegen komen in de donkere gangen zou hij aan zijn mes rijgen.

Hij spoot heroïne, was erg agressief en bestal ’'s nachts de ateliers. Wij raadden Ben aan voor de veiligheid bij Pul Werner en zijn vrouw te overnachten.

'Neen', zei hij als naieve buitenman, 'Niks aan de handa. Ik kan ook net zo goed op het atelier van Daamen slapen als ik wil”.

 

Fred van der Wal: Het atelier van Theo Daamen lag aan het einde van de lange gang op de tweede verdieping van het voormalige schoolgebouw. Het lag op het noorden. Het lokaal had een entresol met een trap en kostte in 1972 niet meer dan 85 gulden per maand.

 

Paul W.: Hoe het ook zij, hij (Ben Debey) vertrok om 11 uur naar de Nassaustraat en is toch naar de rechtervleugel gegaan waar hij in de rug werd neer gestoken door R. die in een nis in de gang als een roofdier op de loer had gelegen.

Ben was op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats beland.

R. sloeg regelmatig met een zware moker gaten in de muur van het atelier van Ben- en werd daar herhaaldelijk opgewacht door R.

Ben heeft na te zijn neer gestoken nog het pand zwaar bloedend kunnen verlaten, er was geen telefoon, kon allemaal nog niet en is op de brug van de Nassau kadebij het brugwachtershuisje in elkaar gezakt.

De volgende dag kwam Jan Frenken ons de vreselijke tijding brengen dat hij in het ziekenhuis overleden was.

Nu werd R. eindelijk gearresteerd maar zou niet veroordeeld worden tot een gevangenisstraf!

Het was de grote mode in de jaren zeventig om moordenaars als slachtoffer van de maaatschappij te zien en het slachtoffer als dader. De rechterlijke macht bestond grotendeels uit softe pvda leden , die de permissive society hoog in het vaandel hadden. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.