Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
22 mei 2014, om 13:38 uur
Bekeken:
455 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
211 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Kunstbroeders Oho Kunstbroeders"


Het is de vraag of alle betrokken personen zich realiseerden dat in de jaren zestig galerie Mokum geschiedenis schreef en het kunstklimaat in Nederland blijvend heeft beïnvloed.

Vrij Nederland heeft er indertijd een pagina aan gewijd met Henk Romijn Meijer als auteur die een hekel aan mij had en ik aan hem. Gelijk oversteken die antipathie dan zit het altijd goed.
De politie heeft er toen niet veel aan gedaan, via DNA onderzoek nu zouden ze heel wat verder zijn gekomen.
Ik krijg met moeite informatie van betrokkenen. Laatst nog gemaild naar haar opvolgster die pas over een paar maanden wil reageren. Ook gezellig.
De grillen van de deelnemers aan het kunst sirkwie zijn mij inmiddels bekend.
De historie van Galerie Mokum zal nooit beschreven kunnen worden; De 30 jaar aan zeer goed bijgehouden documentatie is door slordig beheer verloren gegaan. Het is mij en grote ergernis dat zich zoveel amateurs met het beleid avnd ei galerie hebben bezig gehouden. Een aantal van de vaste exposanten uit de zestiger jaren is nu ook al dood, een gedeelte (o.a. Teun Nijkamp, Chris van Geest, Clary Mastenbroek) wil niet met mij praten, alleen via Tobias Baanders een en ander gehoord sept. 2005.
Dieuwke Bakker had een talent om mannen aan te trekken die op haar ondergang uit waren en wie dat niet was, zoals ik, vervreemdde zij zich van.

De tekening is verwijderd van een expositie in Galerie Mokum door galerie eigenaresse Dieuwke Bakker, die toch al zeer negatief tov mijn werk stond omdat het niet tot de clichés gerekend kon worden waar het Hollands realisme zich van bediende. Deze mevrouw betichtte mij herhaaldelijk van een SS-mentaliteit en beweerde dat mijn familie uit SS-ers bestond. Niet lang daarna werd zij enkele malen opgenomen in een psychiatrische inrichting. Wie zich tegen Fred van der Wal verzet daar loopt het slecht mee af, zoals de verstandige lezer al lang weet. Het was mode in de jaren 60 om selectief verontwaardigd te zijn. Bij het minste of geringste betitelde tien over rood aanhangers anderen van fascisme, nazi aanhanger, kapitalist en reactionair te wezen.
Werd een Joodse schilder in Amsterdam niet aangekocht bij de gemeeente aankopen dan ontstak hij soms publiekelijk in wwoede, vloog zijn eigen kunstwerk aan, rukte het van de muur, trapte het in elkaar en schreeuwde datde aankoop commissie uit anti semieten bestond. Aangenaam divertissement.
In de jaren zestig in Amsterdam was een gesubsidieerde kunstartiest tenminste nog een kunstartiest…

 

De zoon van een kunstminnend Philips-ingenieur was afkomstig uit Waalre en studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij belandde in kringen rond galerie Mokum, die werd gedreven door een kleurrijk stel: Michael Podulke, een zwaar drinkende Amerikaan van Poolse afkomst, en Dieuwke Bakker, een voormalig reclasseringsambtenaar die onderhevig was aan snel wisselende stemmingen.

De galerie bevorderde het magisch realisme. Janssen organiseerde exposities. Er was geregeld publiciteit rond Mokum. Als er erotische kunst hing, gooide Podulke zelf de ruiten in en belde daarna de krant.

Toen de relatie tussen de galeriehouders uit elkaar spatte, kwam Janssen knel te zitten. 'Als je voor de één was, was je tegen de ander.' Bakker beschuldigde Janssen en Podulke ervan twintig schilderijen van Ferdinand Erfmann uit een lijstenmakerij te hebben gestolen. Venema schrijft in zijn boek dat hij ze ooit een keer kreeg aangeboden, van Henk Ernste.

De tentoonstelling werd geopend door de Amerikaanse WO II ex-paracommando kunstschil der/ kunsthandelaar Mike Podulke begin mei in Galerie Mokum.
Fred van der Wal was een regelmatige bezoeker van Mike en Eugenie Podulke vanaf mei 1967 en woonde feesten en concerten bij ten huize van de Podulkes in hun ruime woning aan de Leidse kade.
Na 1971 raakte Mike helaas steeds meer aan de drank en zocht het gezelschap van de Amsterdam se penose in café P96 samen met Haring Arie.
In 1967 keerde Fred van der Wal terug in Amsterdam na een periode van tien jaar in Heemstede en woonde tot 1973 in de Nieuwe Spiegelstraat 48 twee hoog en had zijn atelier met tuin naast de drukker Piet Clement aan de Prinsengracht. Menig Amsterdamse contraprestatieschilder was jaloers op deze locaties. Een rancuneuze, jaloerse Galerie Mokum schilder die elf jaar psychotherapie achter de kiezen had en verbitterd naar Zeeland vertrok vanwege gebrek aan succes, werkte Fred het atelier en de galerie uit.

