Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
23 mei 2014, om 07:47 uur
Bekeken:
345 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
171 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Mike lustte wel tien, twaalf kopstootjes per half uur..."


Ik herinner me nog eens in Scheltema waar ik met galeriehouders Mike Podulke en Dieuwke Bakker van Galerie Mokum maart 1969 aan een tafeltje zat te zuipen want Mike lustte wel tien, twaalf kopstootjes per uur en Naatje Veldhoen aan kwam schuiven om mee te hijsen , want als je met Mike Podulke op stap was dan ging de drankomzet omhoog en de rekening navenant. Naatje had zijn uit Verweggistan geïmporteerde toenmalige zwarte wijf voor alle zekerheid thuis gelaten, want die natuurmensen van de vrouwelijke kunnen gingen nog al eens gemakkelijk meee met een blanke kaaskop als die de piet met poen trok, dat was in het stamritueel in de kraal heel normaal.

 Zoals gewoonlijk in die tijd was ik ook weer die avond strontlazerus omdat ik zoop als een geranium in de volle zomerzon en had mijn befaamde agressie uitstraling in mijn met verf besmeurde jeans, leren jasje en t-shirt, anders was je in die jaren geen gesubisidieerde kunstartiest en telde je niet mee met het artistieke, geslachtszieke, gedrogeerde, alcoholische, langharige grote stads schorum.

 Ik kreeg al gauw herrie met Veldhoen en greep ‘m bij zijn hippe halsdoek en trok ‘m over de tafel en beloofde hem buiten even af te rossen.

 Affijn, het end van het liedje was dat het afgedronken werd en Aadje huilend van collegialiteit tegen mijn schouder aan lag te snikken dat ie beroemd wilde worden. Ik ben nog eens een keer op zijn atelier geweest, een armoedtroep en een teringzootje zoals bij die hasj doorrookte kunstartiesten hoorde.

Kunstbroeders oho kunstbroeders…

 

Het was 1972 . Ik had een atelier aan de Prinsengracht dat me gegarandeerd voor 5 jaar in onderhuur was gegeven door Dieuwke Bakker van Galerie Mokum. Die belofte brak ze na een half jaar toen een andere kunstschilder, Teun Steun die al 9 jaaar bij de psych liep mijn atelier op eiste bij Dieuwke omdat hij vond dat hij een tweede atelier nodig had om zijn neukies te ontvangen, want hij had het zo moeilijk met zijn vrouw en kinderen thuis. Teun was jaloers op mmijn woning in de Nieuwe Spiegelstraat en mijn atelier dat om de hoek naast drukker Piet Clement was.
Teun intrigeeerde dat ik een schilderij van Sal Meijer had laten stelen met medeweten door kunstenaar Michael Podulke. De paranoïde Dieuwke Bakker ging daar direct op in.
Toen dat niet lukte beweerde Teun dat ik GeertJan Jansen een sleutel zou hebben ter hand gesteld zodat laatst genoemde het schilderij kon stelen.
Ik had dus geen atelier meer en zei tegen Dieuwke dat ik op die manier niet langer mijn werk bij haar galerie wilde exposeren. 

 

De avantgarde galeries lagen in een cirkel van 500 meter om mijn huis;Galerie Swart,Galerie Krikhaar, Galerie 20,Galerie Jurka en iets verder bij de Blauw brug Amstel 186 de behoudende Galerie Mokum, waar ik tussen 1967 en 1972 en van 1976 tot 1979 mijn werk zou tentoonstellen.Niet omdat ik enthou siast was over die galerie maar er was gewoon geen andere galerie geïnteresseerd in Amsterdam in mijn werk.Er was binnen de galerie grote oppositie tegen mijn werk van zowel de kunstenaars (Teun Nij kamp,Chris van Geest,Cornelis Doolaard,Jasper van Putten,Wout Muller en Clary Mastenbroek, Tom Thijsse en Sjoerd Bakker) als de klanten om dat ze mijn werk als een tiepies Europese variant van de pop art met een surreële inslag opvatten,dat aansloot bij Engelse popschilders als Hamilton en Hockney, die ik beiden niet eens kende in die tijd, noch ooit werk van had gezien.Het waren me wel een stel fijne collegas!

 

Tijdens de  openingsrede door Michael Podulke van de tentoonstelling Nederlandse realisten van Galerie Mokum in 1969 in het Arnhems Gemeentemuseum  waar ik, zoals U heel goed weet,ook deel van uit maakte, viel de term “fijnschilders.”

Achter ons zaten twee Arnhemse kunstlievende,oudere dames met grijze knotjes waarvan de één aan de ander op fluisterende toon een verklaring vroeg voor de term “fijnschilders.”

“Dat zijn schilders die het heel fijn vinden om te schilderen,” was het simpele antwoord van de ander die klaarblijkelijk nog nooit een boekje over de 17-e eeuwse schilders  had gelezen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.