 

 In 1975 ver trok Mike naar Duitsland en woonde in Bremen samen met een Duitse kleuteronderwijzeres. Hij exposeerde zijn werk nog een maal in Amstedram in een kroeg. Hij gebruikte het pseudoniem Gabriel Peczuro uit het boke Lieve Zuster Ursula van de gefrustreerde auteur Henk Romijn Meijer, een boek waar ik zelf ook nog summier in voor kom. Ik kwam bij Mike Podulke jaren over huis toen ik nog in de Nieuwe Spiegelstraat woonde. Zijn huis was op de Leidsekade. In 1988 overleed Mike veel te vroeg. Ouder dan 66 jaar zou hij niet worden. Ik heb veel van hem geleerd. Hoeveel fotos van tentoonstellings opening en in Galerie Mokum in de sixties heb ik niet waar hij op staat? Soms denk ik aan hem en rouw…maar niet voor lang! Mijn leven gaat door. Andere verten roepen, andere horizonten ontplooi en zich.

 

Ik ontmoette Mike nog één maal op een warme zomermiddag in een gracht enkroeg waar hij strontlazerus zat te ravotten met de roemruchte Haring Arie, een bekende vechtersbaas en pooier van de Wallen, die zijn otobiografie aan het schrijven was. 
Voor het eerst had ik minachting voor en medelijden met Mike. Ik zag hoe een groot talent al zijn kansen vergooide en ten onder ging in de drank.
Ik voelde iets van mededogen, pijn, spijt en onmacht dat ik hier niets aan kon veranderen en besloot dat ik hier niet meer bij wilde horen.
Ik ben na een tiental pilsjes opgestaan en weg gelopen zonder te groeten of af te rekenen. Gulle Mike keek immers niet op een paar pilsjes meer of minder. Huiswaarts. Onze dochter was nog geen half jaar. Ik zette een streep onder mijn verleden

 

Fred van der Wal: Ik herinner me nog eens in Scheltema waar ik met galeriehouders Mike Podulke en Dieuwke Bakker van Galerie Mokum maart 1969 aan een tafeltje zat te zuipen want Mike lustte wel tien kopstootjes per uur en Naatje Veldhoen aan kwam schuiven om mee te hijsen , want als je met Mike Podulke op stap was dan ging de drankomzet omhoog en de rekening navenant. Naatje had zijn uit Verweggistan geïmporteerde toenmalige zwarte wijf voor alle zekerheid thuis gelaten, want die natuurmensen van de vrouwelijke kunnen gingen nog al eens gemakkelijk meee met een blanke kaaskop als die de piet met poen trok, dat was in het stamritueel in de kraal heel normaal.

 Zoals gewoonlijk in die tijd was ik ook weer die avond strontlazerus omdat ik zoop als een geranium in de volle zomerzon en had mijn befaamde agressie uitstraling in mijn met verf besmeurde jeans, leren jasje en t-shirt, anders was je in die jaren geen gesubisidieerde kunstartiest en telde je niet mee met het artistieke, geslachtszieke, gedrogeerde, alcoholische, langharige grote stads schorum.

 Ik kreeg al gauw herrie met Veldhoen en greep ‘m bij zijn hippe halsdoek en trok ‘m over de tafel en beloofde hem buiten even af te rossen.

 Affijn, het end van het liedje was dat het afgedronken werd en Aadje huilend van collegialiteit tegen mijn schouder aan lag te snikken dat ie beroemd wilde worden. Ik ben nog eens een keer op zijn atelier geweest, een armoedtroep en een teringzootje zoals bij die hasj doorrookte kunstartiesten hoorde.

Kunstbroeders oho kunstbroeders…

Het was 1972 . Ik had een atelier aan de Prinsengracht dat me gegarandeerd voor 5 jaar in onderhuur was gegeven door Dieuwke Bakker van Galerie Mokum. Die belofte brak ze na een half jaar toen een andere kunstschilder, Teun Steun die al 9 jaaar bij de psych liep mijn atelier op eiste bij Dieuwke omdat hij vond dat hij een tweede atelier nodig had om zijn neukies te ontvangen, want hij had het zo moeilijk met zijn vrouw en kinderen thuis. Teun was jaloers op mmijn woning in de Nieuwe Spiegelstraat en mijn atelier dat om de hoek naast drukker Piet Clement was.

Teun intrigeeerde dat ik een schilderij van Sal Meijer had laten stelen met medeweten door kunstenaar Michael Podulke. De paranoïde Dieuwke Bakker ging daar direct op in.
Toen dat niet lukte beweerde Teun dat ik GJJ een sleutel zou hebben ter hand gesteld zodat laatst genoemde het schilderij kon stelen.
Ik had dus geen atelier meer en zei tegen Dieuwke dat ik op die manier niet langer mijn werk bij haar galerie wilde exposeren. 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.